NIEUWSBRIEF VAN DE VERENIGING BASISINKOMEN

NUMMER 27 JUNI 1999

issn: 09243038

 

 

Inhoudsopgave

Ten geleide

Jaarvergadering Vereniging Basisisinkomen

Het interview met Wilan

B.I.E.N. - papers. Deel II

Oostenrijk

Denemarken

Duitsland en Nederland

Zweden en Finland

Vrouwen in de bijstand over herwaardering van de zorg

In gesprek met CDA-vrouwen

Laatste nieuws

 

Ten geleide

Het zal jullie bij het lezen niet ontgaan, dat deze editie van de Nieuwsbrief afwijkt van wat jullie gewend zijn. Wij doelen niet zo zeer op het verschil met het vorige nummer, dat door het wegvallen van de zo vertrouwde vakbondshulp bij de opmaak iets van een nooduitgave had. Dat komt wel weer in orde, maar de Nieuwsbrief wordt nooit meer wat hij geweest is. Dat is een gevolg van een besluit van de ledenvergadering, waarover u elders meer leest De Vereniging Basisinkomen wil haar draagvlak vergroten.

Enerzijds het draagvlak voor de filosofie van het basisinkomen. Want het begrip is wel bij velen bekend, maar het wordt te vaak afgedaan als een utopische droom, niet zo geschikt voor ons zondige mensen. Anderen achten het gewoon onbetaalbaar, dan wel helemaal niet gewenst Want voor niets gaat de zon op en wie niet werkt zal niet eten. Anderzijds moet het draagvlak van de vereniging vergroot, want het bestaan van onze vereniging geniet een pijnlijke onbekendheid.

Besloten is daarom meer aan de Public Relations te gaan doen, zodat half Nederland gaat begrijpen, dat basisinkomen geen droombeeld, maar een realistische optie is. Een optie, die nu al voor veel problemen een oplossing zou zijn en een uitkomst voor grote groepen mensen in uitzichtloze situaties. Bovendien een optie, die voor grote groepen al een realiteit is, zoals voor AOW-ers, en ook voor andere groepen met rasse stappen naderbij komt. En dat niet alleen in Nederland.

En verder moet men weten, dat onze vereniging de promotor en expert bij uitstek inzake het basisinkomen is. Als het goed is, ligt hier voor jullie een actuele, mensgerichte en strijdbare Nieuwsbrief. Een Nieuwsbrief ook, die de lezer uitnodigt om te reageren en zich in de discussie te mengen. Wij wachten jullie reactie met belangstelling af.

De redactie

 

Jaarvergadering Vereniging Basisisinkomen

Op zaterdag 20 maart vond onze jaarlijkse ledenvergadering plaats. Er waren minder mensen dan vorig jaar. De discussies waren er echter niet minder levendig om. Het ochtendgedeelte was gewijd aan formele zaken als de bestuurssamenstelling. Zo kon Ineke van Dijk haar voorzitterschap het afgelopen jaar wegens persoonlijke omstandigheden nauwelijks in daden omzetten. Ineke heeft mondeling laten weten af te treden. Wij willen haar op deze plaats in ieder geval bedanken voor de dingen die zij wel heeft kunnen doen. Wij mochten ook nieuwe bestuursleden verwelkomen. Zo is Wil Eijben na een intermezzo van enkele jaren weer opnieuw bestuurslid geworden. Een ander nieuw bestuurslid is Guido den Broeder. Guido ontwikkelde onder andere een computerprogramma waarmee een basisinkomen in een samenleving gesimuleerd kan worden.

De kascommissie bestaande uit Jan Boerlage en Florrie Barnhoorn heeft geen onregelmatigheden in de boekhouding geconstateerd.

Nieuwsbrief

De produktie van onze nieuwsbrief ondervond vertragingen en tegenslagen omdat de vakbond die onze nieuwsbrief drukt, aan het reorganiseren was. Daarom werd besloten om de nieuwsbrief voortaan in eigen beheer uit te geven.

