NIEUWSBRIEF VAN DE WERKPLAATS BASISINKOMEN
Nummer 3 oktober 1991
Issn 0924-3038
Inhoudsopgave
Redaktioneel
Jaarvergadering Werkplaats Basisinkomen
Basisinkomen of sociale vernieuwing?
Basisinkomen: zand of smeerolie in de motor van de arbeidsmarkt?
Basisinkomen een stap te ver voor de Jonge Socialisten
Boeken, boeken!
Uit de pers...
Redaktioneel
Na een toch nog mooie zomer. wat het weer betreft dan, de derde Nieuwsbrief van 1991 die in een tijd verschijnt waarin e.e.a. op losse schroeven staat. De inhoud van deze Nieuwsbrief en het idee Basisinkomen daarvan uitgezonderd.
U vindt in deze uitgave iets over de aanstaande Jaarvergadering . van de Werkplaats Basisinkomen en een verslag over de gehouden debatten van 14 september met als onderwerp "Basisinkomen en Sociale Vernieuwing?"
Verder een bijdrage van Jeanne van den Heuvel met het onderwerp "Basisinkomen verbetert positie alleenstaande ouders."
En Paul de Beer met o.a. "Basisinkomen een stap te ver voor de Jonge Socialisten". Kris Douma heeft een boek gelezen. bij de boekbespreking op de pagina's 15 t/m 18 kunt u daarvan genieten, de titel ervan is "Het gelijk van het genoeg".
Jaarvergadering Werkplaats Basisinkomen
Op zaterdag 23 november 1991 vindt de jaarvergadering van de Werkplaats Basisinkomen plaats in Utrecht. Tijdens het ochtendgedeelte wordt gepraat over de toekomstplannen van de Werkplaats.
's Middags is er een inhoudelijke diskussie. Die zal gaan over de vraag hoe het maatschappelijke debat over het basisinkomen er voor staat, en hoe we hiermee verder gaan in de komende jaren.
Mensen die de jaarvergadering willen bijwonen kunnen zich opgeven bij de Werkplaats Basisinkomen, Herman Heijermansweg 20, 1077 WL Amsterdam.
Te zijner tijd ontvangen ze dan de agenda en stukken voor de vergadering.
Basisinkomen of sociale vernieuwing?
"Han 'Jojo' ten Cate, de zanger van de Oost-Groningse heavymetalband de Tuney Tunes. is een groot voorstander van het idee." Bram van Ojik van Groen Links heeft het over het basisinkomen. Een fatsoenlijk inkomen voor iedereen boven de achttien jaar, dat losstaat van werk.
Het is 14 september, de dag waarop de klub 'Vriendinnen en vrienden van een basisinkomen' wordt opgericht. Een vereniging waarbij individuen zich aktief met basisinkomen bezig kunnen houden. In het rijtje van voorstanders noemt Bram van Ojik ook nog politici, uitkeringsgerechtigden, wetenschappers en direkteuren van sociale diensten.
Maar het blijft op deze dag niet bij zijn enthousiaste openingswoord. 's Middags bezoeken ongeveer 75 'vrienden' van het basisinkomen de aansluitende manifestatie "Uitkomst van inkomsten". Geinteresseerd volgen zij de twee debatten, waarin de vraag centraal staat of er op de weg van de sociale vernieuwing moet worden voortgegaan, of dat het misschien beter is de weg van het basisinkomen in te slaan.
Frans Moor van de PvdA vindt van niet. "We leven in een kapitalistisch land", zegt hij. "En het enige tegenwicht komt van de werkenden. Als je hen de vrijheid geeft niet te kiezen voor betaald werk. dan valt dat tegenwicht weg. Dat zul je zien aan de kabinetsplannen rondom de ziektewet en de WAO. Die met de ziektewet zullen niet doorgaan. En de verslechteringen voor arbeidsongeschikten wel. Doordat alleen werkenden macht hebben."
Voorzitter van de Voedingsbond FNV Greetje Lubbi is het niet met hem eens. "Nu staat de macht van werknemers maar al te vaak tussen aanhalingstekens", voert zij aan. "Mensen met tijdelijke kontrakten hebben helemaal geen macht. En ook werknemers die in hun bedrijf de arbeidsomstandigheden willen verbeteren. of ongezond werk willen weigeren, kunnen zich die luxe vaak niet permitteren. Ze zijn volledig afhankelijk van de werkgevers. Pas als iedereen een inkomen heeft dat losstaat van werk; en er door korter werken voor iedereen die wil een baan is, kunnen mensen onafhankelijk keuzes maken."
Het tweede debat spitst zich meer toe op sociale vernieuwing. Leeuwardens wethouder Ernst Jansen vindt het de moeite waard om daarmee door te gaan.
