NIEUWSBRIEF VAN DE VERENIGING BASISINKOMEN
nummer 10 juli 1994 issn:09243038
Inhoudsopgave
Naar een permanente Derde Kamer
Een basisinkomen kan in paars gekleed gaan!
Inleiding
Het gelijk van Marcel van Dam en Alexander Rinnooy Kan
Basisinkomen: van doodlopend slop naar wenkend alternatief
Een blauwdruk
Herbestemming van uitkeringsbedragen
Belastingmaatregelen
Subsidievermindering
Positieve effecten van het basisinkomen
Conclusie: Een basisinkomen, daar wordt iedereen beter van!
Werknemers
Werkgevers
Overheid
Werkzoekenden
Vrijwilligers en zelfstandigen
Ouderen en arbeidsongeschikten
Alleenwonenden
Vakbonden
Politiek
De kunstenaars
De utopie gekwantificeerd
Boeken, boeken!
Uit de pers
Naar een permanente Derde Kamer
Op 23 april vond in de Rotterdamse Pauluskerk de eerste plenaire bijeenkomst plaats van de Derde Kamer. Het initiatief werd Derde Kamer genoemd, om aan te geven, dat de initiatiefnemers ernaar streefden, naast of misschien wel tegenover de Eerste en Tweede Kamer een permanent diskussieplatform te creêren, waar individuele burgers en vertegenwoordigers van sociale bewegingen een alternatief kunnen formuleren voor het huidige overheidsbeleid De initiatiefnemers wilden dat alternatief formuleren op basis van een analyse, waarbij de samenhang tussen verschillende problemen werd benadrukt.
Naast de vraagstukken van de welvaartsstaat kwamen op 23 april aan de orde: het migratiebeleid, het milieu en het demokratisch gehalte van onze maatschappij.
De Betuwelijn, verdubbeling van de capaciteit van Schiphol en de Hoge Snelheids Trein passen in de logika van een groeiende wereldmarkt, waarbij de produktieprocessen in verschillende landen steeds meer afhankelijk van elkaar worden en grondstoffen en produkten steeds sneller over grote afstanden worden vervoerd Dit heeft verschillende effecten. De druk op de lonen en uitkeringen in de rijke landen van het noorden wordt groter, omdat ondernemers gemakkelijker delen van produktieprocessen kunnen verplaatsen naar lage lonen-landen terwijl ze de produkten toch in de rijke landen verkopen. Het leidt ook tot vernietiging van de op zelfvoorziening gerichte landbouw in het zuiden en vervanging daarvan door mono-cultures, waarbij produkten voor de export worden gemaakt. Daarbij zijn minder mensen nodig dan bij de op zelfvoorziening gerichte landbouw. Dit leidt tot werkloosheid en armoede, ontvolking van het platteland en een trek naar de grote steden.
Het vaak zinloze gesleep van goederen over de wereld leidt tot een toenemende milieuvervuiling. Het leidt bovendien tot een toenemende migratie omdat miljoenen mensen niet alleen van het platteland naar de stad maar ook van de arme landen naar de rijke trekken op zoek naar een bron van bestaan.
Tegenover de globalisering van de ekonomie moet de regionalisering worden gesteld: minder vrachtvervoer over grote afstanden en een nauwere verbinding tussen produktie en consumptie waarbij de regio's een groot deel van de benodigde goederen zelf produceren. Dit lijkt een moeilijk realiseerbare eis, maar er werd op 23 april gezegd, dat we lokaal kunnen beginnen, door ernaar te streven dat initiatieven van (uitkeringsgerechtigde) burgers voor de opzet van kleinschalige economische aktiviteiten worden gesteund Op verschillende besluitvormingsniveau's moeten de verruiming van de mogelijkheden daarvoor aan de orde worden gesteld Een basisinkomen lijkt mij hier uitstekend in te passen, omdat dan de voorziening in het bestaan is verzekerd, en er daardoor meer mogelijkheden komen voor bijvoorbeeld het opzetten van een eigen bedrijfje. Niet alle aanwezigen op de bijeenkomst van 23 april waren hier echter van overtuigd.
Het zal nog heel wat diskussie vergen voordat de noodzaak: van een basisinkomen door alle derdekamerdeelnemers wordt gedeeld. In de, welvaartsstaatfractie kwam echter oa naar voren, dat uitkeringsgerechtigden in de bijstand steeds meer te maken krijgen met vernederende controles waarbij wordt gekeken, of je niet toevallig een zwart baantje hebt of samenwoont terwijl je hebt opgegeven, dat je alleenstaande bent. Ook hier lijkt mij te gelden: bij de invoering van een basisinkomen zijn dit soort controles grotendeels van de baan.