Beleid, strategie

Het contact tussen de vereniging basisinkomen en de Voedingsbond is de afgelopen jaren steeds beperkter geworden en dat vinden wij jammer. Dat wil niet zeggen dat de vakbonden tegen een basisinkomen zijn, integendeel. Maar de vakbonden blijven zoveel voorwaarden verbinden aan een basisinkomen die met werk te maken hebben of met beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt dat de vereniging die immers en onvoorwaardelijk basisinkomen wil, steeds minder overeenkomsten ziet. De vakbonden omschrijven deze plannen die op zich stappen in de goede richting zijn, als een einddoel. En dat, op een punt waarop de vereniging juist verder wil.

De andere weg, hervorming van het bestaande stelsel van sociale zekerheid door middel van experimenten, wordt wel omhelsd door de vereniging. Wij willen een lossere vorm van sociale zekerheid. Dat zijn kleine stapjes, maar ze worden wel voortdurend aan de praktijk getoetst hetgeen voor alle betrokkenen leerzaam is. Willem de Jonge merkte op dat de vereniging bij monde van vice-voorzitter Saar Boerlage en met brede instemming van alle aanwezigen, hiermee een belangrijke weg heeft ingeslagen, iets waarbij we wel even stil mogen staan. Met deze beslissing zoeken we aansluiting bij die maatschappelijke ontwikkelingen die ook al de kant op gaan van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen.

De toekomst

De sterke kant van de vereniging is dat er veel expertise aanwezig is, dat er veel naamsbekendheid is van het basisinkomen en dat iedereen er een mening over heeft. De zwakke kant van de vereniging is dat bijna niemand weet dat er een vereniging basisinkomen bestaat Het gezag van de vereniging is klein en de actieve leden zijn teveel naar binnen gericht. Een groep die naar binnen gericht is, moet meer moeite doen om contacten aan te gaan en aan te houden. Het probleem is onder andere dat er politiek geen draagvlak is voor het basisinkomen. Er zou dus een draagvlak moeten komen. De bijeenkomsten die de vereniging organiseert geven te weinig aanleiding tot actie. Het advies is om de strategische keuze waar te maken door meer aandacht aan experimenten te besteden en de belanghebbenden op te zoeken. De vereniging moet zich ervan bewust zijn dat ze een organisatie is die belangen behartigt Concrete gebeurtenissen moeten op de voet gevolgd worden en er moet over worden bericht. Daarnaast moet er systematisch aan publiciteit worden gewerkt en moet de nieuwsbrief levendiger en actueler worden.

Tijdens het middaggedeelte van de jaarvergadering hield Alexander de Roo een inleiding over de kansen van samenwerking in Europees verband ter promotie van het basisinkomen. Hij is al jarenlang medewerker van de fractie van de Groenen in het Europarlement en is thans kandidaatparlementslid voor die fractie.

Bij Groen Links staat hij derde op de lijst voor de komende Europese verkiezingen, en dat is vrijwel zeker een verkiesbare plaats.

In 1987 was de inleider mede-initiatiefnemer van het plan om het Europarlement een voorstel voor een EEG-richtlijn in te laten dienen bij de Commissie volgens welke de aangesloten landen werd aanbevolen een basisinkomen in te voeren ter hoogte van tenminste 50 % van het gemiddelde nationale loon. Dit plan heeft het niet gehaald. Een van de dwarsliggers was destijds Hanja May-Weggen, die samen met anderen het oorspronkelijke voorstel terugbracht tot een voorstel om bepaald onderzoek te verrichten.

Wel heeft de Europese Commissie (EC) in de periode waarin Delors voorzitter was (1990-1995) de nodige aandacht besteed aan sociale aangelegenheden en een witboek uitgebracht over "Groei, Competitiviteit en Werkgelegenheid", waarin op twee plaatsen wordt uitgeweid over de verdiensten van het systeem van de negatieve inkomstenbelasting. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit laatste te danken was aan de invloed van Philippe van Parijs, die met één van de adviseurs van Delors zeer goede contacten onderhield.

De opvolger van Delors, Santer, zojuist met de gehele Commissie door het Parlement naar huis gestuurd, benaderde de sociale politiek anders. Hij wilde "minder maar beter", een minimalistische opzet van de sociale zekerheid.