"Van de vier- a vijfduizend langdurig werklozen werken er nu vierhonderd in de banenpool. Tegen mijn zin voor het minimumloon in plaats van het cao-loon. Maar die man van 47 jaar, die naar tien jaar werkloosheid nu kongiërge is, doen we er een groot plezier mee. Het wordt nog beter nu we meer scholingsgelden krijgen. En als de banenpools, waarbij op dit moment alleen overheidsinstellingen betrokken zijn, uitgebreid worden."
Frans Jacobs, vertegenwoordiger van uitkeringsgerechtigden, tempert de wethouders enthousiasme over dit onderdeel van de sociale. vernieu wing.
"Geef mensen met een uitkering dan gewoon een baan. En niet alleen een zetje de banenpool in. Want dat is een eindstation. Met een lager loon. En mensen voelen zich nog steeds geen volwaardig werknemer."
Basisinkomen verbetert positie alleenstaande ouders
In de Nieuwsbrief Basisinkomen heb ik al enkele keren kennis genomen van kritische reakties over de positie van alleenstaanden met betrekking tot het basisinkomen. Volgens sommigen zou het basisinkomen voor alleenstaanden wel eens kunnen leiden tot negatieve inkomensgevolgen ten opzichte van twee volwassenen die samen een relatie hebben. Met deze stelling heb ik altijd moeite gehad. Immers, als mijn partner en ik samen een fiets hebben en ik besluit om zelf een fiets te kopen, dan heb ik niet ineens twee fietsen voor mezelf, maar hebben we allebei een fiets. Zo zie ik het basisinkomen ook.
In deze bijdrage wil ik echter mijn mening geven over de voordelen die het basisinkomen heeft voor alleenstaande ouders. Mijn bijdrage gaat vooral in op de verbetering die er dan ontstaat ten opzichte van de huidige dagelijkse leefsituatie van alleenstaande ouders. Hoe ziet deze er nu uit?
Op dit moment zijn er in Nederland ongeveer 300.000 alleenstaande ouders. 90% van deze groep is vrouw. Alleenstaand ouderschap is ontstaan door overlijden van de partner, verlating door de partner. echtscheiding of door ongehuwd moederschap.
Het grootste deel van de alleenstaande ouders is vroeger afhankelijk geweest van het inkomen dat door hun partner (lees: man) werd verdiend. Door het wegvallen van dit partnerinkomen kregen vooral vrouwen te maken met het feit dat ze wegens gebrek aan eigen inkomsten op een bijstands- of weduwenuitkering aangewezen raakten. De positie van de weduwen is hierbij relatief nog de meest gunstige te noemen. Tot nu toe ontvangen zij een zelfstandige uitkering met daarnaast de mogelijkheid om bij te verdienen zonder dat dit konsekwenties heeft voor hun AWW-uitkering. Eigenlijk kun je stellen. dat een weduwe nu een soort van basisinkomen heeft. Dit gaat echter veranderen.
Door het wetsvoorstel om de AWW te veranderen in de nieuwe Algemene Nabestaanden Wet zullen de inkomsten die de weduwe ( of weduwnaar) verdient worden gekort op de uitkering. En bij samenwonen zal het recht op uitkering komen te vervallen.
Kortom: weduwen en weduwnaars die onder de nieuwe Nabestaandenuitkering gaan vallen zullen eerdaags dezelfde positie hebben als de bijstandsvrouwen nu hebben. Het enige verschil zal nog zijn, dat het vermogen van weduwen en weduwnaars vrijgesteld blijft.
Onder de groep alleenstaanden ouders met een bijstandsuitkering zijn ruim 125.000 vrouwelijke hoofden van eenoudergezinnen vertegenwoordigd. Hieronder vallen 21.000 gezinnen uit de etnische groeperingen. De totale groep eenoudergezinnen heeft ruim 500.000 kinderen onder de 18 jaar te verzorgen.
Uit onderzoeken blijkt, dat vooral de groep eenoudergezinnen in de bijstand te maken heeft met schrijnende armoede. Uit de praktijk blijkt ook. dat het huidige werkgelegenheidsbeleid geen oplossing biedt om deze groep uit de armoede te helpen.
Hooguit kunnen alleenstaande ouders in de bijstand hun armoede via een uitkering verruilen voor armoede via een betaalde baan. Een verre van rooskleurige situatie en weinig perspektiefvol voor de toekomst.
Wat kan het basisinkomen hieraan verbeteren? Het basisinkomen kan het leven van een grote groep alleenstaande ouders in zowel sociaal als financieel opzicht op tal van punten drastisch verbeteren, te weten:
Momenteel is dit door de beperkte bijverdiensteregeling in de bijstandswet en/of door de zorg voor de kinderen voor velen volstrekt onmogelijk.