Het zou te ver voeren, alle stellingen en diskussie punten verder te vermelden. Er werd besloten nieuwe Derde Kamer-bijeenkomsten te organiseren. Daarbij zullen deze bijeenkomsten voorlopig vooral op lokaal niveau worden gehouden. Er zijn oa bijeenkomsten gepland in: Rotterdam, Nijmegen, Limburg en Amsterdam. Na een reeks van lokale bijeenkomsten zal er dan weer een plenaire zitting van de Derde kamer op nationaal niveau worden gehouden. De initiatiefnemers hopen dat het "Derde kameren" een begrip zal worden, waarbij de onderlinge band tussen de verschillende sociale bewegingen zal worden versterkt en er een effectieve oppositie ontstaat tegen het uitzichtloze bezuinigingsbeleid van de overheid, waarbij de werkloosheid alleen maar groter wordt.
Piet van der Lende.
Een basisinkomen kan in paars gekleed gaan!
Inleiding
Dit artikel wordt geschreven in de periode, dat Kok "de opdracht van de Koningin" gekregen heeft. Wat er uitkomt is nog niet duidelijk, maar vooralsnog ga ik er vanuit, dat een kabinet met een min of meer paarse tint uiteindelijk gaat regeren. Maar mocht er een ander kabinet komen, dan nog staat de vraag centraal hoe het bestrijden van het tekort aan betaald werk: en hoe het oplossen van de problemen rond de sociale zekerheid aangepakt moeten worden. Tot nog toe is er bij de mogelijke regingspartijen sprake van een weinig voortvarend compromis dat leidt tot een bescheiden lasten-verlichting voor het bedrijfsleven, wat extra betaalde werk-plekken, en een koopkrachtdaling die voor iedereen even groot zou zijn. Dat de minima, die door eerdere bezuinigingen reeds in financiele moeilijkheden zijn geraakt, het weer het zwaarst te verduren krijgen, wordt verdedigd met het argument dat het scheppen van werk: voor hen belangrijk is.
"Uitsluiting" (van participatie op de arbeidsmarkt) zou erger zijn dan "uitbuiting" door verlaging van het minimumloon en de uitkeringen. Men vergeet echter, dat zelfs als het voorgenomen beleid slaagt, slechts een klein deel van de uitkeringsgerechtigden betaald werk zullen krijgen, terwijl de rest (de overgrote meerderheid) en "uitsluiting" en "uitbuiting" te wachten staat. In sommige kringen duikt in het debat thans het begrip gedwongen arbeid op. Maar mensen dwingen om arbeid te verrichten zonder beloond te worden is niet alleen ongewenst, maar ook onproductief. De slavenhouders van ruim een eeuw geleden hebben gekonstateerd dat na het opheffen van de slavernij, dus bij de invoering van een "normale" relatie werkgever/werknemer er een beter bedrijfsresultaat te voorschijn kwam. Dit idee zal mede daarom niet veel pnhQng krijgen.
De vraag waarom de bestrijding van de problemen rond de werkloosheid en de sociale zekerheid zo'n moeilijk te nemen hindernis voor de "paarse" onderhandelaars is (geweest), wordt mijns inziens door het bovenstaande niet echt beantwoord Het compromis met als kenmerk: een beetje van alles wat, sluit immers zeer goed aan bij de "paarse" verkiezingsprogramma's. Ik veronderstel dat er meer aan de hand is.
Het gelijk van Marcel van Dam en Alexander Rinnooy Kan
Er is naast grote verschillen in aanpak bij deze heren ook eensgezindheid Beiden willen af van het huidige stelsel, dat ze omschrijven als verouderd en daardoor o.a. onnodig kostbaar en slecht voor de economie. Gebrek aan veranderingsgezindheid konstateren ze. Het is, mede door deze geluiden niet zo wonderlijk dat er in de paarse gelederen twijfels ontstaan. Het idee, dat Marcel van Dam en anderen gelijk hebben, knaagt aan de poten van het paarse driepootkrukje. Onzekerheid of de voorgestane maatregelen gesteund door een te verwachten conjuncturele opwaardse schommeling het tekort aan betaald werk kunnen terugdringen en daarmee de gevreesde tweedeling kunnen tegenhouden, maakt het moeilijk om achter het compromis te staan. Ook wordt steeds luider gehoord dat er sprake is van structurele werkloosheid die slechts door het verdelen van het betaalde werk kan worden bestreden. Doet men dat niet, dan blijft het bedrag dat voor uitkeringen moet worden opgebracht te hoog, en blijft de situatie van uitkeringsgerechtigden perspektiefloos. Velen zitten nu reeds blijvend in de z.g. "armoedeklem": de situatie, dat passend werk, (bijv. een parttime baan), niet de mogelijkheid geeft om een inkomen te verwerven, dat boven het uitkeringsniveau ligt.
