NIEUWSBRIEF VAN DE VERENIGING BASISINKOMEN
NUMMER 28 SEPTEMBER 1999
issn: 09243038
INHOUDSOPGAVE
Belastingplan 21ste eeuw
Een Universeel Basisinkomen
De aard van het werk verandert
De discussie over de toekomst van werk
Voorstel voor een basisinkomen
Vivant - Basisinkomen als politieke partij grondslag
Uit de pers: Galbraith
Boeken, boeken
Michiel van Hasselt, De staat van de eenvoud
Naschrift
Laatste nieuws
Belastingplan 21ste eeuw
"De aftrek van hypotheekrente heeft de schatkist vorig jaar 10,9 miljard gulden gekost" stelde verslaggever Wiko Dekker van de Volkskrant na lezing van een recente studie van de Leidse universiteit (Zie voorpagina van 31 juli 1999).
Eerder dit jaar was de aftrek via spaar- en pensioenregelingen in het nieuws. Ook deze aftrek "kost" het Rijk vele miljarden. Van deze twee aftrekposten profiteren vooral mensen met een redelijk tot hoog inkomen, blijkt vervolgens uit de cijfers.
In Nederland vinden velen dat "de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen". De genoemde aftrekposten zouden dus eigenlijk moeten verdwijnen. Maar verandering is moeilijk.
Wie bij het kopen van een huis uitgegaan is van aftrekvoordelen, wordt zenuwachtig als daaraan gesleuteld wordt.
Sommige politici doen het voorkomen, dat het "belastingplan voor de 21 ste eeuw" al helemaal vastligt Maar, nu de "kosten" van deze aftrekposten zo stijgen, zal de volksvertegenwoordiging wel met wijzigingen komen.
Onderstaand voorstel speelt op het bovenstaande in, en heeft ook op een ander, minstens even problematisch terrein, n.l. dat van de bestrijding van armoede en werkloosheid een positief resultaat.
Schaf de bovengenoemde aftrekposten af. Maar ga tegelijkertijd over op een basisinkomen (negatieve inkomstenbelasting) voor iedere volwassene van duizend gulden per maand. Voor de meeste huishoudens betekent dit een maandelijkse aftrek van 2000 gulden. Dit is dan de compensatie voor het wegvallen van de huidige, veel ingewikkelder aftrekmethoden. Voor tweepersoonshuishoudens met een bijstandsuitkering betekent dit, dat zij verlost worden van de "gang naar de sociale dienst" en dat er gewoon kan worden "bijverdiend". Voor huishoudens met een volwassene zal soms nog een bijkomende uitkering nodig zijn, hoewel ook bij deze categorie dan vaker via "hij verdienen" een inkomen boven het uitkeringsbedrag kan worden verworven.
Dit voorstel is financieel doorgerekend door medewerkers van de Vereniging Basisinkomen. Het is financieel haalbaar en "niemand" gaat er financieel ernstig op achteruit.
Voordelen daarbij zijn naast een helder belastingsysteem: minder bureaucratie en betutteling, een groter verschil in inkomsten tussen werklozen en werkenden en dus voor velen een stimulans om op de arbeidsmarkt actief te zijn, meer mogelijkheden voor het starten van een eigen bedrijf en tenslotte: voor velen minder armoede.
Saar Boerlage
Een Universeel Basisinkomen
Sally Lerner is een enthousiast verdedigster van het Universeel Basiskomen (UBI). Zij gelooft dat het UBI leidt tot een eerlijker verdeling van betaald en onbetaald werk, betere kansen op de arbeidsmarkt voor lager opgeleiden èn voldoende inkomen om deel te nemen aan de samenleving. Ze beargumenteert dat het basisinkomen betekent dat je echt voor een baan zal kunnen kiezen en dat het zal leiden tot een betere beloning voor de meest onaangename banen. Er zou werk zijn voor iedereen die wil, de armoedeval kan worden vermeden en de consumentenuitgaven worden op peil gehouden van degenen die met hun bestedingen vooral een bijdrage leveren aan de lokale economie.
De aard van het werk verandert
Beleidmakers in Nieuw Zeeland, Groot-Brittannië en Canada hebben in de laatste decennia het pad verlaten van investeringen in het welzijn van de gemeenschap naar sociaal-democratisch, 'Europees' model, en ook de universele uitgangspunten die dit beleid aanvaardbaar maakten. Ze hebben steeds meer ingeruild voor een blinde aanbidding van de hardere Amerikaanse houding. Het Amerikaanse model prefereert beperkte, gerichte sociale uitgaven. Hierdoor is de kloof tussen arm en rijk vergroot, terwijl de officiële werkloosheidscijfers laag gehouden worden door middel van laagbetaalde 'MC-Jobs' en gevangenisstraffen. **
Waar het Amerikaanse model de boventoon voert gaan de modale en lage inkomens er op achteruit en zijn meer banen slecht. betaald en onzeker. De rijken worden rijker, sommigen zelfs obsceen rijk, terwijl een sfeer van onzekerheid en angst steeds duidelijker heerst onder de rest van de bevolking. Reorganisaties en afslankingsoperaties in al hun varianten hebben meer werkloosheid en onzekere arbeidsomstandigheden geschapen.