Uit onderzoek blijkt namelijk dat de grootste oorzaak van arbeidsongeschiktheid onder vrouwen boven de 50 jaar gezocht moet worden in de dubbele of driedubbele taak die zij hebben (namelijk de zorg voor het gezin, de betaalde baan en de zorg voor zieke en hulpbehoevende ouders en familieleden). Deze belasting is niet vol te houden en veroorzaakt op grote schaal gezondheidsproblemen. En voor een alleenstaande ouder valt er voor wat betreft deze taken ook weinig te verdelen.
Door de invoering van de arbeidsplicht voor bijstandsvrouwen met de herzieningsvoorstellen van de algemene bijstandswet valt dan ook te verwachten, dat het aantal mensen in de WAO alleen maar verder zal toenemen. Het basisinkomen met arbeidstijdverkorting kan hier een eind aan maken
Kortom, het basisinkomen maakt voor een grote groep alleenstaande ouders een eind aan de bureaucratische rompslomp, de betutteling door de overheid, en de vernederende controles die ze dagelijks moeten ondergaan. Het basisinkomen kan de kwaliteit van hun leven drastisch verbeteren. Ze behouden hun zelfstandigheid en worden met het basisinkomen in staat gesteld zelf de verantwoordelijkheid over hun leven te nemen. Natuurlijk is het basisinkomen geen wondermiddel dat alle problemen voor alleenstaande ouders oplost. Niet iedereen zal bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt terechtkomen om het maandelijkse tekort bij te verdienen. Hiervoor zijn aanvullende maatregelen nodig. Maar desondanks zal toch het recht op een zelfstandig inkomen ook hun positie in de samenleving sterker maken.
Jeanne van den Heuvel
Alleenstaand ouder met 3 kinderen
Coördinator van het Landelijk Oecumenisch Netwerk Kerkvrouwen-Bijstandsvrouwen. en lid van de landelijke werkgroep De Arme Kant van Nederland van de Raad van Kerken.
Basisinkomen: zand of smeerolie in de motor van de arbeidsmarkt?
"Voorstanders van een basisinkomen leven nog in het verleden. Terwijl alom het marktdenken heerst, menen de pleitbezorgers van het basisinkomen nog altijd dat de overheid de economie in de gewenste richting kan sturen. Maar zij zien over het hoofd dat de invoering van een basisinkomen juist een gezonde economische ontwikkeling en een goed functionerende arbeidsmarkt in de weg staat." Zo begon professor Jules Theeuwes zijn inleiding voor de studiedag die de werkgroep onderzoek van de Werkplaats Basisinkomen op 7 juni j.1. organiseerde over basisinkomen en arbeidsmarkt.
Theeuwes gaf in zijn inleiding een overzicht van de functies die het loon op de arbeidsmarkt vervult. Flexibele lonen zorgen ervoor dat vraag en aanbod met elkaar in evenwicht komen, dat de beloning van werknemers overeenstemt met hun produktiviteit. dat er prikkels worden gegeven om van baan te veranderen of een opleiding te volgen. Kortom, een flexibele en gedifferentieerde loonvorming zorgt ervoor dat de arbeidsmarkt efficient werkt. De invoering van een basisinkomen zou deze functies van het loon verstoren. Financiële prikkels zouden grotendeels verdwijnen en het bedrijfsleven zou worden opgezadeld met een veel te hoge lastendruk.
Theeuwes zag dan ook niets in een basisinkomen. Meer perspectief bood naar zijn mening een negatieve inkomstenbelasting, een vast bedrag dat iedereen (ook wie geen inkomen heeft) van de verschuldigde belasting mag aftrekken (zie ook de rubriek Uit de pers in dit nummer). Veel van de ongeveer vijfentwintig deelnemers aan de studiedag waren het niet eens met Theeuwes. Zij wezen erop, dat een basisinkomen aantrekkelijk is voor arbeidsintensieve bedrijven en de werkgelegenheid bevordert. Bovendien zou een basisinkomen iuist t"uimte bieden voot" een veel flexibeler loonvorming, omdat het minimumloon zou kunnen worden verlaagd of afgeschaft. Verder werd erop gewezen, dat het effect van een basisinkomen op de netto-inkomens precies hetzelfde kan zijn als van een negatieve inkomstenbelasting, hetgeen Theeuwes schoorvoetend toegaf.
Na de lunchpauze legde professor Jacques Siegers uit Utrecht uit, hoe economen het arbeidsaanbodgedrag schatten.
Zij veronderstellen dat het gedrag het resultaat is van het nastreven van bepaalde doelstellingen (bijvoorbeeld nutsmaximalisatie) onder zekere restricties (zoals het maximale aantal uren en het sociale zekerheidsstelsel). Op basis van het waargenomen gedragen de bekende restricties kan de doelstellingsfunctie worden vastgesteld.