Het Europees Parlement (EP) heeft sinds de verdragen van Maastricht en Amsterdam wat meer invloed gekregen dan daarvoor, en op het gebied van de sociale politiek binnenkort evenveel te zeggen als de 15 ministers van Sociale Zaken. Alleen is wel bepaald, dat de sociale zekerheid voorlopig strikt nationaal geregeld wordt Pas als dat veranderd is, kunnen er richtlijnen over sociale zekerheid uitgevaardigd worden. Inmiddels zijn er plannen om vanaf 2001 beslissingen met 2/3 meerderheid in de Raad van ministers mogelijk te maken, inplaats van met eenstemmigheid, en de invloed van het EP verder te vergroten door het medebeslissingsrecht bij alle aangelegenheden toe te kennen, uitgezonderd herziening van het EEG-verdrag zelf.

Pogingen om een basisinkomen in te voeren zullen dus voorlopig zonder inschakeling van het EP ondernomen moeten worden. Misschien zou het basisinkomen als belastingmaatregel (invoering van een heffingskorting) gehanteerd kunnen worden om niet als onderdeel van sociale zekerheid buiten de internationale besluitvorming te moeten blijven.

In diverse landen in Europa wordt aan het bi gewerkt In Frankrijk zijn samenwerkende clubs tegen werkloosheid voor een bi en hebben er actie voor gevoerd, wat ze weer zullen doen tijdens de komende Euro-top. Men wil een bi ter hoogte van het minimumloon.

In België is er Vivant, de politieke partij voor zowel Vlaanderen als Wallonië die als voornaamste programmapunt invoering van een bi heeft. Die wil een bi van ongeveer f 1000,- en een minimumloon van f 2000,-. De partij steekt flink wat geld in haar campagnes en op het partijcongres van afgelopen november waren 600 mensen aanwezig. Agalev, de partij die voorheen wel enthousiast was voor het bi, is hiervan ge schrokken en heeft haar bi-standpunt wat opgepoetst. Het basisinkomen is inmiddels in Belgie een algemeen bekend begrip geworden.

Waarschijnlijk zou een basisinkomen-partij het in Nederland niet goed doen. Men weet in Nederland wel wat een bi is, maar er zijn op dit moment maar 25 % voorstanders. Meerderheden in PvdA, D66 en CDA willen een "streng maar rechtvaardig" regime van sociale zekerheid en de VVD wil een ministelsel.

De allerkortste weg die in het ideale geval naar een Europees bi zou kunnen leiden zag er in de ogen van Alexander de Roo als volgt uit.

Premier Kok wordt de opvolger van Santer en Paars 11 gaat verder onder Stekelenburg. Er wordt een heffingskorting van f 250- per maand ingevoerd. Bij de verkiezingen in 2002 behaalt Groen Links 12 % van de stemmen, het CDA 15 %, de PvdA 25 % en de VVD 30 %. Er wordt een sociaal-ecologische coalitie gevormd met Paul Rosemöller als minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid. Er komt een voetinkomen van f 500,- per maand in 2005. In 2010 is het aantal uitkeringsgerechtigden opgelopen tot 40 % van de hevolking, waarop een bi wordt ingevoerd om de uitvoering van de sociale zekerheid te vereenvoudigen. Ondertussen is in 2005 door alle 16 lidstaten (dus ook Zwitserland) het verdrag van Luxemburg ondertekend en komt bovendien de sociale politiek onder de meerderheidsbesluitvorming van het EP te vallen. Het Nederlandse poldermodel, met basisinkomen, wordt via het EP kort na 2010 per richtlijn in heel Europa ingevoerd.

 

 

Het interview met Wilan

Wilan is 23 jaar. Sinds zijn zeventiende woont hij in een pleeggezin. Door moeilijkheden in zijn huiselijke situatie was hij met studeren achterop geraakt. Maar eenmaal in het pleeggezin vatte hij de draad weer op. Na twee jaar haalde hij via het volwassenenonderwijs het einddiploma HAVO en een jaar later VWO.