Alhoewel er nog steeds veel publieke weerstand is tegen het in de steek laten van zwakkeren in de samenleving, worden er niet aflatende pogingen gedaan om consensus te smeden voor substantiële inkrimping van de sociale zekerheidsuitgaven, zowel regionaal als nationaal. Politici pleiten voor bijscholing en trainingen als de ultieme oplossing voor werkloosheid en armoede. Ze weigeren zich af te vragen of er überhaupt wel banen zullen zijn voor iedereen die een baan wil en nodig heeft Het is zorgwekkend dat de hoop op een baan wordt aangewakkerd in de trainingsprogramma's zonder dat een veilige, goedbetaalde baan verzekerd is.
Niemand kan ook zeggen welke banen dat zouden kunnen zijn, aangezien volgens de voorspellingen slechts 20 % van de Noord-Amerikanen nodig zijn voor goedbetaalde, kennisintensieve banen. De verspreiding over heel de wereld van hoogwaardige kennis maakt zelfs de baanzekerheid en beloning van zulke banen onzeker. Ongeschoold lopende-band werk zal geleidelijk worden geautomatiseerd, zodat de meerderheid van de arheidsbevolking alleen laaghetaalde diensten kunnen verrichten in de gezondheidszorg, het toerisme en andere dienstensectoren.
De discussie over de toekomst van werk
Ondanks het feit dat de aard van het werk fundamenteel verandert, is er een grote tegenzin, zowel bij het grote publiek als beleidmakers, om andere scenario's dan volledige werkgelegenheid te onderzoeken. Dit contrasteert met de voortdurende roep van de private sector om arbeidsflexibiliteit, die zich laat vertalen in op afroep beschikbare, laagbetaalde deeltijdwerkers. Hoe kunnen deze conflicterende visies op werk op één lijn gebracht worden?
De momenteel beschikbare antwoorden variëren van het verlagen van de vraag naar werk tot verhoging van het aanbod van werk Sommige voorstanders van het delen van werk bepleiten een 32-urige werkweek en meer macht voor werknemers. Woordvoerders van het zakenleven zien meer in verlaging van de loonbelasting. Sommige beleidsmakers bij de overheid praten over een bij wet bepaalde reductie van overwerk en andere manieren om een grote vraag naar arbeid te scheppen. Er is echter geen serieuze discussie over een nabije toekomst met veel te weinig goede banen, waarin veel goederen geproduceerd worden door slimme machines. Noch de gevaren, noch de kansen van deze nieuwe realiteiten worden serieus bekeken.
Mensen met werk draaien meer uren dan ooit tevoren. Het is niet duidelijk hoeveel nieuw werk geschapen zou worden door vermindering van overwerk of inkorting van de standaardwerkweek met tien uur. Er is een breed scala van beleidsvoorstellen en proefprojecten die erop gericht zijn om de werktijd per individu te verminderen als mogelijk antwoord op de afname van traditionele betaalde banen. De veronderstelling hierbij is dat een innovatief mengsel van kortere werkweken, deeltijdbanen, sabbatsverloven, VUT-regelingen en de vervanging van belastingen op het gebruik van grondstoffen het meeste effect zal sorteren. Veel analisten geloven echter dat zulke maatregelen alleen maar kunnen werken in combinatie met een verzekerd basisinkomen in een of andere vorm.
Als er uiteindelijk niet genoeg zekere, volledige, redelijk betaalde banen zullen zijn in de toekomst, dan eisen zowel de rechtvaardigheid als het sociale belang dat we ophouden met het straffen en stigmatiseren van mensen die zulke banen niet vinden, of die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen met twee of drie slecht betaalde baantjes of opeenvolgende losse contracten.
Alle mensen zouden over middelen moeten beschikken om waardig te leven, en daarnaast is het in het belang van de maatschappij dat iedereen in staat is en gemotiveerd om volledig en positief deel te nemen aan de gemeenschap. De economische kosten van langdurige werkloosheid zijn duidelijk. Ook de schadelijke gevolgen voor de individuele gezondheid, het gezinsleven en de samenleving - zoals misbruik, verscheurde gezinnen, geestelijke problemen en zelfs suïcide - zijn algemeen bekend.
