NIEUWSBRIEF VAN DE WERKPLAATS BASISINKOMEN
Nummer 1 maar t 1991
ISSN 0924-3038
Inhoudsopgave
Redactioneel
Werkplaats Basisinkomen Nieuwe Stijl
1+1=2?
Vrienden van een Basisinkomen
BIRG en het Basisinkomen in Groot-Brittanië!
Basisinkomen en Milieu
Derde conferentie van Basic European Network in Florence
Stichting UNO-Inkomen
Boeken, boeken!
Uit de pers...
Redactioneel
De uitgave van deze Nieuwsbrief heeft even op zich laten wachten. Dat hangt onder andere samen met het vertrek van onze eindredakteur en lay-outer. Marcel Bullinga. Vanaf nu is het eindredaktiewerk en de layout in handen van goedwillende vrijwilligers. De redaktie hoopt dat uw belangstelling daar niet onder lijdt.
In dit nummer vindt u nieuws vanuit de jaarvergadering van de Werkplaats. Met een aankondiging van de nieuwe club van V rienden van een Basisinkomen. Verder maakte Paula van der Wolk een verslag van de conferentie van BIEN in Florence. Kris Douma schreef een artikel over de relatie tussen basisinkomen en milieu. En we laten u kennis maken met het Engelse zusje van de Werkplaats Basisinkomen.
In de rubriek Aangenaam stelt dit keer de stichting UNO-inkomen zich aan u voor.
Paul de Beer schreef een artikel over de individualiseringsdiskussie die op de jaarvergadering plaats vond. Van zijn hand is ook de rubriek "Uit de pers".
Werkplaats Basisinkomen Nieuwe Stijl
De Werkplaats Basisinkomen gaat in 1991 zonder betaalde coördinator funktioneren. De aangesloten organisaties en een nieuw op te richten Vereniging van Vrienden van het Basisinkomen zullen samen de aktiviteiten van de Werkplaats vorm gaan geven.
Dat zijn de belangrijkste conclusies die de jaarvergadering van de Werkplaats Basisinkomen op 17 november 1990 trok. Het dagelijks bestuur had aan de vergadering een notitie voorgelegd met voorstellen voor het toekomstig funktioneren van de Werkplaats. In de notitie werd geconstateerd dat het in de afgelopen jaren niet is gelukt om het maatschappelijk draagvlak van de Werkplaats te vergroten. Het blijkt moeilijk om nieuwe organisaties bij de Werkplaats te krijgen. Verzoeken om subsidie zijn tot nu toe steeds afgewezen. De financiële positie van de Werkplaats is dan ook niet sterk. Het overgrote deel van de contributie-inkomsten werd in de afgelopen jaren besteed aan overheadkosten. Nu de huidige coördinator, Dagmar Varkevisser, heeft aangegeven op zoek te zijn naar een andere werkkring, stelde het bestuur voor om niet opnieuw een betaalde coördinator aan te stellen. Dit voorstel is door de jaarvergadering overgenomen.
Daarbij is op voorstel van Saar Boerlage tevens besloten om een club van Vrienden van het Basisinkomen op te richten. Dat zal aan individuele personen meer mogelijkheden bieden om aktief betrokken te zijn bij de aktiviteiten rondom het basisinkomen. Elders in deze nieuwsbrief leest u meer over deze plannen.
Tijdens de jaarvergadering is ook een nieuwe voorzitter van de Werkplaats Basisinkomen gekozen: Marion van Leeuwen. Marion is als fraktiemedewerkster van de Tweede Kamerfraktie van Groen-Links in het verleden nauw betrokken geweest bij de diskussies over het basisinkomen, met name binnen de PPR.
Het dagelijks bestuur bestaat op dit moment verder uit sekretaris John Toxopeus (Industrie- en Voedingsbond CNV), penningmeester Greetje Lubbi (Voedingsbond FNV), en de leden Ria Dijkstra (Landelijk Steunpunt Vrouwen in de Bijstand), Frans Jacobs (Samenwerkingsverband mensen zonder betaald werk), en Arie Brans (Landelijk WAO-beraad). Arie is de opvolger van Henk de Vos, die op de jaarvergadering afscheid nam als lid van het dagelijks bestuur. Voor 1991 staan er weer een aantal aktiviteiten op het programma van de Werkplaats. De werkgroep onderzoek is van plan om door te gaan met het houden van onderzoeksdebatten. Er staan er drie op de rol: over arbeidsmarktgevolgen van het basisinkomen, over de rol van de staat, en over arbeidsethiek en basisinkomen.
Op 14 september organiseert de Werkplaats samen met de club van Vrienden van het Basisinkomen een grote discussiebijeenkomst over het thema Sociale Vernieuwing of basisinkomen. Het preciese programma hiervan verschijnt in de volgende nieuwsbrief.
Inmiddels heeft de coördinator van de Werkplaats Basisinkomen, Dagmar Varkevisser, met ingang van 1 februari ontslag genomen. Ze gaat. werken als roostermaker bij het streekvervoersbedrijf in Noord-Holland. Dagmar heeft vanaf het begin bij de Werkplaats gewerkt. Ze heeft zich in de afgelopen jaren steeds ingezet om de Werkplaats te versterken. Een zeker niet makkelijke klus, en vaak ook een eenzaam bestaan daar op het kantoortje van de Werkplaats aan de Herman Heijermansweg in Amsterdam. Het kantoor zal nu niet meer dagelijks bemensd zijn. Vandaar dat het handig is om per brief contact op te nemen als men bijvoorbeeld informatie wil aanvragen.
1+1=2?