In de zomervakantie, die volgde, klaagde hij over grote vermoeidheid waarvoor geen oorzaak werd gevonden. Hij ging studeren aan de Haagse Hogeschool, maar de periodes van uitputting en verwarring werden ernstiger. Hij bleek te lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom ME en moest de studie opgeven. Hij begon aan de hulp van een alternatieve arts, gespecialiseerd in ME en vroeg intussen bijstand aan. Die werd verleend, maar er ontstond binnen de sociale dienst meningsverschil over de mogelijkheden werk te verrichten. In afwijking van de inzichten van de keuringsarts werd hij verplicht voor 50 % een baan te zoeken, wat in werkelijkheid niet te realiseren was.

Gelukkig keerden Wilans krachten langzaam terug en tegen de tijd, dat hij de door hem aangespannen beroepsprocedure tegen de werkverplichting gewonnen had, kon hij laten weten, dat hij zich had aangemeld voor de studie bouwkunde in Delft. Helaas was het kwaad niet geweken. De studie bleek te zwaar. Mogelijk mede door een galblaasoperatie kwamen de symptomen terug. En de studie moest worden afgebroken, de studiefinanciering wederom gestaakt en opnieuw bijstand aangevraagd.

De vraag, die wij tijdens ons interview aan Wilan stelden, luidde: "Wat ZOU het voor jou hebben betekend, als je vanaf je achttiende een basisinkomen van ongeveer 1000 gulden per maand had gehad?"

Zijn antwoord kan als volgt worden samengevat.

"Het zou financieel niet altijd voordeliger zijn geweest dan nu, maar wel een stuk overzichtelijker, onafhankelijker en vrij van ergernis. De studietoelage is 435 gulden per maand, dus moeten je ouders bijpassen. Mijn vader was daartoe bereid, maar hoe ouder je wordt, hoe minder vanzelfsprekend je dat zelf vindt Bovendien is aan de studietoelage een reeks van prestatie-eisen verbonden. De opleidingen moeten zich daaraan aanpassen. Wie niet gezond is, kan niet zijn eigen tempo kiezen. Een studiekluster niet binnen de gestelde tijd halen kan je een half jaar of meer vertraging opleveren. En dat half jaar is er niet voor mij, want binnen zes jaar moet ik de studie afronden. Zo niet, dan wordt de hele studietoelage in een lening veranderd en met rente teruggevorderd. Sinds mijn tweede inzinking heb ik dus afgezien van studie. Studeer je niet, dan wordt het bijstand. Dat levert mij 1264 gulden per maand op.

Dat is voor mij ruim voldoende om zonder hulp van te leven, zolang ik niet te veel kwijt ben aan niet verzekerde alternatieve dokterskosten. Maar wel ontstaat er een nieuw soort afhankelijkheid, nu van de sociale dienst Met onredelijke eisen om werk te zoeken, veel ergernis over bejegening en over afhandeling van zaken en met de plicht om voor elke vakantie toestemming te vragen. Als je in beroep gaat, kost dat veel energie en emotie. Je bent eigenlijk altijd een potentiële fraudeur. Zelfs studeren is een overtreding. Als ik dat alles overzie, dan had ik met 1000 gulden vrij te besteden per maand heel wat minder zorgen, onzekerheden en spanningen gehad en veel creatiever met ziekte, werk en studie kunnen omgaan. "

Willem de Jonge

 

 

B.I.E.N. - papers. Deel II

Gosling Putto

Tijdens het 7e BIEN-congres, dat van 10 tot en met 12 september 1998 in Amsterdam plaatsvond, werd weer in parallelle sessies over diverse onderwerpen gediscussieerd aan de hand van artikelen die door de deelnemers waren ingezonden. Van een aantal ervan is de inhoud in de vorige Nieuwsbrief weergegeven en van nog een paar volgt hieronder een samenvatting. BIEN heeft overigens het plan en het geld om een mooi boek uit te geven over alle onderwerpen die in het congres aan de orde zijn geweest.

De hieronder weergegeven artikelen houden allemaal min of meer verband met de vraag: hoe krijgen we het basisinkomen op de politieke agenda?

Oostenrijk

Erwin Jerusalem (How it was introduced to the political agenda in Austria) houdt zich bij de Oostenrijkse politieke partij "Liberaal Forum" bezig met arbeids- en werkgelegenheidsvraagstukken. Samen met een aantal medestanders introduceerde hij in mei 1996 tijdens een openbaar partijcongres onverhoeds het plan om het basisinkomen in het programma op te nemen. Dit leidde tot furieuze meningsverschillen, waarbij de ene helft van de aanwezigen voor, en de andere helft tegen het bi stelling nam, en tot ruime aandacht voor het congres in de pers.