Een ombuiging naar gedwongen arbeidsinzet komt niet uit de mond van Rinnooy Kan. Hij wil, dat de Sociaal Economische Raad (SER) binnen een jaar met een geheel nieuw sociaal stelsel komt Hij pleit als het om risico-verzekering gaat, voor een verschuiving van collectieve verantwoordelijkheid naar eigen keuze-vrijheid .
Kortom, het is goed, dat de eerste paarse onderhandelingen mislukt zijn, want nu kan veel overtuigender de hang naar onwerkbare compromissen worden bestreden. De genoemde heren en hun aanhang krijgen steeds meer gehoor. Dat het stelsel, dat de leden van de Vereniging Basisinkomen voorstaan in de discussie nog te weinig aan bod komt, is jammer, maar we vorderen, nu de roep om verandering luider wordt, gestaag. Hieronder volgt de inbreng, die ik graag in de discussie naar voren zou (ga) brengen.
Basisin
komen: van doodlopend slop naar wenkend alternatiefEnige leden van de Vereniging Basisinkomen hebben met hulp van deskundigen op het terrein van economie, belastingheffing en gedragswetenschappen, het laatste jaar een systeem ontwikkeld, dat noch "uitsluiting" noch "uitbuiting" tot resultaat lijkt te hebben. Zonder dat de minima er op achteruitgaan, de schatkist geplunderd wordt of de concurrentiepositie van ons land op het spel wordt gezet, kan een volledig basisinkomen worden gerealiseerd Dit model is kleurrijk, maar vooral paars omdat:
Een blauwdruk
Er wordt uitgegaan van het bedrag dat een alleenwonende uitkeringsgerechtigde veelal ontvangt: f. 1300,- per maand Het heeft praktische voordelen om de invoering van dit basisinkomen in één keer tot stand te brengen. Maar starten met een gedeeltelijk basisinkomen waarna het bedrag ieder jaar hoger wordt, is ook denkbaar. Met name een start van f. 930,- per maand, (de helft van de bijstandsuitkering van twee samenwonenden), wordt veelvuldig bepleit Om het niet te ingewikkeld te maken ga ik hier uit van het volledige basisinkomen vanaf 23 jaar. Achtienjarigen hebben een basisinkomen van f.8oo,- per maand In vijf jaar groeit dat uit tot het volledige B.I.. Het aantal toeslagen kan dan beperkt worden tot één (n.l. voor een-oudergezinnen). Daarnaast blijft er de mogelijkheid om een beroep te doen op de bijzondere bijstand Het basisinkomen wordt bij de werkenden verrekend met de belastingheffing. Wie geen, of weinig belasting betaalt krijgt het bedrag geheel of gedeeltelijk uitbetaald
Er zijn in Nederland 11 miljoen mensen van 23 jaar en ouder en 1 miljoen tussen de 18 en 23 jaar. Met de invoering van het basisinkomen is ongeveer 185 miljard gulden gemoeid De toeslag voor één-oudergezinnen maakt hiervan 2 miljard uit. Deze 185 miljard wordt bijeengebracht door het aanboren van vier bronnen:
Herbestemming van uitkeringsbedragen
Er worden nu reeds door de overheid grote bedragen aan uitkeringsgerechtigden verstrekt. De grootste posten zijn: AOW (37 mld), ABW (12 mld), AAW (6 mld) en AWW (5 mld) . Ook aan studiefinanciering wordt 6 miljard besteed. Met wat kleinere posten samen "bespaart" de overheid bij invoering van een BI rond de 69 miljard gulden.