Door Paul de Beer
Na het zakelijke ochtendgedeelte van de jaarvergadering van de Werkplaats Basisinkomen op zaterdag 17 november 1990 (zie elders in dit nummer), werd de middag ingeruimd voor een discussie over 'basisinkomen en individualisering'. Dat is een ingewikkeld vraagstuk, waar de voorstanders van het basisinkomen te lang aan voorbij gelopen zijn. Simpel gesteld is de vraag: moet iedereen hetzelfde basisinkomen krijgen of moet er onderscheid worden gemaakt tussen samenwonenden en alleenwonenden? De gebruikelijke term 'alleenstaanden' kan maar beter vermeden worden, want het gaat er niet om of iemand een relatie heeft met een ander, maar of je samen een woning deelt. Momenteel geldt, dat de minimumuitkeringen (zoals de bijstand en de AOW) voor alleenwonenden 70 procent van het netto minimumloon bedragen en voor samenwonenden 100 procent (dus per persoon 50 procent). Alleenwonenden krijgen dus een compensatie van 20 procent van het netto minimumloon, omdat het verhoudingsgewijs duurder is om in je eentje een huishouding te voeren. Samenwonenden hebben zogenaamde 'schaalvoordelen': met z'n tweeën heb je maar één koelkast en één wasmachine nodig, een tweepersoonswoning is meestal goedkoper dan twee eenpersoonswoningen, een literpak vruchtensap kost minder dan twee halveliterpakken, en zo zijn er nog tal van voordelen te noemen. De vraag is nu, of er bij de invoering van een basisinkomen ook een dergelijk onderscheid moet worden gemaakt: zou het basisinkomen van een alleenwonende hoger moeten zijn dan van een samenwonende?
Robert van der Veen. medewerker aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de werkgroep onderzoek van de Werkplaats schetste twee tegengestelde standpunten. Het eerste houdt in, dat de overheid zich 'neutraal' dient op te stellen ten aanzien van de keuze die mensen maken om alleen of samen te wonen. Dat wil zeggen, dat. de overheid geen compensatie zou moeten bieden voor de voor- of nadelen die een dergelijke keuze met zich meebrengt. Het tweede standpunt is, dat de overheid reële kostenverschillen wel moet compenseren als er geen sprake is van een vrije keuze. In dat geval moet de overheid wel toetsen of mensen vrijwillig of onvrijwillig alleen wonen. Dat zal niet eenvoudig zijn. Maar zou je niet toetsen, dan krijgen ook mensen een compensatie die er geen recht op hebben, omdat ze vrijwillig of zelfs 'fictief' alleen wonen. Dat zet kwaad bloed bij de rest van de bevolking en leidt tot stigmatisering van de alleenwonenden. Vooral degenen voor wie de compensatie juist bedoeld was zullen daar de dupe van worden. Vamvege deze praktische bezwaren geeft Robert van der Veen de voorkeur aan het eerste standpunt: een even hoog basisinkomen voor alleenwonenden en samenwonenden.
Kris Douma van de Voedingsbond FNV en eveneens lid van de werkgroep onderzoek stelde rechtvaardigheid voor gelijkheid. Of mensen vrijwillig of gedwongen voor alleenwonen kiezen vond hij niet zo belangrijk. Het is eerder andersom: van een vrije keuze kan pas sprake zijn als die keuze geen grote financiële nadelen met zich mee brengt. Dus is een hoger basisinkomen voor alleenwonenden niet veel meer een randvoorwaarde voor keuze vrijheid, zo vroeg hij zich af. Dat bracht hem tot het voorstel om in eerste instantie wel aan iedereen, alleenwonenden en samenwonenden, een zelfde basisinkomen uit te keren, zonder controle en inbreuk op de privacy. Maar wie kan aantonen hogere reële kosten te hebben dan samenwonenden zou een aanvulling op dat basisinkomen kunnen krijgen.
Na deze twee inleidingen ontspon zich een boeiende discussie, waaraan overigens ook door enkele medewerkers van het Platform van Organisaties van Alleenstaanden (het PLOA) werd deelgenomen. Er bestonden duidelijk verschillende opvattingen over de grootte van het verschil in 'draagkracht' tussen alleenwonenden en samenwonenden. Volgens sommigen is de huidige compensatie voor alleenwonenden van 20 procent van het minimumloon veel te weinig, volgens anderen zou het best wat minder kunnen zijn. Waarschijnlijk bestaan er in werkelijkheid nogal wat verschillen tussen mensen in uiteenlopende situaties. Bovendien kunnen er geleidelijk ook veranderingen optreden: nemen samenwonenden niet steeds meer het bestedingspatroon van alleenwonenden over (eigen vriendenkring, eigen hobbies)? Momenteel worden alleenwonenden in een aantal opzichten echter ook ronduit gediscrimineérd: ze krijgen minder huursubsidie, ze kunnen niet profiteren van gezinskortingen in het openbaar vervoer, enzovoorts. Iedereen bleek het erover eens te zijn, dat deze ongelijke behandeling van alleenwonenden dient te verdwijnen. Daardoor zou het financiële nadeel van alleenwonen in ieder geval al wat kleiner kunnen worden. Het grootste verschil zit hem echter in de woonlasten. Gesuggereerd werd om kleine woningen . verhoudingsgewijs goedkoper te maken dan grote woningen. Bovendien zouden bij éénpersoonswoningen gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen moeten komen, zodat bijvoorbeeld niet iedere alleenwonende een eigen wasmachine zou hoeven aan te schaffen. Eventueel zou de huursubsidie voor alleenwonenden juist hoger kunnen worden dan voor samenwonenden. Maar dan doet zich weer het controle probleem voor. Daarover werd duidelijk verschillend gedacht. Sommigen vergeleken die controle met de huidige controle van de samenlevingsvorm bij de belastingheffing, die in de praktijk niet veel om het lijf heeft en nauwelijks inbreuk op de privacy oplevert.
Anderen meenden daarentegen, dat het bij een dergelijke compensatie voor woonlasten om veel grotere bedragen zal gaan, zodat de voordelen van fraude groter worden en dus ook het belang van controle.