Besloten werd om een werkgroep opdracht te geven om een goed uitgewerkt voorstel tot belastinghervorming en introductie van een bi op te stellen. In oktober 1997 besloot de partij vervolgens om die belastinghervorming en het basisinkomen tot haar belangrijkste politieke doel te maken. In het Oostenrijkse parlement neemt de partij 9 van de 183 zetels in.

Achteraf gelooft de auteur nog steeds dat een meer geleidelijke introductie van het bi bij zijn partij niet gewerkt zou hebben. Door langdurige interne discussies zou men het plan ongetwijfeld tot bijna niets hebben afgezwakt alvorens het (al of niet) aan de buitenwereld te presenteren.

Direct na het tumultueuze partijcongres zorgden de voorstanders van het bi voor een duidelijke omschrijving van hun doelstellingen voor alle partijleden en gingen zij uitvoerig in op alle vragen die hen naar aanleiding daarvan gesteld werden. Men gaf te kennen dat men naar een "flat tax" van tussen 40 en 47 % en een bi op subsistentieniveau in de vorm van een "tax credit" toe wilde. Pas later werkten zij alle details van hun voorstel uit.

Voor het over de streep trekken van aarzelende tegenstanders van het bi werkte een aantal argumenten pro basisinkomen het beste. Dat waren:

Door advertenties te plaatsen en workshops te geven over het bi hoopt de partij dat zij zelf geassocieerd wordt met het basisinkomen en dat dit begrip in Oostenrijk dankzij algemene bekendheid voortdurend aan de orde blijft.

Denemarken

Jorn Loftager (Solidarity and Universality in the Danish Welfare State) beziet met afkeer de Deense beleidsmakers op het gebied van de sociale zekerheid, die in toenemende mate (en evenals politici in Nederland) een "activerend beleid" op het gebied van sociale zekerheid voorstaan, naar zij zeggen uit vrees voor afnemende solidariteit tussen de burgers. Dit beleid is gericht op het verstrekken van uitkeringen aan steeds minder mensen onder steeds meer voorwaarden. De auteur legt uit dat de solidariteit door dit beleid nu juist bedreigd wordt.

Solidariteit is tegenwoordig wat anders dan vroeger. Vroeger was solidariteit hoofdzakelijk datgene wat E. Durkheim "mechanische" solidariteit noemde. Dat was het aanhangen en opleggen van de normen en waarden van de groep waartoe men behoorde. Het activerend beleid past daarbij. Werklozen behoren de "misdaad" van hun werkloosheid te compenseren, indien zij aanspraak op een inkomen willen maken. Zij behoren sinds enige tijd werk te aanvaarden onder condities die door de autoriteiten gedicteerd worden. Dit betekent in Denemarken werken voor lagere lonen, geen recht op loononderhandelingen, geen vakantiedagen, geen verdere werkloosheidsvoorziening, geen recht op het lidmaatschap van vakbonden en geen recht op bijbanen. Nog nooit heeft de staat zo diep ingegrepen in het leven van individuele burgers.

Al geruime tijd ontwikkelt zich in Denemarken de solidariteit die Durkheim "organische" solidariteit noemde, en dat is het gevoel dat de groep waartoe men zich rekent waardering moet hebben voor individuele verschillen. Deze ontwikkeling zou juist door de overheid gesteund moeten worden. Al meer dan twintig jaar massawerkloosheid heeft in Denemarken nooit problemen opgeleverd. De meerderheid van de uitkeringsgerechtigden weet het leven net zo goed in te richten als toen zij wel werk hadden, sociale contacten blijven gehandhaafd of nemen nog toe, men past zich aan de situatie aan of heeft er zelfs plezier in. Het arbeidsethos wordt steeds minder aangehangen. Activering zou de oplossing zijn. Maar wat is dan het probleem?

We moeten vrezen dat het nieuwe beleid onrechtvaardigheid en ongelijkheid met zich meebrengt en de spontane ontwikkeling van organische solidariteit verstoort.