Belastingmaatregelen
Een logische maatregel is de belastingvrije voet van f.1300,- per maand te verrekenen met de bestaande (lage) belastingvrije voet en de invorderingsvrijstelling. Dat levert 27 miljard op. Een andere grote post wordt verkregen door afschaffing van de werkgeverspremies. De werkgever wordt ontheven van de verplichting om verzekerings- en pensioenpremies voor werknemers af te dragen. Daardoor ontstaat er ruimte om van werkgevers een nieuwe belasting, ecotax of productheffing, te vragen.
Deze ecotax heeft het bijkomend voordeel dat arbeidsintensieve bedrijvigheid minder belast gaat worden, hetgeen banen oplevert De ecotax kan 38 miljard opleveren. Andere belasting- voorstellen zullen een aanzienlijk deel van de aftrekposten (o.a. ta.v. eigen woning bezit) en forfaitaire kosten betreffen (14 mld). Te zamen leveren de belastingmaatregelen rond de 79 miljard gulden op.
Subsidievermindering
Het merendeel van dit bedrag wordt verkregen door subsidies af te schaffen op zaken waarvan vooral huishoudens met een (wat) hoger inkomen profiteren. Deze operatie, die o.m. door de Sociaal Economische Raad (SER) al eens is voorgesteld, wordt wel de "Grote Uitruil" genoemd .
Het Sociaal Cultureel Planbureau komt in haar net gepubliceerde studie met een vergelijkbaar voorstel "belansverkorting collectieve sector". SER en SCP compenseren de subsidievermindering met belastingverlaging, terwijl de Vereniging Basisinkomen daarmee een deel van het basisinkomen verrekent. De SER stond een besparing van 20 miljard voor. Bij het SCP betreft het in principe een aanzienlijk hoger bedrag. Hier wordt echter de SER. (20 mld) gevolgd.
Positieve effecten van het basisinkomen
Bij de uitvoering van de sociale zekerheid kan ongeveer de helft van de kosten geschrapt worden (4 mld). En op termijn kan ongeveer het dubbele worden bespaard Een andere besparing betreft de werkgeverspremies van de overheid (7 mld). Voorts zal de opbrengst van de inkomstenbelasting stijgen omdat verwacht mag worden dat meer mensen betaalde arbeid kunnen vinden en er minder gefraudeerd wordt. Samen met een hogere opbrengst van de omzet- en bedrijfsbelastingen (als gevolg van koopkrachtverbetering) levert dat 6 miljard op. Een voorzichtige schatting van deze autonome effekten is dus 17 miljard gulden.
1+2+3+4: 69 + 79 + 20 + 17 = 185 miljard
Conclusie: Een basisinkomen, daar wordt iedereen beter van!
Werknemers
Voor hen is er een verbetering van de koopkracht ondanks de extra kosten voor het verzekeren tegen inkomensderving en voor het opbouwen van een pensioen. Extra kosten worden ook veroorzaakt door de "uitruii" tussen het recht op belastingaftrek en het verkrijgen van subsidies enerzijds en het recht op een basisinkomen anderzijds. Maar alleen in heel bijzondere gevallen zal er sprake zijn van (tijdelijk) koopkracht-verlies. De keuze om minder uur per week betaalde arbeid te verrichten komt binnen nagenoeg ieders bereik. De prestatiedruk vermindert, waardoor minder stress verwacht mag worden.
Werkgevers
Flexibeler arbeidsmarkt. Minder administratiekosten en voor het midden en kleinbedrijf veelal lagere loonkosten. Het basisinkomen is voor kleine zelfstandigen een welkome aanvulling op het eigen (toekomstig) huishoudbudget. De invoering van een ecotax zal voor sommige (arbeidsextensieve) bedrijven kostenverhogend werken, maar ook zonder het invoeren van een basisinkomen wordt deze belastingvorm wel ingevoerd
Overheid
Het bedrag, dat via de sociale zekerheid uitgekeerd wordt, is hoog maar gaat ondanks demografische ontwikkelingen (vergrijzing) op termijn dalen. Het vervolgen van ftaudeurs met een minimum-inkomen kan sterk worden verminderd Minder werklozen betekent ook minder uitgaven in de sfeer van banenpools, jeugdregelingen, vandalisme, etc. Het belastingstelsel wordt eenvoudiger te hanteren, en mede daardoor is er sprake van een vermindering van de overheidsuitgaven.