Hoewel er duidelijk verschillen van mening bleven, leken de uiteenlopende standpunten elkaar in de loop van de middag toch steeds meer te naderen. En dat mag, bij een zo moeilijk vraagstuk, opmerkelijk heten. Uiteindelijk werden de aanwezigen het zelfs eens over een gemeenschappelijke conclusle: het basisinkomen zelf moet voor iedereen gelijk zijn, maar voor alleenwonenden in de lagere inkomensgroepen moet er een mogelijkheid blijven om een compensatie te krijgen. Die zou echter niet in het basisinkomen zelf moeten worden verwerkt of in de belastingen, maar in de sfeer van de woonlasten. Na een vruchtbare middag kon iedereen dan ook tevreden naar huis. Niet dat de discussie over basisinkomen en individualisering hiermee definitief is afgesloten, maar een stuk vooruit zijn we zeker gekomen.
Vrienden van een Basisinkomen
Voorlopig zijn ze zich nog aan het verzamelen. Ze hebben nog de status van "in oprichting". Maar op 14 september 1991 worden ze een heuse vereniging: de vereniging van Vrienden van een Basisinkomen.
Tijdens de laatste jaarvergadering van de Werkplaats Basisinkomen is besloten om zo'n vereniging te gaan vormen. Steeds meer mensen zien iets in het basisinkomen. Ze willen meedoen aan de diskussie. De structuur van de huidige Werkplaats Basisinkomen leent zich daar eigenlijk, niet zo goed voor. Het is immers vooral een bundeling van organisaties. In de afgelopen jaren hebben tientallen mensen zich aangemeld als sympathisant van de Werkplaats. Zij krijgen nu binnen de nieuwe vereniging een volwaardige plek voor hun inbreng.
Inmiddels zijn de eerste stappen gezet. Een aantal mensen heeft een voorlopig bestuur gevormd dat de oprichtingsvergadering op 14 september voorbereidt. En gaat natuurlijk mensen aanschrijven om lid te worden van de nieuwe club. Alle mensen die sympathisant waren van de Werkplaats hebben inmiddels zo'n verzoek ontvangen. Er worden folders gemaakt om nieuwe leden te werven. De contributie voor de nieuwe vereniging is voorlopig vastgesteld op 25 gulden per jaar. Dat is een gemiddeld bedrag. Voor mensen die het niet breed hebben kan het bedrag ook lager zijn: zij betalen een tientje. Degenen met een hoog inkomen mogen natuurlijk meer overmaken als zij dat willen.
Het voorlopig bestuur bestaat uit Saar Boerlage, Frans Jacobs, Ria Dijkstra en Rob Steinbuch. Ze houden kantoor op het adres van de Werkplaats Basisinkomen: Herman Heijermansweg 20, 1077 WL Amsterdam.
BIRG en het Basisinkomen in Groot-Brittanië
!De diskussie over een basisinkomen vindt niet alleen in ons land plaats. In Engeland bestaat sinds 1984 de Basic Income Research Group (BIRG). BIRG is een organisatie die los staat van politieke partijen. Hun doel is de diskussie over basisinkomen te stimuleren. Zij geven twee maal per jaar een bulletin uit waarin o.a. onderzoeksresultaten worden gepubliceerd. In de afgelopen jaren hebben ze een aantal konferenties en seminars georganiseerd. BIRG is een aktief deelnemer aan het Basic Income European Network. De ideeën van BIRG over een basisinkomen zien er als volgt uit.
Nieuwe heffing
Het basisinkomen is een onvoorwaardelijk inkomen dat elke legale ingezetene ontvangt. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar sexe of huwelijkse staat. Het basisinkomen is belastingvrij, en er is geen inkomenstoets. Over het overige inkomen wordt belasting geheven. Daarbij streeft men een belastingsysteem na waarbij de huidige inkomstenbelasting en sociale verzekeringspremies in een nieuwe heffing opgaan.
Als het basisinkomen wordt ingevoerd volgens het idee van BIRG kan het grootste deel van het bestaande systeem van belastingtoeslagen, subsidies en individuele sociale-bijstandsregelingen komen te vervallen. Wel wil BIRG een toeslag bovenop het basisinkomen voor ouderen en gehandicapten. Om de kansen op invoeren van een basisinkomen te vergroten pleit BIRG ervoor om te beginnen met een laag bedrag per individu als eerste stap (bijv. 11 pond per week per volwassene en per kind).
Daarna zou dit bedrag in stappen moeten worden verhoogd op weg naar een inkomen dat voldoende is om in de eerste levensbehoeften te voorzien. BIRG noemt een aantal voordelen van een basisinkomen ten opzichte van het bestaande inkomenssysteem. Iedereen heeft recht op een individueel inkomen, ongeacht of men betaald werk verricht. Dit is m.n. gunstig voor moeders/verzorgers van kleine kinderen.
Veel eenvoudiger
Het belastingsysteem wordt geindividualiseerd. In tegenstelling tot het bestaande systeem wordt het huwelijk niet langer gesubsidieerd. Men is vrij om bovenop het basisinkomen ander inkomen te verdienen. Dat zal meer stimuleren tot deelnemen aan de betaalde arbeid dan het huidige systeem waarbij inkomen uit arbeid in mindering wordt gebracht op uitkering en bepaalde subsidies. Met een basisinkomen wordt deelname aan onderwijs gestimuleerd. Nu is dat voor mensen met een werkloosheidsuitkering onmogelijk. Het systeem van basisinkomen is veel eenvoudiger dan het huidige belasting en sociale zekerheidssysteem. Daardoor zal het niet gebruiken van rechten aanmerkelijk teruglopen. Het basisinkomen zal geindexeerd worden aan de welvaartsontwikkeling. Dit is een aanmerkelijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie, waarin de bijstand en andere uitkeringen op z'n best de prijsstijging volgen. Voor de komende jaren richt BIRG de diskussie in eigen land vooral op de arbeidsmarktgevolgen van invoering van een basisinkomen. Daarbij komen ook zaken als participatiegraad van vrouwen en migranten aan de orde. Internationaal concentreert men zich op de diskussie in het kader van de éénwording van Europa. BIRG zal daarbij pleiten voor invoering in alle lidstaten van een klein, onvoorwaardelijk basisinkomen zonder inkomenstoets. BIRG is bereikbaar via het volgende adres: 102 Pepys Road, London SE14 lSG
Basisinkomen en Milieu
De voorstanders van invoering van een basisinkomen stellen zich de vraag of, en zo ja hoe, het basisinkomen een bijdrage kan leveren aan het milieu. Nog voordat de discussie goed en wel is begonnen concluderen sommigen al dat de relatie tussen basisinkomen en milieu ver te zoeken is. Wie de recente studiedag, georganiseerd door het Landelijk Milieu Overleg en de Werkplaats Basisinkomen, heeft bijgewoond, kan tot een veel positievere conclusie komen.