Door nu te veronderstellen dat de restricties veranderen (bijvoorbeeld door de invoering van een basisinkomen) kan men 'voorspellen' hoe mensen zullen reageren.
Siegers heeft vooral zijn sporen verdiend op het gebied van het arbeidsaanbod van gehuwde vrouwen. Ten behoeve van deze studiedag had hij nieuwe berekeningen uitgevoerd waaruit bleek dat tengevolge van de invoering van een basisinkomen het aantal gehuwde vrouwen dat betaald werk heeft of zoekt zou teruglopen van 39 tot 30 procent. Verschillende aanwezigen vroegen zich af of het wel mogelijk is met een economisch model als dat van Siegers de gevolgen van een zo ingrijpende maatregel als een basisinkomen te voorspellen. Spelen sociaal culturele factoren, zoals het heersende arbeidsethos, daarbij niet een veel belangrijker rol dan economische factoren? Siegers erkende dat het een aanzienlijke verrijking van het model zou betekenen als met dergelijke niet economische factoren rekening zou kunnen worden gehouden, maar vooralsnog zullen we het toch met zo'n economisch model moeten doen.
Walter van Trier, werkzaam aan de Universiteit van Antwerpen (UFSIA), richtte de aandacht op een aantal aspecten die in het debat over het basisinkomen vaak onderbelicht blijven. Zo wees hij op het belang van de context waarin het basisinkomen wordt bepleit. Het maakt nogal wat uit of in een land al een behoorlijk gegarandeerd sociaal-minimumniveau bestaat, of nog strijd geleverd moet worden voor de invoering van een minimuminkomen. De economen die erop wijzen dat een basisinkomen tot een vermindering van de werkgelegenheid zou kunnen leiden, plaatsen sociologen voor een dilemma. Zij wijzen er vaak op, dat sociologische factoren voor de meeste mensen belangrijker zijn dan economische; maar als betaalde arbeid steeds verder wordt teruggedrongen, heeft dat ingrijpende consequenties voor de moreel regulerende functie die arbeid in onze samenleving vervult. Van Trier plaatste wel kritische kanttekeningen bij de standaard economische benadering, die bijvoorbeeld tot de conclusie leidt dat hogere uitkeringen slecht zijn voor de werkgelegenheid en het arbeidsaanbod. Recent economisch onderzoek laat zien. dat onder bepaalde omstandigheden (zoals onvrijwillige werkloosheid) het effect van een hogere uitkering op het arbeidsaanbod veel kleiner is dan gewoonlijk door economen wordt aangenomen. Het is zelfs denkbaar dat hogere uitkeringen een positief effect op het aanbod en de werkgelegenheid hebben.
Het discussiepaper voor de studiedag en een binnenkort te verschijnen verslag kunnen worden aangevraagd bij de Werkplaats Basisinkomen.
Basisinkomen een stap te ver voor de Jonge Socialisten
Zoals het een jongerenorganisatie van een politieke partij betaamt, nemen de Jonge Socialisten vaak een wat radicaler standpunt in dan hun moederpartij (de Partij van de Arbeid).
Maar wat wil radicaal zeggen als het om een basisinkomen gaat? Veel jonge socialisten zijn in de eerste plaats voorstander van een radicale arbeidstijdverkorting, om langs die weg iedereen van een baan en dus van een inkomen te voorzien waarvan je zelfstandig kunt leven. Anderen vinden daarentegen dat de band tussen arbeid en inkomen losser moet worden en dat het traditionele arbeidsethos, aan herziening toe is.
Het beloofde dan ook een pittige discussie te worden toen de Jonge Socialisten op hun congres van 15 en 16 juni jl. het basisinkomen ter discussie stelden. De congresafgevaardigden hadden de keus uit drie resoluties. In de eerste wordt vastgehouden aan de band tussen arbeid en inkomen in het stelsel van sociale zekerheid. Het recht van een ieder op een eigen inkomen moet worden gerealiseerd door een doeltreffend werkgelegenheidsbeleid, waarin veel nadruk ligt op herverdeling van werk, scholing en verplichte 'quota' voor werkgevers om langdurig werklozen, gehandicapten en migranten in dienst te nemen. Het basisinkomen \vordt in deze resolutie afgewezen: "Het wegstoppen van mensen met een uitkering of basisinkomen versterkt de maatschappelijke ongelijkheden, ook die tussen man en vrouw."
In een andere resolutie wordt juist wel voor een basisinkomen gepleit. Voordelen van een basisinkomen zijn onder meer het recht op individuele economische zelfstandigheid voor iedereen, een aanmerkelijke vereenvoudiging van het stelsel van sociale zekerheid, stimulering van arbeidsduurverkorting en herverdeling van werk. verkleining van de zwarte sector en verlaging van de arbeidskosten. Vooral de mogelijkheid om door middel van het basisinkomen het proces van korter werken weer op gang te brengen wordt in deze resolutie sterk benadrukt.