Werkzoekenden
De armoedeklem verdwijnt Het wordt immers toegestaan om naast het basisinkomen betaald werk te verrichten. Er komen meer banen beschikbaar doordat het bedrijfsleven gestimuleerd wordt en doordat veel meer mensen voor een deeltijd-baan zullen kiezen. Controle op de vorm van samenleven of op het hebben van betaald werk verdwijnt en daarmee ook de stigmatisering.
Vrijwilligers en zelfstandigen
Onbetaalde arbeid gaat meer gewaardeerd worden. Omdat ieder (volwassen) individu economisch zelfstandig is, krijgt men de keuze om zorgtaken zelf te verrichten of uit te besteden. "Zelfstandigen" kunnen met het basisinkomen als uitgangspunt een eigen bedrijf realiseren. Dat geldt ook voor kunstenaars. Studenten krijgen ook meer vrijheid Wel zullen zij (omdat subsidies aan het hoger onderwijs afgeslankt worden) soms een hoger collegegeld moeten betalen. Daarvoor is ruimte, omdat het opbouwen van een studieschuld in een samenleving waarbij vanaf 23 jaar f.1300,- per maand is gegarandeerd niet knellend hoeft te zijn.
Ouderen en arbeidsongeschikten
Het basisinkomen is een gegarandeerd inkomen. Daarnaast is er ruimte om voorzieningen en subsidies voor ouderen, gehandicapten en zieken minstens op het huidige niveau te handhaven. Dat geldt ook voor de Bijzondere Bijstand en de werkvoorzieningen voor gehandicapten. Samenwonenden krijgen een hoger inkomen dan nu, ook al zullen sommige subsdies voor hen worden verminderd Voor alleenwonenden verandert de koopkracht niet Voor uitkeringsgerechtigden die nog geen 65 jaar zijn en redelijk gezond zijn verandert er daarentegen weer veel. Zij kunnen straks (desgewenst) naast het basisinkomen betaalde arbeid gaan verrichten.
Alleenwonenden
Huishoudens met twee of meer volwassenen hebben relatief meer voordeel van een basisinkomen-systeem dan alleenstaanden. Maar dat is relatief. Ook alleenstaanden met betaald werk hebben straks meer te besteden. Zij zullen veelal in vergelijking met gezinshuishoudens minder pensioenpremie e.d gaan betalen, hetgeen voordelig uitpakt. Alleenwonenden zonder betaald werk krijgen de gelegenheid (net als andere werkzoekenden) om naast het basisinkomen betaald werk te zoeken. Voor één-oudergezinnen is er een toeslagregeling, die zodanig is, dat er in koopkracht niet op achteruit wordt gegaan.
Vakbonden
De positie van de vakbonden wordt versterkt doordat de werkloosheid afneemt Voorts blijven taken als onderhandelen over beloning, het bewaken van de kwaliteit van de arbeid e.d bestaan. Als de verantwoordelijkheid voor het verzekeren van risico's en voor de pensioenopbouw verlegd is naar de werknemers zou de vakbeweging voor haar leden de organisatie daarvan kunnen aanbieden. Dat daarbij meer dan in het verleden rekening gehouden kan worden met de wensen van het individu is winst en kan ervoor zorgen, dat de vakbeweging gevoelig blijft voor de verlangens van alle (potentiële) leden.
Politiek
Een beleid opstarten waardoor het vastlopen van het stelsel van sociale zekerheid wordt bestreden is dringend nodig. Het basisinkomen geeft perspektief voor werkzoekenden en stimuleert de bedrijvigheid Kortom, de kiezers zullen de politici, die het basisinkomen hebben ingevoerd op handen dragen. Het komende kabinet (paars of anderszins) kan als men het bovenstaande verder uitwerkt en verstandig invoeI\ nog jaren op een vaste, hoge, populariteit rekenen.
Saar Boerlage
De kunstenaars
Het afgetreden kabinet heeft ook de sociale zekerheid van de kunstenaars sterk aangetast. Beeldende kunstenaars hebben dit voorjaar de kans gegrepen om in de verkiezingstijd hun afbrokkelende sociale zekerheid aan de orde te stellen. Als alternatief werden onze voorstellen ten aanzien van een basisinkomen bestudeerd In een forumdiskussie, georganiseerd door de FNV-kunstenaars, deed ik naast enige politici, vakbondsmensen e.d. mee aan een (door een stroomstoring bij vlagen chaotisch) debat.