Wie een basisinkomen heeft kan besluiten om werk, dat vanuit milieuoverwegingen onaanvaardbaar is, te weigeren. Hetzelfde geldt voor milieuvervuilende aktiviteiten binnen werk dat verder aanvaardbaar is. Op zich zou je dit ook kunnen regelen door middel van een wettelijke regeling voor werkweigering op milieugronden. Maar zelfs bij een gegeven ontslag, dat kennelijk onredelijk is, zakt de ontslagen werknemer na verloop van tijd naar bijstandsniveau. Of daaronder, als hij of zij een werkende partner heeft. Met een basisinkomen achter de hand zeg je toch gemakkelijker "nee".
In de biologische land- en tuinbouw, in de reparatiesector, in het gescheiden inzamelen en verwerken van afval, en in delen van het openbaar vervoer is sprake van activiteiten die nu niet of nauwelijks economisch rendabel zijn. De hoogte van de arbeidskosten is hiervan de belangrijkste oorzaak. Invoering van een basisinkomen zal ertoe leiden dat de noodzakelijke arbeidskosten om tot een aanvaardbaar netto-inkomen te komen. omlaag kunnen. Onderzoek en ontwikkeling van milieuvriendelijk produkten en produktietechnieken worden dan beter betaalbaar.
Het meer gelijk trekken van inkomens is een zelfstandige doelstelling van voorstanders van het basisinkomen. Een dergelijk beleid vergroot het draagvlak voor vergaande milieumaatregelen. Zoals bijvoorbeeld de door het Centrum voor Energiebesparing . voorgestelde aardgas heffing. Het oude verhaal van de zwaarste lasten op de sterkste schouders gaat ook voor het milieubeleid op. En wie vreest dat gelijktrekking van inkomens de milieuvervuiling door de laagste inkomensgroep doet toenemen stel ik de vraag wat u liever heeft: een derde vliegvakantie voor de familie Caransa of een midweekje Centerparcs voor een inpakster in een vleeswarenfabriek?
Aan het huidige stelsel van sociale zekerheid betaalt iedereen met een inkomen mee. En voor een aantal uitkeringen betalen alleen mensen met een baan buitenshuis de premies. Invoering van het basisinkomen doorbreekt de relatie tussen werk en uitkering. De keerzijde daarvan is dat ook heffingen voor meer dan alleen werkenden kunnen worden ingevoerd. Dat opent de weg naar het invoeren van een algemene milieuheffing ter financiering van een deel van de collectieve lasten. Voorstanders van een basisinkomen en de milieubeweging hebben hier een gedeeld belang.
Mensen met een basisinkomen zullen korter willen werken. Dat leidt tot herverdeling van betaald werk en vrije tijd. Sommigen stellen daartegenover dat veel mensen zich in hun vrije tijd juist enorm vervuilend gedragen. Maar ten eerste gaat het om een herverdeling van vrije tijd. En ten tweede leidt het doortrekken van zo'n redenering wel tot een buitengewoon merkwaardige conclusie. Omdat vrije tijd slecht voor het milieu zou zijn moeten mensen maar zoveel en zolang mogelijk werken. Die redenering komt ook tot uiting in reakties vanuit de milieubeweging op voorstellen van de, FNV om te komen tot een vierdaagse werkweek. Mij bekruipt dan toch het gevoel dat hier de wereld op z'n kop wordt gezet.
Basisinkomen en milieu: het zijn vaak dezelfde mensen die zich voor beide inzetten. Een conclusie waarover men schamper kan doen. Maar nog lang niet iedereen is ervan overtuigd, dat de milieuproblematiek kan worden opgelost binnen het huidige economische svsteem. Voor die mensen heeft het nadenken over de relatie basisinkomen en milieu interessante aspecten. Het is geen ei van Columbus, maar wel een onderwerp dat verdere studie en discussie vergt. En dan praten we wel over een fundamentelere aanpak van het milieu dan nu door het kabinet en een deel van de milieubeweging wordt bepleit.
Kris Douma.
sociaal-econoom van de Voedingsbond FNV.
Derde conferentie van Basic European Network in Florence
19 t/m 21 september 1990
De derde BIEN-conferentie was groter, mooier en duurder dan alles wat we tot nu toe rond het basisinkomen hebben meegemaakt. Meer dan 120 deelnemers uit meer dan 15 landen, meer dan 60 papers, simultaan vertaling in drie talen (uiteraard niet in het Nederlands), de indrukwekkende achtergrond van de Europese universiteit, het was groots. En Nederland was ' goed vertegenwoordigd. Ongeveer 10 mensen waren per vliegtuig, trein of auto naar Florence gegaan. De meesten goede bekenden van de Werkplaats.
De onderwerpen van de conferentie waren:
Presentatie, en discussie lieten zien hoe veelomvattend en gevarieerd het denken over basisinkomen is geworden.