Behalve voor deze twee uitersten konden de jonge socialisten ook nog voor een tussenweg kiezen. In een derde resolutie werd het IGS, het Inkomens Garantie Stelsel, uiteengezet. Het IGS is gebaseerd op een idee dat al weer jaren geleden is gelanceerd door de organisatiedeskundige Piet van Elswijk. Zijn redenering luidde, kort samengevat, als volgt.
Een werkgever die een werkloze in dienst neemt wordt door het huidige sociale zekerheidsstelsel gestraft: want hoewel het beroep op de sociale zekerheid kleiner wordt moet hij extra sociale premies gaan betalen (namelijk voor de nieuwe werknemer).
Omgekeerd wordt een werkgever die iemand ontslaat beloond doordat hij minder premie hoeft af te dragen. Van Elswijk stelde voor om dit systeem om te draaien: een werkgever die iemand aanneemt mag dan de uitkering die deze persoon voor die tijd ontving van de verschuldigde premies aftrekken. Ontslaat hij iemand dan moet hij juist een hogere premie gaan betalen. Het wordt dan veel aantrekkelijker om personeel aan te nemen en minder aantrekkelijk om werknemers te ontslaan.
Dit is ook de kern van het IGS. Bovendien wordt daarin voorgesteld om, zolang er onvoldoende banen zijn, de sollicitatieplicht in te trekken, hoewel het recht op een inkomen wel wordt gekoppeld aan het verrichten van vrijwilligerswerk.
Eigenlijk lijkt het IGS veel op een basisinkomen, maar dan een dat als subsidie aan de werkgever wordt uitgekeerd in plaats van aan de werknemer zelf. Uit de discussie op het congres bleek dat nogal wat jonge socialisten bevreesd waren, dat het basisinkomen als excuus zou worden gebruikt om het recht van werklozen en vrouwen op betaald werk af te kopen. Het voordeel van het IGS is, dat daarin het streven naar meer werkgelegenheid juist voorop staat.
Blijkbaar boezemde dat meer vertrouwen in dan de mogelijkheid om het basisinkomen te koppelen aan vergaande arbeidstijdverkorting. Uiteindelijk bleek bij stemming dan ook een kleine meerderheid van het congres tegen het basisinkomen te zijn, maar een grote meerderheid voor het IGS. Het gaat dan overigens om het JS-standpunt voor de lange termijn. Voor de korte termijn besloot het congres de eerste resolutie te steunen, waarin de hoofdlijnen van het bestaande stelsel van sociale zekerheid overeind blijven, maar meer nadruk op individuele uitkeringsrechten en een krachtdadig werkgelegenheidsbeleid wordt gelegd.
Paul de Beer
Boeken, boeken!
Het gelijk van het genoeg.
"Er zijn mensen die heel idealistisch zijn: ze denken dat de wereld zoals die nu reilt en zeilt nog generaties lang meekan. De dromers!" Met dat citaat van Piet Reckman wordt in de inleiding van "Het gelijk, van het genoeg" meteen duidelijk met wat voor boek we te maken hebben. De aanpak van het milieu en de wereldwijde armoede vereisen een fundamenteel andere economie en politiek.
Het gelijk van het genoeg is geschreven en uitgegeven door Henk van Arkel van de milieu-organisatie Aktie Strohalm. Het boek beschrijft op een aanstekelijke manier (de?) oorzaken van de milieuproblematiek en de armoede. Als belangrijkste oorzaak wordt de rente naar voren geschoven.
Kort samengevat gaat de redenering zo. De invoering van het geld had tot doel een ruilmiddel voor de handel in goederen en diensten te zijn. Doordat bepaalde mensen kans zagen zich steeds verder te verrijken ontstond een situatie waarin het geld bij die mensen bleef hangen. Geld werd daardoor schaars en zelf een "goed", waarvoor een prijs gevraagd kon worden: rente. Wie geld leent en dus na verloop van tijd rente moet betalen, wordt gedwongen dat geld zo te gebruiken dat het een hoog rendement oplevert. De stelling is vervolgens dat de economie zich wel moet uitbreiden en niemve producten gelanceerd moeten worden om voor al dat geld rendabele investeringen te vinden. Deze 'groeidwang' leidt tot een zo grote omvang van de activiteiten dat milieuschade onvermijdelijk is. Ook de v.erschillen in welvaart vormen een psychologische motor voor groei.