Voor mij was het geen moeilijk debat. Het begrip basisinkomen is bij de beeldende kunstenaars allang een ervaringsfeit. De BBK-regeling was vroeger een soort basisinkomen voor kunstenaars. En de nieuwe regeling van minister d'Ancona heeft dezelfde konstruktie. Het enige probleem is, dat het aantal mensen dat via de regeling financieel in staat wordt gesteld om zich aan de kunst te wijden, sterk wordt verminderd.
Het debat ging niet zo zeer over de wenselijkheid van een basisinkomen, maar richtte zich op de politici die steeds meer kunstenaars dwingen om z.g. passend werk te accepteren en daarmee de beeldende kunst vaarwel te zeggen, of om in grote armoede te gaan leven.
Opvallend was, dat de debatters in de zaal lang niet allemaal voor een basisinkomen van f 1300,- in de maand pleitten. Velen, zouden met ruim f 900,- zich uitstekend kunnen redden. De ontbrekende "snippen" konden dan wel middels kunstverkoop worden verkregen.
Dus ook, als er eerst een basisinkomen wordt ingevoerd van zo’n f 900, (die dan geleidelijk op het juiste niveau wordt gebracht) hebben we de steun van een groot deel van de beeldende kunstenaars. Dat een basisinkomen van f 1300,- nodig is voor mensen, die geen bijverdiensten kunnen vinden, was men wel eens, maar in het debat, dat gericht was op het eigen overleven als kunstenaar was daar weinig ruimte voor.
Kortom, het lijkt mij goed, dat wij in de vereniging basisinkomen de strijd, die de kunstenaars op dit moment moeten voeren volgen en ondersteunen. Het zijn onze natuurlijke bondgenoten. Dat geldt overigens voor veel meer groepen, zoals ik aangeef in het andere door mij voor deze nieuwsbrief geschreven artikel. Maar deze bondgenoot is, zoals het kunstenaars betaamd, een voorhoede, waarvan we veel mogen verwachten.
Saar Boerlage.
De utopie gekwantificeerd
Bron: Economisch Statistische Berichten van 4 mei 1994 Auteur: Nicole de Jager
Wanneer er in Nederland nu eens een gedeeltelijk basisinkomen (gbi) van 50% van het netto minimumloon zou worden ingevoerd, dus in 1994 van ongeveer f. 500,-per maand, wat zouden daarvan dan de gevolgen zijn?
Nicole de Jager, werkzaam op de afdeling Lange Termijn van het Centraal Planbureau heeft samen met enkele collega's geprobeerd deze vraag met behulp van het daar gehanteerde MlMIC rekenmodel te beantwoorden.
De uitkomst? Geen eenduidige economische effecten. Gemeten is het verschil tussen de situatie na 25 jaar doorgaan met het huidige systeem en de situatie na 25 jaar doorgaan met het hier beschreven basisinkomen (verder te noemen: dit gbi). Dit gbi gaat gepaard met afschaffing van alle werldoosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, een uniform tarief voor de inkomstenbelasting van 53% en afschaffing van de belastingvrije voet. AOW en Algemene bijstandswet worden niet genoemd
Berekeningen geven aan dat dit gbi na 25 jaar een teruggang van de werkloosheid van 3,6% te zien geeft, omdat het "de bereidheid tot het accepteren van banen vergroot" (wordt de bijstandsuitkering voor alleenstanden ook verlaagd tot f. 800,- ?), hetgeen een loondaling teweeg brengt en daarom een groei van de werkgelegenheid, vooral voor de laagst opgeleiden, met 65.000 arbeidsjaren.
Tegelijkertijd signaleert het model een tegengestelde tendens: dit gbi brengt werknemers er toe om minder te gaan werken. Hun arbeidsaanbod neemt af met 475.000 jaren, hetgeen leidt tot het verdwijnen van vacatures, dus werkgelegenheid, van 131.000 arbeidsjaren.
De productie is na 25 jaar afgenomen als gevolg van de toestroom van laag opgeleiden en de uitstroom van hoog opgeleiden, maar de gemiddelde koopkracht neemt toe. De gemiddelde belasting- en premiedruk daalt met 7,5% als gevolg van het afschaffen van de traditionele uitkeringen. De export daalt met 3,5%, de import met 1,4%. Het netto reele inkomen van "kostwinners" stijgt met bijna 30%, en van alleenstaande werknemers met iets meer dan 8%.