Argumenten, financierigsbronnen en doelstellingen van het basisinkomen lopen ver uit elkaar in de discussie. Michael Opiëlka uit Duitsland vindt een arbeidsplicht noodzakelijk. Moira Mullarney uit Ierland wil vromven de gelegenheid geven hun kinderen zelf thuis op te voeden. Gunnar Adler-Karlsson uit Zweden wil een basisinkomen aan mensen uit de derde wereld geven op voorwaarde van een strenge geboortebeperking. Tibor Liska uit Hongarije wil een socialistisch ondernemerschap mogelijk maken. En de Italianen willen het noord-zuidprobleem in eigen land oplossen en de maffia buiten spel zetten.
Het is fascinerend om te zien hoe mensen met heel verschillende achtergronden in taal, beroep, cultuur en politieke opvattingen pogen een mogelijkheid te vinden om zonder al te veel misverstanden te communiceren. Jammer genoeg was discussie over de gepresenteerde stukken amper mogelijk. De korte momenten van plenaire discussie waren onvoldoende om de gewenste diepgang te bereiken. Buiten de conferentie is er dan ook fors doorgepraat, vaak in kleine groepjes op een terrasje ergens in de stad. Er was gelukkig volop mogelijkheid om contact te maken. Zo bezien was de conferentie zeer geslaagd. We hopen dat er een volgende keer de mogelijkheid voor paralel lopende workshops zal bestaan, om in kleinere groepen dieper op fundamentele en praktische problemen in te gaan.
De volgende. vierde BIEN-conferentie vindt in september 1992 in Genève plaats.
Paula van der Wolk
Stichting UNO-Inkomen
Extra UNO-basisinkomen voor alle mensen
Mensenrechten - ook van ekonomische aard - zijn niet voor ieder gerealiseerd, dat staat wel onomstotelijk vast. Geen wonder dat er veel mensen en groepen zijn die naar verbetering streven, ieder op eigen wijze. Door de steeds toenemende verwevenheid van alle problemen is het echter onontbeerlijk dat er een mondiale belangensynthese ontstaat, waarin ieder ook de eigen wensen terug kan vinden. Zou zo'n eenheid in verscheidenheid niet de essentiele voorwaarde zijn om mensenrechten op allerlei gebied tot stand te kunnen brengen? Onze wereld kent een organisatie - de UNO - die al sinds WO 11 naar dezelfde levens- en ontwikkelingskansen voor ieder streeft. Haar idealen zouden in een praktisch uitvoerend orgaan tot nieuwe besluitvormingen en gelijkwaardige ekonomische relaties kunnen leiden. Daaraan voorafgaand is een doorbraak in universeel menselijke bewustwording nodig teneinde een nieuwe grote visie op alle belangen te realiseren. Het kenmerk van inzicht en visie is dat het de binnenwereld van de mens in kreatieve wissehverking brengt met zijn of haar buitenwereld. Daarom eerst enige uitgangspunten die leiden tot een pleidooi voor extra UNO-basisinkomen.
Het androgyne levensprincipe zal bewust ontwikkeld en geëerbiedigd moeten worden, d.w.z. de volstrekte gelijkwaardigheid van de man en de vrouw in jezelf en in de wereld, wat je het ‘menswordingsprincipe’ kunt noemen. Het leidt tot groeiende harmonie tussen denken en gevoel: daaruit ontstaan kreatieve daden. Het voorkomt destruktie en vervreemding in grijze onpersoonlijke situaties. Innerlijke samenwerking geeft meer eenheid in zowel het persoonlijk-sexuele als het maatschappelijk-ekonomische vlak: ze zijn ten nauwste met elkaar verbonden. Het eerste staat immers voor onze geboorte en het tweede voor onze overleving. Samenwerking van deze principes voegt aan ons gevoel datgene toe wat we liefde noemen en aan ons denken wat we rede. noemen. Dit innerlijke proces leidt tot ontplooiing van de geest: ons intuïtieve godsbewustzijn. Kreatieve synthesen en wijze beslissingen zijn daarvan het gevolg. Is ieder mens in diepste wezen niet op zoek naar eenheid en vrede met zichzelf en harmonie met anderen?
Sociokratische besluitvorming in de buitenwereld is de konsekwentie van het androgyne proces in ieders binnen wereld. Het leidt naar gezamenlijk delen van verantwoordelijkheid, waardoor eenheid van geest meer kans krijgt. In een sociokratisch model kan dit het beste ontwikkeld worden door besluitvorming op basis van consensus, in kleine kringen van 25 personen. Ieder kan daar beurtelings het woord voeren. Zolang iemand gemotiveerde bezwaren heeft tegen een te nemen besluit, verleent hij of zij geen consent (toestemming) totdat een aanvaardbare verbetering is gevonden. Op deze wijze kan een meerderheid nooit een minderheid of een individu overheersen. Zo kan een wereldbevolking van 5 miljard mensen uit 5 miljoen basisgroepen van 25 volwassen personen bestaan, die door 10 miljoen UNO-werkers begeleid worden. Per groep steeds een regionaal en een internationaal gekozen begeleider.
Door zgn. dubbele koppeling van basisgroepen aan hogere groepen gaat een organisch geheel ontstaan van individuen, die zowel plaatselijk als nationaal in wisselwerking staan met het geheel. Wat dan de individuele mens meer veiligheid en kracht geven dan zich gedragen te weten door dat geheel en daaraan zelf mee te werken in het belang van allen?