Afschaffen van de rente is de oplossing. Van Arkel gaat zelfs nog verder. Hij stelt, in navolging van Gesell voor het geld te belasten. Daa.rdoor zullen mensen proberen zo snel mogelijk van hun geld af te komen: het geld blijft rollen. En dat is precies waarvoor dit ruilmiddel bedoeld is. Wie geld oppot, wordt daarvoor door de belasting aangeslagen. Omdat oppotten duur is, zal het geld zonder rente worden uitgeleend. Renteloos uitlenen is per slot van rekening goedkoper dan belasting betalen over spaargeld. Op deze manier denkt Van Arkel de groeidwang als gevolg van de noodzakelijke rentebetaling en het steeds opnieuw zoeken naar hoog renderende activiteiten te doorbreken en de milieuschade te beperken.
Het boek bevat ook tal van commentaren van bekende Nederlanders op de inhoud van het betoog. Nel van Dijk van Groen Links reageert; "Goh. wat is het eigenlijk simpel (-). Schaf de rente af en de problemen zijn opgelost. Makkelijk, maar rente afschaffen is ongeveer hetzelfde als het kapitalisme afschaffen, dus dat kan nog wel even duren." En Jelle Zijlstra: "Ik vrees zo fundamenteel met u van mening te verschillen dat het tenminste een brochure zou vragen om dat uit te leggen."
De aanstekelijkheid van het betoog van Van Arkel is slechts een kant van dit boek. De andere kant is het gevoel, zo simpel kan het toch niet zijn, maar waar zit de fout. De keuze van het uitgangspunt geld zou je willekeurig kunnen noemen. Op basis van het uitgangspunt eigendom zou misschien een heel andere maar even aanstekelijke visie kunnen worden ontwikkeld. Of op basis van het uitgangspunt grond, zoals de Stichting Grondvest doet.
Behalve dit algemene bezwaar zijn er ook concretere bezwaren aan te voeren. Zonder een concept-brochure voor Jelle Zijlstra te maken, vallen een tweetal zaken snel op. Ten eerste kennen we een systeem waarin opgepot geld belast wordt: vermogensbelasting.
Aanwijzingen dat dit tot de door Van Arkel beoogde effecten leidt ontbreken. Of is de vermogensbelasting daarvoor te laag? Ten tweede lijkt me duidelijk dat als mensen hun geld sneller uitgeven er onvoldoende goederen beschikbaar zijn. Daardoor kunnen de prijzen stijgen.
Dit lokt meer productie uit en dus meer milieuschade. En deze prijsstijging veroorzaakt geldontwaarding die niet valt te ontlopen door het geld tegen rente te sparen. Men geeft het dus zo snel mogelijk weer uit. Er ontstaat een spiraal van stijgende prijzen, versnellende bestedingen en groeiende productie en dus milieuschade. Die cyclus kan worden doorbroken door de invoering van rente op spaargeld: terug bij af. Ook deze redenering heeft de schoonheid van de eenvoud. Maar beide redeneringen gaan waarschijnlijk mank aan een te grote eenvoud. Geld en rente spelen een belangrijke rol in de economie en in de verklaring van de milieuproblematiek en armoede. Maar de analyse van Van Arkel is op (meerdere) onderdelen te eenzijdig.
Naast milieuvervuiling door de groei van de omvang van de produktie is er de vervuiling door specifieke zeer schadelijke activiteiten. En het vervangen van arbeidsintensieve door energieintensieve en niet repareerbare artikelen betekent eveneens een grote aanslag op het milieu. Hierin sluit Van Arkel aan bij de diskussie die de W erkplaats Basisinkomen enige tijd geleden organiseerde over de relatie tussen basisinkomen en milieu. Aktie Strohalm is voorstander van invoering van een eco- of groentax, die milieubelastend grondstofgebruik en vervuilende producten belast. Arbeid wordt goedkoper. De economie wordt kleinschaliger en milieuvriendelijker.
De omschakeling naar een niet op groeidwang gebaseerde economie, kleinschaligheid en een economie van het genoeg vergen niet alleen afschaffing van de rente en een eco-tax, maar ook een cultuurverandering. Een van de voorwaarden voor zo'n cultuurverandering is de noodzaak van een inkomen. Mensen moeten het zich kunnen permitteren om tijd in het vernieuwen van de samenleving te stoppen. Bij de vormgeving van een basisinkomen geeft Van Arkel wel aan dat allerlei afzonderlijke subsidieregelingen zullen verdwijnen. Over de relatie basisinkomen en subsidieregelingen zal ook onder de voorstanders van een basisinkomen nog wel de nodige diskussie gevoerd worden. De combinatie van eco-tax en basisinkomen biedt volgens Van Arkel "een uitdagende nieuwe weg".