Van kostwinners die in de WAO zijn beland stijgt het inkomen met meer dan 30% en van alleenstaande werknemers in de WAD daalt het inkomen met meer dan 12%. Alleenstaanden in de WW gaan er meer dan 50% op achteruit Ten aanzien uitkeringsgerechtigden wordt gesteld, dat van dit gbi de "negatieve implicaties op sociaal- maatschappelijk terrein, die zullen ontstaan vanwege de sterke inkomensachteruitgang van uitkeringsgerechtigden niet over het hoofd gezien (moeten) worden".
Deze MIMlC-voorspellingen zien er interessant uit en leiden al snel tot de conclusie dat dit gbi niet ideaal is. Het leidt kennelijk tot meer gevallen van ernstige armoede. Het wachten is nu op het doorrekenen van een volledig basisinkomen, met mogelijkerwijs een geleidelijke invoering en financieringen op andere wijze dan alleen via de inkomstenbelasting.
Wel mag getwijfeld worden aan de neiging van hoger opgeleiden om als gevolg van de ontvangst van een basisinkomen minder te gaan werken of ermee te stoppen. Dit zou misschien kunnen gebeuren wanneer zij en hun partner plotseling onverwacht een flink extra bedrag per maand zouden ontvangen, maar niet wanneer zij van jongs af aan vertrouwd zouden zijn met het basisinkomen en na het volgen van een opleiding zijn gaan werken.
Het gegeven, dat toeneming van werkgelegenheid voor de laagst opgeleiden een daling van de productie teweegbrengt pleit intussen meer voor het stimuleren van opleiding, research en automatisering dan voor het scheppen van banen voor ongeschoolden. Hoe dan ook, verder onderzoek is dringend gewenst.
Gosling Putto
Boeken, boeken!
L.Geleijnse, J.C.Vroomen en RJ.AMuffels: Tussen ministelsel en participatiemodel. Uitgave Sociaal en Cultureel Planbureau, Rijswijk, december 1993, verkrijgbaar bij VUGA uitgeverij en in de boekhandel, 140 pag., prijs f. 24,-.
Op het werkprogramma van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) staat onder andere het project "Stelselvarianten in de sociale zekerheid".
Dit moet antwoorden verschaffen op de volgende vragen:
De eerste resultaten van het project zijn in bovengenoemde publicatie alvast vermeld. Die hebben betrekking op de eerste vraag (het basisinkomen is één der varianten), en op één variant in het kader van de tweede vraag: het ministelsel acht men maatschappelijk niet haalbaar. De belangrijke derde vraag komt nog niet aan de orde. Dat moet blijkbaar in een volgende publicatie gebeuren.
Voorstellen tot wijziging van ons systeem van sociale zekerheid berusten op uiteenlopende doeleinden en uitgangspunten. Hoofdstuk 2 ("Theoretische bouwstenen") van het boekje geeft hiervan een beschrijving.
Zo wordt sociale zekerheid door sommigen opgevat-als bet geheel van instrumenten voor inkomensbescherming bij bepaalde gebeurtenissen. Anderen zien dit begrip ruimer, nl. als een toestand waarin hulp of inkomen onder alle omstandigheden gewaarborgd is. Concrete voorstellen die de laatste tijd zijn gedaan passen meestal alleen in de ruime definitie.
Het blijkt niet goed mogelijk te zijn om maatregelen te vinden die in alle opzichten ten voordele van de te bereiken toestand (voldoende werk, inkomen en welvaart / welzijn) uitwerken. Het dienen van het ene belang gaat ten koste van het andere: inkomenszekerheid kan de prikkel tot arbeid verlagen, verhoging van productiviteit kan arbeidsparticipatie verminderen, bescherming van doelgroepen kan tot hun stigmatisering en maatschappelijke isolatie leiden en tot calculerend gedrag, vergroting van arbeidsparticipatie kan andere nuttige maatschappelijke activiteiten verdringen en negatieve gevolgen hebben voor gezondheid en welzijn van individuen en groepen.
Stelselvarianten verschillen dan ook van elkaar door het grotere belang dat aan verschillende doelen wordt toegekend.
In hoofdstuk 3 passeren de bestaande voorstellen tot stelselwijziging de revue, waaronder het voorstel voor een gedeeltelijk basisinkomen van de WRR in 1985 en recentere voorstellen van de diverse politieke partijen. In hoofdstuk 4 worden drie hoofdtypen van stelsels beschreven: ministelsel, basisinkomen en participatiestelsel. In alle typen stelsels worden de bovenminimale uitkeringen afgeschaft en vervangen door vrijwillige "extra" verzekeringen.