Voorstel voor een basisinkomen
Hoe kunnen wij onze belangen het best behartigen in dit post-industriële tijdperk van nieuwe technologieën en een globaliserende economie? De meeste mensen geloven oprecht dat de enige weg naar een mooiere toekomst is gelegen in een terugkeer naar een tijdperk van traditionele, volledige werkgelegenheid. Ze betogen dat de private sector banen zal scheppen als er meer belastingverlagingen en andere prikkels komen, dat de publieke sector als werkgever een laatste toevluchtsoord kan bieden, dat een 32-urige werkweek het bestaande werk gelijk zou verdelen, dat goede opleidingen bekwame werknemers afleveren en dat bij een meer ondernemende cultuur de kleine bedrijven als paddestoelen uit de grond zouden schieten.
Ongetwijfeld zit er enige waarheid in ieder van deze argumenten. Maar er kleven aan iedere oplossing ook moeilijkheden in termen van implementatie, effectiviteit op de lange termijn en politieke aanvaardbaarheid. Geen van deze strategieën op zichzelf of zelfs gecombineerd kan adequaat de problemen oplossen die veroorzaakt worden door een omvangrijke, langdurige, structurele werkloosheid. Evenmin is het traditionele sociale vangnet adequaat, dat ontwikkeld is voor een maatschappij met volledige werkgelegenheid waarin mensen slechts kortdurend werkloos zijn. Er is geen terugkeer mogelijk naar oude modellen van de welvaartsstaat, hoe verleidelijk dit ook moge lijken.
Het wordt hoog tijd dat beleidmakers, in samenspraak met een goed geïnformeerd publiek, beginnen met het ontwikkelen en implementeren van geloofwaardige alternatieve benaderingen voor de verdeling van werk, inkomen, goederen en diensten. Zo kunnen zij het menselijke lijden verminderen, negatieve gevolgen op sociaal vlak vermijden, het milieu beschermen en een nieuw raamwerk scheppen waarbinnen alle mensen positief kunnen bijdragen aan het welzijn van de samenleving. Dit is op zijn allerminst, vanuit eigenbelang, noodzakelijk om de sociale samenhang en een gezonde economie in stand te houden.
De kern van de nieuwe situatie is dat het scheppen van rijkdom doorgaat, maar dat daarvoor minder menselijke arbeid nodig is. En als arheidskracht nodig is, dan kan het in toenemende mate in lage lonenlanden worden gevonden. Het is tijd om na te gaan hoe we inkomen kunnen loskoppelen van traditionele banen die er niet voor iedereen zijn. De mate waarin en de snelheid waarmee vormen van betaalde arbeid zullen verdwijnen zijn nog onderwerp van discussie. Het is voor de meeste mensen nog moeilijk zich een samenleving, uiteindelijk een wereld, voor te stellen waarin relatief weinig werkers alle goederen en diensten kunnen verschaffen die nodig zijn.
Claus Offe, professor sociale politiek aan de Humbold universiteit in Berlijn en al vele jaren pleitbezorger van een 'burgerinkomen' schrijft: "Als veel mensen niet meer in loondienst werken en rijkdom voornamelijk wordt geproduceerd door machines, dan kan het probleem van de verdeling alleen worden opgelost door het instellen van specifieke economische rechten die alle burgers aan elkaar geven als onderdeel van hun burgerschap. Het kernidee van een 'burgerinkomen' bestaat uit het recht op voldoende inkomen zonder de voorwaarde van betaald werk".
Er is veel goed en nuttig werk dat gedaan miet worden in onze gemeenschappen. We moeten een discussie op basis van argumenten voeren over de grond en criteria voor een basisinkomen voor alle burgers en over de mogelijkheden om dit te verstrekken, zodat mensen verder met dit werk aan de slag kunnen gaan. Of dit basisinkomen onvoorwaardelijk zal zijn of afhankelijk van het verrichten van nuttig werk voor de maatschappij of het milieu moet onderwerp zijn van publieke discussie en besluitvorming, evenals de talloze voorstellen voor een basisinkomen.
De financiering van het basisinkomen zal een centraal thema in de openbare discussie zijn. Die vraag is onderwerp van beschouwing geweest in veel landen, en de huidige ideeën daarover bestaan uit een scala van mogelijkheden: besparingen door het verdwijnen van het grootste deel van de bureaucratie die nu de sociale zekerheid uitvoert, een 'Tobin-belasting' op speculatie met geld, een kleine 'bitbelasting' op alle elektronische transacties, allerlei veranderingen in inkomsten- en bedrijfsbelastingen of een belasting op het gebruik van eindige grondstoffen.
Het is moeilijk voor te stellen dat het leger van ingenieuze economen niet in staat zal zijn haalbare voorstellen te bedenken, zodra het gewenste eindresultaat is vastgesteld. De Ieren hebben onlangs het voortouw genomen met een set financieringsplannen voor een nationaal basisinkomen.