Duitsland en Nederland

Roswita Pioch (The "bottom line" of the welfare state in Germany and the Netherlands) heeft een vergelijkend onderzoek gedaan naar de standpunten over de toekomst van de welvaartsstaat in Nederland en in Duitsland. Die toekomst lijkt een oplossing te moeten brengen van het probleem dat er een inkomensverdeling moet worden bedacht bij een blijvend tekort aan banen.

Zowel in Nederland als in Duitsland heeft de auteur een vijf tiental bovenbazen uit politieke partijen, werkgeversorganisaties en vakbonden geïnterviewd. De thema's van de gesprekken waren: wat is de minimale sociale zekerheid die geboden moet worden, welke voorwaarden moeten hierbij gehanteerd worden en zou een bi hierbij nuttig kunnen zijn.

Over het minimale inkomensniveau werd in beide landen precies hetzelfde gezegd: dat moet gelijk zijn aan het bijstandsniveau. Alleen betekent dit in Nederland wel wat anders dan in Duitsland: in Nederland maximaal ongeveer 1200 DM voor een alleenstaande en 1750 DM voor een koppel, en in Duitsland respectievelijk zo'n 540 en 1000 DM.

In geen van beide landen is er eenstemmigheid omtrent de eisen waar men aan moet voldoen alvorens men een uitkering krijgt.

Vaak wordt een reciprociteits-eis gesteld: de uitkeringsgerechtigde moet een betaalde baan willen hebben, of iets anders doen, zoals kinderen verzorgen of vrijwilligerswerk verrichten. Soms wordt ook de eis gesteld dat men behoeftig is. Niemand was voor een basisinkomen. Wel wordt daar vooral in Nederland vaak over gepraat Wil men het bi op de politieke agenda krijgen, dan zou eerst aangetoond moeten worden, dat een bi een stimulerende werking op de economie heeft. Anders blijft de reciprociteitseis invoering ervan onmogelijk maken.

Zweden en Finland

Jan Otto Andersen (The History of an Idea: Why did Basic Income Thrill the Finns but not the Swedes?) vergelijkt de populariteit van het basisinkomen in Zweden met die in Finland. Daarbij deed hij ook een klein Internet-onderzoek. Hij gebruikte binnen Zweden de zoekwoorden "grundinkomst", "medborgarlon" en "medborgarinkomst" en noteerde 13 treffers, waarvan er vier betrekking op Finland bleken te hebben. Vervolgens zocht hij binnen Finland op de termen "perustulo", "kansalaistulo" en "kansalaispalkka" en noteerde bijna 100 treffers. In Finland was het bi derhalve, althans op het Internet, verreweg het populairst.

Tja, hoe komt dat nou. Om te beginnen is Zweden er lange tijd, tot in het begin van de jaren '90, in geslaagd om massawerkloosheid te voorkomen en had het een royaal uitkeringssysteem. In Finland is er al sinds 1976 een hoge werkloosheid en de uitkeringen zijn er lager dan in Zweden. Het gevoel dat er aan de sociale zekerheid iets moet veranderen bestaat in Finland veel langer dan in Zweden.

Voorts is de dominante partij in Zweden de Sociaal-democratische partij, die een bi ziet als een inbreuk op haar beginselen, dat mensen die niet willen werken geen recht op een uitkering hebben en dat sociale zekerheid gerelateerd moet zijn aan een arbeidsinkomen. Deze partij behaalt meestal 40 tot 50 % van de stemmen en is vaak de enige regeringspartij. De Sociaal-democratische partij in Finland heeft dezelfde beginselen als die in Zweden, maar verwerft meestal tussen 20 en 25 % van de stemmen en kon daarom alleen als onderdeel van een coalitie regeren.

En dan is er ook nog het verschil in volksaard en bedrijfscultuur. In Zweden is het noodzakelijk om deel uit te maken en de steun te verwerven van een groot collectief; er worden geen beslissingen genomen zonder lange discussies en een zich geleidelijk ontwikkelende consensus. In Finland is de stijl van leiderschap meer individualistisch. Finnen zijn snel te porren voor nieuwe praktische oplossingen en niet bang voor plotselinge veranderingen. Zo is er in Finland een snelle overgang te zien van een agrarische samenleving naar een informatiemaatschappij. In haast geen ander land worden de beloften van de technische revolutie zo enthousiast ontvangen. De auteur vindt het daarom niet verbazingwekkend dat grote delen van de Finse bevolking geloven dat een bi een effectieve stap is naar de voltooiing van het bouwwerk van de welvaartsstaat.