Die combinatie is niet het enige dat Aktie Strohalm en de aanhangers van een basisinkomen verbindt. Dat is ook de overtuiging dat de wereld zoals die nu reilt en zeilt inderdaad niet lang meer mee kan. "Vat dat betreft is het toch jammer te zien hoeveel commentaren van bekende Nederlanders zich niet richten op een inhoudelijke diskussie over zin en onzin van dit inspirere:Q.de boek, maar op de onhaalbaarheid van de voorstellen. Het commentaar van Alexander Pola lijkt me ondanks alle mogelijke kritiek op het boek zinvoller; "Aktie Strohalm komt met een boek dat ons misschien inderdaad de laatste strohalm aanreikt (-). Het paradoxale maar tegelijkertijd hoopgevende is, dat die strohalm sterker zal blijken te zijn naarmate meer drenkelingen zich eraan vastklampen.
Kris Douma.
Voedingsbond FNV, Het hoeft geen basisinkomen te heten (maar werk en inkomen moeten wel los staan van elkaar), Utrecht, januari 1991, 15 pagina's.
In een nieuwe brochure heeft de Voedingsbond FNV zijn standpunt over het basisinkomen geactualiseerd. In vogelvlucht wordt de 'geschiedenis' van het denken over het basisinkomen in de Voedingsbond geschetst en op enkele bekende bezwaren tegen het basisinkomen (het is een afkoopsom voor vrouwen, wie doet de rotklusjes, het is onbetaalbaar) ingegaan. Ook wordt de 'eenzame' positie van de Voedingsbond binnen de FNV geschetst. Er schijnt echter licht aan de einder. De FNV heeft op haar laatste congres gekozen voor een individueel recht op inkomen voor iedereen. Maar het woord basisinkomen is voorlopig nog taboe. Vandaar de titel van de brochure.
De brochure kan worden aangevraagd bij de Voedingsbond FNV,Postbus 9750, 3506 GT Utrecht, tel. (030) 73 83 33.
Bram van Ojik Bart Teulings (eindred.), Losser of vaster? De band tussen arbeid en inkomen, december 1990, 26 pagina's, voor fl. 3, te bestellen bij het Wetenschappelijk Bureau van Groen Links, Postbus 700, 1000 AS Amsterdam, tel. (020) 620 22 12.
Een van de heikele punten voor Groen Links is, dat twee van de partijen waaruit zij is voortgekomen. (namelijk CPN en PSP) verklaarde tegenstanders van het basisinkomen waren, terwijl de twee andere (PPR en EVP) zich juist voor een basisinkomen hadden uitgesproken. Tot nog toe heeft Groen Links geen duidelijk standpunt ingenomen, maar het is de bedoeling dat in het voorjaar van 1992 de knoop zal worden doorgehakt.
In deze brochure van het Wetenschappelijk Bureau van Groen Links krijgen zowel voor- als tegenstanders van het basisinkomen de gelegenheid hun standpunt uiteen te zetten. Weliswaar gaat de brochure over het arbeidsmarkt en inkomensbeleid in het algemeen, maar het wordt de lezer al snel duidelijk, dat het basisinkomen het centrale twistpunt is.
Na twee inleidende hoofdstukken over de stand van zaken op het gebied van arbeid en inkomen en het tot nu toe gevoerde beleid, wordt in het hoofdstuk 'Koppeling van arbeid en inkomen' een Groen Linkse visie gepresenteerd waarin geen plaats is voor een basisinkomen. Daarbij wordt in de eerste plaats gewezen op het fundamentele verschil tussen betaald en onbetaald werk, hoewel erkend wordt dat beide van groot maatschappelijk en economisch belang zijn. "Bij betaald werk is er altijd een klant of werkgever die de aard van het werk bepaalt. Bij onbetaald werk ben je bij wijze van spreken je eigen klant." (p.16)
Een basisinkomen leidt tot een veel te hoge lastendruk die belastingontduiking in de hand werkt. Bovendien heeft een basisinkomen alle nadelen van een huishoudloon: het is een afkoopsom voor vrouwen. "Het pleidooi voor zo'n basisinkomen doet sterk denken aan het onbeperkte vertrouwen om via de staat de maatschappij vorm te geven, een illusie die Groen Links hopelijk achter zich heeft." (p.18)
In het hoofdstuk 'Ontkoppeling van arbeid en inkomen' wordt een heel wat roziger beeld van het basisinkomen geschetst. Al wordt er wel benadrukt "dat het basisinkomen nooit gezien kan worden als een tovermiddel tegen alle kwaad dat de wereld bedreigt." (p.21)
Het basisinkomen kan een noodzakelijke voorwaarde zijn om de Groen Linkse doeleinden te realiseren, maar zelden of nooit een voldoende voorwaarde. Daarom moet de geleidelijke invoering van het basisinkomen worden gekoppeld aan een stapsgewijze ar beidstijdverkorting.