Het extra UNO-basisinkomen is de vrucht van het bovengenoemde besluitvormingsnetwerk dat als zelfbestuur van de mensheid gaat werken. UNO-werkers inventariseren bij ieder de extra persoonlijke bestellingen van goederen en diensten in relatie tot extra produktiemogelijkheden met behulp van computers en de modernste kommunikatiemiddelen. Uit het evenwicht tussen extra vraag en extra aanbod ontstaat een selektieve meerproduktie die door een klein deel van de - tegen salaris - werkenden geleverd kan worden. Dit is mogelijk door de steeds toenemende arbeidsproduktiviteit. Naar berekening zou het groeiende extra UNO-basisinkomen (in de vorm van goederen en diensten) kunnen beginnen met $250 per persoon per jaar, weinig voor ons, veel voor de derde wereld. In deze gedachtengang treedt de UNO op als mondiale makelaar tussen producent en konsument met een geneutraliseerde rekeneenheid (de UNO-dollar) als verbinding die uitsluitend giraal gebruikt kan worden. De girale UNO-dollars worden door de mondiale UNO-bank gekreëerd en inflatievrij gedekt door de meerwaarde van de te maken extra. UNO-produktie. Geld is immers een afspraak, een rekeneenheid die tussen producent en konsument gezet wordt om de ruil te vergemakkelijken. Met behulp van bestaande banken komen de girale UNO-gelden renteloos ter beschikking van de producenten. Hun leveranties aan de UNO worden gratis aan alle konsumentenbestellers doorgegeven met ieders persoonlijke kontrole en die van de twee UNO-werkers in hun omgeving.
Op die manier kun je je eigenbelang het best bewaken, maar er wordt ook voorkomen dat je een ander kunt uitbuiten. Er wordt uitsluitend schoon en selektief geproduceerd na voorafgaande consensus: materieel voor de armeren en immaterieel voor de rijkeren. De materiële sektor is aan beperkingen onderhevig, omdat we de vervuiling moeten terugdringen. De immateriële is oneindig uit te breiden, waardoor werkloosheid opgeheven en voorkomen kan worden. Geest is niet vervuilend en staat niemand in de weg. Materie is nodig om het funktioneren van onze geest op aarde mogelijk te maken. Alle besluiten, vanaf de persoonlijke tegoed besteding tot in de UNO-ekonomische top worden met consent genomen, waardoor ieder de eigen belangen en die van de mensheid als geheel kan bewaken en bevorderen. Deze voorbeeld-ekonomie kan gezien worden als dynamisch antwoord op de grote problemen van deze tijd, waardoor het ook een sanerende invloed op de bestaande ekonomieën zal hebben. Wederzijdse bevruchting kan daar het gevolg van zijn. In feite ontstaan er drie samenhangende circuits: het bestaande dat op macht en geld berust, het extra UNO-model dat daaraan ontheven is en het vrijetijdscircuit van de toekomst, waarin mensen elkaar uit louter kreatief plezier en liefde ruildiensten bewijzen. Het doordenken van het UNO-ekonomisch konsept kan vandaag beginnen.
Voor reakties: Stichting UNO-Inkomen, Waalbandijk 8. 4064 CB Varik. tel. 03445-1953 (bgg 020-6627495).
Het boek 'Voor' is te bestellen door storting van f 25,-- op giro 313413 van de stichting. Pieter Kooistra, Stichting UNO-inkomen
Boeken, boeken!
Joop M. Roebroek, Erik Hogenboom, Basisinkomen, alternatieve uitkering of nieuw paradigma?, COSZ reeks nr.24, VUGA Uitgeverij, Postbus 16400, 2500 BK Den Haag, mei 1990, 252 pag., ISBN 90 52502064.
In opdracht van de Commissie Onderzoek Sociale Zekerheid, een adviesorgaan van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hebben Roebroek en Hogenboom een inventarisatie gemaakt van ideeën en discussies over het basisinkomen. Daarbij hebben zij er nadrukkelijk naar gestreefd om het basisinkomen in het bredere debat over de toekomst van de welvaartstaat en de sociale zekerheid te plaatsen. In het eerste hoofdstuk bespreken zij de (historische) relatie tussen welvaartstaat, sociale zekerheid en basisinkomen en de 'uitdagingen en problematieken' voor de toekomst. Vervolgens proberen zij door een overzicht te geven van ideaaltypen, modellen en varianten, wat orde te scheppen in de veelheid van begrippen als basisinkomen. burgerloon, gegarandeerd minimuminkomen, negatieve inkomstenbelasting en sociaal dividend. Uiteindelijk kiezen zij voor een indeling op basis van de (on)voorwaardelijkheid van de uitkering met betrekking tot arbeid, inkomen, aard. van het leef verband en persoonlijke kenmerken (zoals sexe en ras). Dit resulteert in vier modellen, namelijk het volledig basisinkomen (met als submodel het gedeeltelijk basisinkomen), het huishouden basisinkomen (waarvan de hoogte afhankelijk is van de omvang en samenstelling van het huishouden), de negatieve inkomstenbelasting (die voorwaardelijk is in termen van inkomen) en het contractuele basisinkomen (waar een plicht tot arbeid tegenover staat). Je kunt je echter afvragen of deze indeling wel zo gelukkig is.
Zo kan een negatieve inkomstenbelasting in haar uitwerking precies gelijk zijn aan een volledig basisinkomen. En een huishouden-basisinkomen lijkt eerder een variant (of submodel) van elk van de andere modellen. In hoofdstuk 3 worden de argumenten voor en tegen een basisinkomen geïnventariseerd. Onvermijdelijk moeten de argumenten daarbij vaak zeer beknopt worden weergegeven, waardoor er lang niet altijd recht aan gedaan wordt. Bovendien gaat het streven naar een verfijnde indeling van argumenten enigszins ten koste van de overzichtelijkheid en leesbaarheid van het betoog. In het vierde en vijfde hoofdstuk wordt een zeer uitgebreid overzicht gegeven van achtereenvolgens de internationale en de Nederlandse discussie over het basisinkomen. Wie mocht menen dat de discussie over het basisinkomen een vrij recente bevlieging van een paar Nederlandse dagdromers is, zal na lezing van deze hoofdstukken moeten erkennen dat de discussie heel wat ouder en wijder verbreid is. Tenslotte wordt in het laatste hoofdstuk het basisinkomen als maatschappelijk project beschreven. Voorstanders van een gedeeltelijk basisinkomen of een negatieve inkomstenbelasting zien het basisinkomen vaak als een alternatieve uitkering die vooral bedoeld is om de (arbeids )markt beter te laten functioneren. Voorstanders van een volledig basisinkomen gaan vaker uit van een nieuw paradigma waarin collectieve (maatschappelijke) doeleinden voorop staan. Een dergelijke tweedeling is echter nogal zwart wit en negeert de grote verscheidenheid aan visies van waaruit een basisinkomen wordt bepleit. Zo kan een marktgerichte benadering best samengaan met een sterke nadruk op collectieve belangen. Ondanks deze kritische opmerkingen kan Basisinkomen. alternatieve uitkering of nieuw paradigma? van harte worden aanbevolen. Het is zonder twijfel het meest volledige overzicht van ideeën en discussies over het basisinkomen dat in Nederland en daarbuiten beschikbaar is.