In Zweden zijn er geen politieke partijen die voorstander zijn van een bi. In Finland zijn dat er maar liefst vier: de Centrumpartij (vertegenwoordigt de agrarische hevolking), de Linkse Alliantie (van communistische herkomst), de Groene Partij en de Jonge Finnen (een liberale partij).

Regelmatig verschijnen zowel in Zweden als in Finland boeken over het bi. Daarbij valt op dat de Zweedse voorstanders het bi vaak als ideaal voor een verre toekomst zien, en de Finse voorstanders het gewoon zien als een beter systeem voor sociale zekerheid dan het bestaande.

 

 

Vrouwen in de bijstand over herwaardering van de zorg

Nederland kent sinds 20 jaar comités Vrouwen in de Bijstand en sinds 15 jaar een Landelijk Steunpunt Vrouwen in de Bijstand (LSVEB). Dit jubileum is aanleiding geworden tot twee LSVEB-uitgaven: een brochure "Klinkende munt voor zorg" en een manifest "Zorg is een basispakket".

Een specifiek probleem voor vrouwen als bijstandstrekker is kennelijk de veronachtzaming van de betekenis van de zorgtaak. Dat betreft dan nog in het bijzonder de zorg voor de kinderen.

De geschiedenis leert, dat bijstandsmoeders altijd slecht bedeeld zijn geweest en dat hun positie de laatste twintig jaar alleen maar verslechterd is. Niet alleen is de hoogte van de uitkering afgekalfd, maar er is ook fundamenteel iets veranderd in Nederland. Destijds was het nog gebruikelijk, dat de vader kostwinner was en de moeder voor het gezin zorgde. Viel de man weg door overlijden of echtscheiding, dan was de vrouw primair moeder voor het gezin.

Van lieverlede is gehuwde vrouwen het recht toegekend om ook betaald werk te doen. En intussen is het een plicht voor iedereen geworden om met werk in eigen onderhoud te voorzien. Voor bijstandsmoeders is de zorgtaak daarmee niet meer uitgangspunt, maar een beperkende omstandigheid om te werken. Liever betaalt men bijstand om de kinderen op te vangen en de vrouw te laten werken dan de vrouw bij haar gezin te laten, onverschillig wat het goedkoopste is.

Het LSVEB vindt het wel een goede zaak, dat moeders in de gelegenheid worden gesteld om te gaan werken, maar eist eindelijk erkenning van de betekenis van de zorgtaak. Een erkenning, die in geld is uit te drukken.

Een ander probleem is de decentralisatie van regelgeving naar de gemeenten. Deze is bedoeld om beter maatwerk te kunnen leveren, maar wat we zien is een volkomen verschillende invulling per gemeente. Mogelijkheden, die het rijk toestaat, worden lang niet door alle gemeenten gebruikt Dat geeft rechtsongelijkheid met bittere situaties in de slechtste gevallen en zonder kans op verweer tegen de regelgeving. Het LSVEB pleit voor een landelijk geregeld zorginkomen, waaraan ook pensioenrechten ontleend worden.

In de brochure worden alternatieve ideeën opgesomd, zoals diverse organisaties een en ander denken in te vullen. Daarbij vinden we ook het standpunt van de Vereniging Basisinkomen. In het Manifest Zorg is een Basispakket vinden we een lange reeks van aanbevelingen over het te vormen basispakket.

Wie in onze vorige Nieuwsbrief het artikel "Werk, werk en nog eens werk" gelezen heeft, zal zich de daarin beschreven miskenning van de zorgtaak wel herinneren.

Basisinkomen is niet meteen een panacee voor bijstandsvrouwen. Met pakweg 1000 gulden per maand plus zoiets als kinderbijslag is men wel vrij van bureaucratische bemoeienis, maar nog niet uit de geldzorgen. Maar wat ons artikel wel laat zien, is, dat niet alleen moeders, maar ook talloze andere mensen uiterst belangrijk onbetaald werk doen, dat officieel geen werk mag heten.