Dankzij het basisinkomen kan dan worden voorkomen dat werknemers totaan modaal koopkracht moeten inleveren als zij korter gaan werken. Het basisinkomen kan bovendien veel bezwaren tegen het bestaande stelsel van sociale zekerheid wegnemen.
Cl.NI. Schuyt, Op zoek naar het hart van de verzorgingsstaat, Stenfert Kroese, Leiden/Antwerpen, 1991, 370 pagina's, ft. 57,50.
Deze bundel bevat 29 artikelen en lezingen die de laatste acht jaar door de bekende socioloog Kees Schuyt zijn" geschreven of uitgesproken. Ze kunnen worden beschouwd als een intellectuele zoektocht naar de morele kern van de verzorgingsstaat. Het boek bestaat uit vier delen:
Schuyt toont zich in deze zeer leesbare stukken een scherpzinnig waarnemer en denker, die niet met de modieuze trends meewaait. Vooral in het eerste en tweede deel van het boek wijst hij diverse malen op de voordelen van een gedeeltelijk basisinkomen, dat de 'armoedeval' voor de mensen aan de onderkant van de samenleving zou verminderen en de prikkel om betaald werk te zoeken of te aanvaarden in stand houdt.
Uit de pers...
Een paar sokken voor alle maten, Bron: Trouw. 7 juni 1991, Auteur: Jules Theeuwes
In zijn column gaat Theeuwes in op een onderdeel van het Groen Linkse Manifest, namelijk het basisinkomen. "Het basisinkomen is een heel eenvoudig idee dat in een slag een groot aantal moeilijke maatschappelijke problemen zoals armoede, onaangenaam werk en de oneerlijke taakverdeling tussen mannen en vromven, oplost." Volgens Theeuwes heeft het basisinkomen twee grote voordelen: "het garandeert economische onafhankelijkheid voor iedereen en het is administratief erg makkelijk uit te voeren". Het maakt het sociale zekerheidsstelsel veel eenvoudiger. "Basisinkomen is moedertje overheid die elke maand over ons bedje buigt en ons een kussentje in de rug steekt. Het is begrijpelijk dat sommige politieke partijen dat lekker vinden. Maar de wereld daarbuiten is veel grimmiger dan wij vanuit ons gespreide bedje merken.
Tegenover de voordelen van het basisinkomen staan grote, onoverkomelijke nadelen. Opstaan en gaan werken wordt nog minder aantrekkelijk dan het al is en we worden allemaal afhankelijk van de wispelturige overheid."
Ten gevolge van een basisinkomen zal het arbeidaanbod teruglopen en de hoge collectieve lastendruk waarmee het basisinkomen gepaard gaat is funest voor de concurrentiepositie van het bedrijfsleven, de werkgelegenheid en de economische groei, zo meent Theeuwes. "Ten slotte is basisinkomen voor het grootste deel gewoonweg verspillen. Het is water naar de zee dragen.
Iedereen krijgt het. Mensen die al goed in de slappe was zitten, krijgen er totaal overbodig duizend gulden per maand bij,"
Alleen de administratieve vereenvoudiging vindt Theeuwes een aantrekkelijk aspect van het basisinkomen. Maar zijn voorkeur gaat uit naar een negatieve inkomstenbelasting. Een soort basisinkomen, maar mei: een belangrijke beperking: alleen wie minder dan het bestaansminimum verdient ontvangt een (volledige) tegemoetkoming. "Het is allemaal niet zo eenvoudig als het basisinkomen, maar te eenvoudig is soms ook te gek."
De desintegratie van onze morele gemeenschap, Bron: NRC Handelsblad ,3 augustus 1991 Auteur: Michèle de Waard
De Britse socioloog Ralf Dahrendorf waarschuwt voor het ontstaan van een nieuwe onderklasse. "We doen alsof we geloven in burgerrechten voor iedereen zoals het gelijke recht op participatie. een minimale levensstandaard, deelname aan de arbeidsmarkt, kiesrecht. En toch tolereren we dat vijf tot tien procent van de bevolking niet echt aan het leven deelneemt. Deze mensen voelen zich niet gebonden aan bepaalde normen waarin wij geloven. De aanwezigheid van een onderklasse legt de oneerlijkheid bloot van onze officiële waarden."
Dahrendorf pleit voor een herziening van de verzorgingsstaat waarin het basisinkomen een centrale rol speelt. "We hebben een sociaal zekerheidsstelsel. maar dat leidt tot tal van paradoxen. Het streven om uitkeringen aan te passen aan speciale omstandigheden van mensen is een heel dure manier om belastingen weer aan de belastingbetaler terug te betalen. Bovendien is de overdracht van uitkeringen aan de bevolking kostbaar gezien het bureaucratische apparaat dat ervoor nodig is. Een basisinkomen lost dit op."