Vooral ook dankzij de zeer uitgebreide literatuurlijst kan het uitstekend dienst doen als naslagwerk en wegwijzer naar andere publikaties. Ieder die zich wat grondiger in het basisinkomen wil verdiepen doet er dan ook verstandig aan eerst dit boek te raadplegen.
Raf Janssen. Armoede of soberheid. De verarming van mens en milieu als nieuwe sociale kwestie, Commissie Oriënteringsdagen, Biltstraat l01c, 3572 AL Utrecht, juni 1990, 249 pag., ISBN 9071003 12 4.
Raf Janssen heeft een bevlogen proefschrift geschreven, dat je onmogelijk kunt lezen zonder regelmatig instemmend te mompelen of afkeurend te brommen. Janssen haalt veel, heel veel overhoop in zijn speurtocht naar de oorzaken van en oplossing voor het armoede en milieuprobleem. Na alle bekende oplossingen aan de kant te hebben geschoven, pleit hij zelf voor een economisch en ecologisch alternatief waarin 'soberheid' centraal staat. Een belangrijk middel om dit ideaal naderbij te brengen is de invoering van een basisinkomen dat mensen in staat stelt afstand te nemen van de kwalijke geldeconomie en door middel van 'eigenarbeid' in de eigen en andermans/vrouws behoeften te voorzien.
Gerard van Otterloo, De Partij van Liefde en Geluk. Een politiek essay, Gemeentedrukkerij Den Haag, 1990, 60 pag.
De oud-wethouder van Den Haag, die 'sneuvelde' in de strijd om het nieuwe Haagse stadhuis, houdt zijn partij, de PvdA, een alternatieve visie op de problemen van de verzorgingsmaatschappij voor. De zorg van de overheid mag mensen niet afhankelijk maken, maar moet hen de mogelijkheid bieden zelf verantwoordelijkheid te dragen. Sancties moeten vervangen worden door positieve stimulansen. Een basisinkomen is een van de middelen die daartoe zouden kunnen bi jdragen.
FNV, Economische zelfstandigheid en solidariteit, Nota en ontwerp resolutie ten behoeve van het FNV congres op 12 en 13 november 1990 te Amsterdam.
In de nota, die inmiddels door het FNV congres is overgenomen. worden concrete stappen aangegeven op weg naar economische zelfstandigheid voor iedereen. Herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid blijft in de visie van de FNV het aangewezen middel daarvoor. Maar tegelijkertijd moeten maatregelen worden genomen in de sfeer van de sociale zekerheid en belasting heffing. Uiteindelijk moet er een Algemene Volksverzekering tegen Werkloosheid komen, die aan iedereen die vlerk zoekt een zelfstandige uitkering op sociaal minimum niveau biedt, ongeacht het arbeidsverleden. Vooruitlopend op deze A VW moeten de kostwinnerstoeslagen in de inkomstenbelasting worden omgezet in een kleine zelfstandige uitkering voor afhankelijke partners, mogelijkerwijs in de vorm van een negatieve inkomstenbelasting. Hoewel deze ideeën enige overeenkomst vertonen met een basisinkomen houdt de FNV wel vast aan de principiële band tussen arbeid en inkomen.
(Voor een aantal reacties zie de rubriek Uit de pers ...)
Uit
de pers...Halverwege het afgelopen jaar wakkerde de belangstelling van de media voor het basisinkomen weer even aan, naar aanleiding van publikaties van Roebroek en Hogenboom, Renooy en de FNV (zie de boekenrubriek). Inmiddels lijkt de belangstelling al weer weggeëbd, wie weet in afwachting van de volgende opleving.
De charme van de basisinkomen-discussie, Bron: de Volks krant van 9 juni 1990 Auteur: Lidy Nicolasen
In een interview pleit de Tilburgse onderzoeker Joop Roebroek voor een herbezinning op het stelsel van sociale zekerheid. Daarbij zou ook het basisinkomen in de discussie moeten worden betrokken. "Ik ben niet meteen een voorstander van het basisinkomen. Het gaat me vooral om de discussie die het basisinkomen losmaakt. De charme van die discussie is dat je een beeld krijgt van ieders normen en waarden. Iedereen zal worden gedwongen uit het verkokerde systeem te stappen en te zoeken naar algemene oplossingen voor mensen die van arbeid zijn uitgesloten."
Sociaal burgerschap Bron: Intermediair van 15 juni 1990 Auteur: Joop M. Roebroek
In Intermediair licht Roebroek zijn standpunt nader toe. Hoewel het debat over het basisinkomen ten einde lijkt, "blijft het perspectief van een éénduidige en helder uitvoerbare basisuitkering, al dan niet, in de vorm van een basisinkomen, wenken". Daarvoor zijn verschillende redenen. Een debat over het basisinkomen dwingt ertoe "de sociale zekerheid in zijn maatschappelijke context te bezien." Het stelsel van sociale zekerheid staat immers ook voor een bepaalde maatschappelijke ordening. Ten tweede gaat het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel steeds meer op een basisuitkering lijken bijna negentig procent van de uitkeringen ligt op het minimumniveau. Voor een discussie over een dergelijk 'mini-stelsel' vormen ideeën en voorstellen voor een basisinkomen belangrijke ingrediënten. Tenslotte "kan een discussie over een basisvoorziening nieuwe inhoud geven aan het begrip sociaal burgerschap en de mogelijkheid bieden de verhouding tussen staat en burger opnieuw te definiëren in termen van rechten en plichten."