Als het kostwinnersprincipe vervalt, is alle zorg maatschappelijk relevant werk geworden, met alle ethische en financiële gevolgen vandien.

Willem de Jonge

 

 

In gesprek met CDA-vrouwen

Een vrouwenberaad van het CDA in Heemkerk/Beverwijk nodigde de Vereniging Basisinkomen uit om in een vergadering op 9 maart uitleg over het basisinkomen te geven. Emiel Schäfer en Willem de Jonge namen die taak op zich.

Zij ontmoetten daarbij een dozijn politiek bewuste vrouwen, die zich zeer aangesproken voelden door allerlei concrete zorgen van mensen en groepen. Zij zoeken politieke antwoorden en hebben veel belangstelling voor de ideeën over basisinkomen.

Hierin lag veel stof voor een indringend gesprek met veel vragen, uitleg en voorbeelden. De arbeidsproblematiek werd daarbij nader belicht aan de hand van ons stuk "Werk, werk en nog eens werk". Het uitvoerig verslag van de vergadering, dat wij later ontvingen, laat zien hoezeer onze boodschap is overgekomen. Men spreekt in dat verslag van : "Een geanimeerde discussie over een boeiend, veelbelovend onderwerp".

Uit een PR-oogpunt is dit een bemoedigend voorval. Het is belangrijk, dat wij werden gevraagd en ons niet hoefden aan te bieden. Dat bewijst, dat het thema leeft, ook (of juist) dicht bij de dagelijkse werkelijkheid. En als wij ons de moeite geven om eerst goed te luisteren naar wat anderen bezig houdt, valt er ook voor ons in zo'n gesprek veel te leren.

Willem de Jonge en Emiel Schäfer

 

 

Laatste nieuws

Nijmegen wil experiment basisloon

Uit: "De Gelderlander" van zaterdag 8 mei 1999.

Geef alleenstaande Nijmegenaren met een bijstandsuitkering 800 gulden netto per maand, ontsla ze van de verplichting voor heronderzoek en maandelijkse inkomstenbriefjes, maar geef ze de vrijheid tot het minimumloon bij te verdienen. Gehuwden en éénoudergezinnen ontvangen 1200 netto per maand en hebben de vrijheid tot 1.5 maal het minimumloon bij te verdienen.

B&W van Nijmegen willen experimenteren met deze vorm van een basisinkomen. Onze Vereniging werd hierover benaderd door de Stadspartij Leefbaar Nijmegen die onze morele steun vroeg. Meer hierover in de volgende nieuwsbrief!

POSTERS

Bij deze nieuwsbrief zit een poster bij gesloten, de eerste in een reeks. Bij elk volgende nummer zal er een poster met een nieuwe tekst meegestuurd worden. Hang hem op een plek waarvan je denkt dat deze tekst opvalt of de lezer tot nadenken aanzet. Hebben jullie zelf suggesties voor teksten? Stuur ze dan op aan de redactie! Het adres staat achterin de nieuwsbrief.

Oproep

Bij de Vereniging Basisinkomen is een vacature voor een voorzitter!

Wij zoeken iemand die inzicht heeft in de materie en de huidige discussie op het gebied van de sociale zekerheid op de voet volgt De voorzitter werkt samen met de overige bestuursleden en met personeel en vrijwilligers van de vereniging. De voorzitter zit eens per maand de bestuursvergadering voor. Het bestuur bestaat uit vrijwilligers, wel is er een onkostenvergoeding.

Verder zoeken wij ook nog iemand voor onze P. R. en publiciteit

Wij zoeken iemand die het aantrekkelijk vindt om een ingewikkeld maar tevens breed onderwerp op een zo positief mogelijke wijze voor het voetlicht te brengen. Het basisinkomen kent veel verschillende aspecten en invalshoeken. Wij verwachten van deze persoon ervaring met p.r. en een goed gevoel voor de juiste aanpak om het basisinkomen en het bestaan van de vereniging bekend te maken aan een breed publiek.