In het ministelsel gaat het voornamelijk om de vergoeding van inkomensverlies. Uitkeringen worden boven een bepaald minimum afhankelijk gesteld van het willen verrichten van betaalde arbeid en het ontbreken van eigen middelen.
In het basisinkomen staat de inkomensgarantie centraal. Het wordt onvoorwaardelijk en voor onbeperkte tijd door de overheid aan iedere ingezetene verstrekt en vereist slechts een gering apparaat voor uitvoering en toezicht. Het is voldoende om van te leven.
In het participatiestelsel gaat het om een breed scala van doeleinden. Soms gaat het om inkomensbescherming, soms om het behoud of verkrijgen van werk en soms om het maatschappelijk welzijn. Uitkeringen boven een zeker minimum worden afhankelijk gesteld voorwaarden die passen bij de individuele omstandigheden van de aanvrager ("maatwerk"). Overheden, werkgevers en burgers zijn gezamenlijk actief om voor arbeidsplaatsen, arbeidsparticipatie en maatschappelijke diensten te zorgen.
Van alle typen stelsels worden enkele varianten beschreven.
In hoofdstuk 5, het laatste, worden de effecten en de haalbaarheid van het ministelsel bekeken. In 1986 en 1992 heeft het SCP hier onderzoek naar gedaan. De economische effecten zijn complex. Uitkeringsgerechtigden en alleenstaanden gaan er duidelijk op achteruit. Alleen wanneer de afgeschafte bovenminimale uitkeringen niet worden herverzekerd zijn er positieve macro-economische effecten, maar dan neemt de inkomensongelijkheid sterk toe. Sommige mensen zijn voorstander van een ministelsel omdat het minder fraudegevoelig is dan het huidige stelsel, de kosten voor sociale zekerheid verlaagt, een prikkel tot arbeid vormt en de keuzevrijheid van de burger vergroot. De tegenstanders voelen zich solidair met de zwakkeren en achten het lage niveau van de uitkeringen een bezwaar. Er blijken meer tegenstanders dan voorstanders van een ministelsel te zijn, waardoor invoering op korte termijn volgens de auteurs een "politiek heikele zaak" is.
Gosling Putto
Uit de pers
"Creeer een aparte arbeidsmarkt voor uitkeringstrekkers" Bron: NRC Handelsblad. 25 juni 1994 Auteur: J.C.Siebrand
Het arbeidsbestel in Nederland is ingewikkeld en leidt er bijvoorbeeld toe, dat arbeid voor laaggeschoolden te duur is, hetgeen voor hen langdurige werkloosheid met zich meebrengt.
Om hier iets aan te doen overweegt J.C.Siebrand, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit, een systeem waarin uitkeringstrekkers voortaan een laag loon ontvangen en een gedeelte van hun uitkering behouden. Dan kunnen diensten, die ten dode leken opgeschreven, weer levensvatbaar worden.
Hierdoor zou natuurlijk grote concurrentievervalsing kunnen optreden, omdat "regulieren" voor werkgevers dan aanmerkelijk minder interessant zouden worden dan uitkeringstrekkers, en daarom moet laatstgenoemde mensensoort worden ondergebracht in een aparte arbeidsmarkt.
Deze aparte arbeidsmarkt kent stringente regels: een werkgever mag maar een beperkt aantal uitkeringsgerechtigden aantrekken, en hen niet zoveel betalen, dat zij wegens hun uitkering meer verdienen dan gewone werknemers, er moet een machtigingssysteem komen voor uitzendbureaus die uitkeringsgerechtigden uitzenden en een "fraudebestendig registratiesysteem " van werkende uitkeringsgerechtigden. En, zo voegt de hoogleraar er aan toe: "Ook allerlei verfijningen zijn uiteraard nog denkbaar".
Het is een goede zaak dat over arbeidsmarktproblemen, samenhangend met ons niveau van sociale zekerheid, wordt nagedacht Het lijkt minder geslaagd, wanneer daarbij een systeem bepleit wordt dat vrijwel zeker extra betutteling en kans op stigmatisering met zich meebrengt.
Het effect dat hier met een aparte arbeidsmarkt beoogd wordt -verlaging van de prijs van arbeid- kan moeiteloos via het basisinkomen bereikt worden. Wellicht zou prof. Siebrand aan dit gegeven ook eens de nodige aandacht kunnen besteden.
Gosling Putto