De zoete wraak van Douben Bron: de Volkskrant van 16 juni 1990, Auteur: Pieter Broertjes
Vijf jaar geleden werd het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), 'Waarborgen voor zekerheid', waarin een gedeeltelijk basisinkomen van 450 gulden per maand , werd bepleit, onmiddellijk door bijna iedereen afgekraakt. Nu constateert prof. Nico Douben, de opsteller van het rapport, dat het recente FNV plan voor een nieuw stelsel van sociale zekerheid (zie ook de boekenrubriek) een aantal overeenkomsten vertoont met het WRR voorstel. "Het is een spoorlijntje naar de grote nieuwe spoorlijn die de WRR heeft uitgestippeld." Maar er zijn twee belangrijke verschillen. "De FNV wil uiteindelijk een basisuitkering geven die overeenkomt met het sociaal minimum. (...) Dat is niet de beste prikkel om de arbeidsmarkt optimaal te laten functioneren:' Het tweede verschil is, dat de WRR uitgaat,. van een onvoorwaardelijk recht op inkomen, terwijl de FNV de eis stelt dat iemand beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. "Dat vind ik verkeerd. Dan moet je mensen uiteindelijk dwingen betaalde arbeid te verrichten, ook tegen hun zin. Individuele economische zelfstandigheid kan dan worden ervaren als sociale dienstplicht. Dat is funest voor de motivatie waarmee werk wordt verricht:'
Doorbraak Bron: de Volkskrant van 23 juni 1990, Auteur: Pieter Broertjes
In een interview met Piet Renooy, naar aanleiding van diens proefschrift over de informele economie, beveelt deze een radicale therapie aan. Formele arbeid moet goedkoper worden gemaakt door een basisinkomen in te' voeren en het minimumloon af te schaffen. Hij is niet bang dat daardoor de prikkel om te werken verdwijnt. "Welnee, mensen willen om meer dan alleen geld graag zinvolle arbeid verrichten. En als een enkeling thuisblijft, so what ? De grap van een basisinkomen is dat je, de extra verdiensten mag houden. Die krankzinnige marginale druk in Nederland veroorzaakt mede informeel werk:' Volgens Renooy is er een kentering in het denken over het basisinkomen op komst. Hij wijst daarbij op de rapporten van Roebroek en Hogenboom en van de FNV: "Als een belangrijke maatschappelijke factor als de vakbeweging kiest voor zo'n radicale opstelling is dat een steun in de rug voor mensen die al tien jaar pleiten voor een (gedeeltelijk) basisinkomen. De doorbraak is er."
Negatieve inkomstenbelasting, Bron: de Volkskrant van 27 juni 1990, Auteur: Rick van der Ploeg
In zijn column reageert de Tilburgse hoogleraar op het FNV plan voor een basisuitkering. Als alternatief bepleit hij "een integratie van het belastingsysteem met het sociale zekerheidsstelsel: een negatieve inkomstenbelasting. Ja, dat klinkt pas leuk! Linkse en rechtse economen in het buitenland pleiten hier al jaren voor. (…) Het idee is heel simpel: gebruik het belastingsysteem om geld over te hevelen van mensen boven een bepaald minimum naar mensen beneden dit niveau en sta mensen ten alle tijde toe om geld in de marge bij te verdienen met behoud van inkomen. In feite is dit een rechtse oplossing. (...) De voordelen van een negatieve inkomstenbelasting zijn dat het de moeite waard wordt voor uitkeringsgerechtigden aan de slag te gaan, dat de stigmatisering van uitkeringsgerechtigden minder wordt, en dat de enorme bureaucratie die gepaard gaat met de huidige rijstebrij aan uitkeringen verdwijnt." Het idee lijkt op het WRR plan van vijf jaar geleden en ook wel op de voorstellen voor een volledig basisinkomen van zo'n 1200 gulden per maand. "Dit neemt echter alle prikkels om te werken weg, leidt tot een hoog financieringstekort en is daarom geen haalbare kaart."
VVD'ers voor een basisinkomen, Bron: de Volkskrant van 28 juli 1990
De 'groep van 35', een club van 35 VVD'ers die aanstuurt op samenwerking met D66, is voorstander van een basisinkomen voor iedereen. Dat leidt tot een omvangrijke afslanking van het overheidsapparaat en een steviger economische basis voor het bedrijfsleven. Een groot aantal uitkeringen en subsidies kan dan worden afgeschaft. Werkgevers kunnen in het plan de helft van het basisinkomen van het loon aftrekken. De jaarlijkse kosten bedragen ongeveer negen miljard gulden.
Iedereen een eigen inkomen, Bron: Intermediair van 19 oktober 1990, Auteurs: Paul de Beer en Jola Jakson
De auteurs reageren 'kritisch positief' op het plan van de FNV voor een algemene volksverzekering tegen werkloosheid. De FNV doet een serieuze poging om concrete stappen in de richting van een geëmancipeerde samenleving te zetten, maar volgt "een ietwat zwalkende koers", omdat zij de kool en de geit wil sparen. "Dat leidt ertoe, dat men enerzijds vasthoudt aan de principiële band tussen arbeid en inkomen, maar anderzijds overweegt aan afhankelijke partners een bescheiden inkomen toe te kennen zonder verplichtingen. Een wat minder omzichtige benadering met meer uitgesproken voorkeuren zou een helderder en consistenter voorstel opleveren. Kiest men zonder meer voor een zelfstandig uitkeringsrecht en gelijke behandeling van iedereen, ongeacht het arbeidsverleden en de samenlevingsvorm, dan tekenen zich al snel de contouren af van een simpel doorzichtig en samenhangend stelsel dat haast vanzelfsprekend uitmondt in een gegarandeerd basisinkomen."