Het is tijd voor beleidmakers over de hele wereld om zich op deze uitdaging te richten.
Een goed doordacht, levensvatbaar programma voor een basisinkomen kan als basis dienen waarop een menselijker, humane levenswijze gebouwd kan worden. Terwijl ondernemerschap nog steeds zal bloeien, kan iedereen het betaalde werk dat er is delen. Iedereen zal met de zekerheid van een volledig basisinkomen vrij zijn om meer tijd aan gezinszaken te besteden, aan werk voor de gemeenschap, aan leren en zelfontplooiing. Na verloop van tijd als mensen een evenwichtiger leven beginnen te leiden, zullen sociale waarden zich aanpassen zodat de waarde zal worden erkend van de vele soorten van 'goed werk' die inkomenszekerheid toestaat.
Sally Lerner is lector aan de Universiteit van Waterloo in Canada bij de faculteit van milieustudies en coördinator van het 'Futureworkconference', een internet forum. Dit artikel is een bewerkte vertaling van een speech, gehouden tijdens de tweede Nieuw-Zeelandse UBI-conferentie in 1998. Overgenomen uit de nieuwsbrief van de stichting 'UNO-inkomen'
Vivant - Basisinkomen als politieke partij grondslag
Op bladzijde 9 van Nieuwsbrief nummer 27 wordt melding gemaakt van Vivant, een nieuwe politieke partij in België, die als voornaamste programmapunt de invoering van een basisinkomen heeft. In de verkiezingen van 13 juni zou deze partij voor het eerst met een eigen programma en kieslijst uitkomen. Ter voorbereiding werd op 8 mei in een hippodrome buiten Brussel een grote manifestatie gehouden. Leden van onze Vereniging Basisinkomen waren daartoe uitgenodigd. Namens de vereniging ben ik poolshoogte wezen nemen.
Gelukkig hoefde ik mij daar niet al te eenzaam te voelen, want op weg van het spoorstation naar de plaats van het evenement liep ik op met een Vlaming, die graag bereid was mij alles uit te leggen en die als vriend en gastheer tot ver in de middag mij terzijde stond.
Allereerst vroeg ik mij af, of het basisinkomen niet een smalle basis was voor een complete politieke partijvisie. Maar daartoe moet men de Belgische situatie kennen, waar het aanzien van het bestaande partij stelsel ernstig in discrediet is. Men spreekt van "particratie". Dat is een structuur, waarin een paar grote oude partijen met een volkomen verouderde ideologie een strijd om de macht voeren, waardoor het hele openbare leven is opgehangen aan partijbelangen.
In dat beeld past een nieuwe partij met een eigentijdse opvatting over democratie, waarin de persoonlijke vrijheid van mensen evenzeer centraal staat als de bestaanszekerheid. Zo'n partij is niet extreem links of rechts, niet Vlaams of Waals. En het blijft niet bij vage beloften. Het basisinkomen is een heel concrete oplossing voor haast alle fundamentele problemen, waar de oude politiek geen raad mee weet.
Wie een partij wil stichten heeft veel aanhang nodig. Daarom is zo'n manifestatie een hoogstandje van public-relationsactiviteit. Een grote zaal voor duizenden mensen, geluidsinstallaties van bijpassend vermogen, grote beeldschermen om sprekers zichtbaar te maken. En inhoudelijk een marathon van korte toespraken, optredens en filmpjes, waarin zoveel verschillende maatschappelijke groepen het heil van basisinkomen verwachtten, dat het een panacee tegen alle kwalen leek. Boeren, ouderen, middenstanders, studenten, vrouwen, kunstenaars, iedereen zag uit naar de nieuwe maatschappij, waarin gelukkige, vrije mensen weer erkenning vinden en misdaad zijn aantrekkingskracht verliest. Waar werkgevers weer in de rij staan om werknemers te vinden en de mens geen wegwerpartikel meer is.
Op het podium verschenen ook veel blije gezichten van kandidaten voor het parlement. Ieder deed zijn persoonlijk verhaal. En heel persoonlijk is ook de voorzitter, Roland Duchatelet, de geestelijke vader en pionier van het Basisinkomen in België.
Het zal niemand verbazen, dat ik me bij zoveel elan betrokken ging voelen op de Belgische zaak en met spanning begon uit te zien naar de verkiezingsuitslagen op 13 juli. Ik heb de Vlaamse televisie menigmaal bekeken en beluisterd en allerlei tabellen voorbij zien komen. Maar de naam Vivant is niet eenmaal genoemd of in beeld geweest. Vivant heeft 2 % van de stemmen gehaald, maar dat zat verborgen in de kolom "overige partijen" en heeft geen zetel in het parlement opgeleverd. Wel een parlementszetel in de Brusselse regio.
Wat kunnen wij in Nederland hiervan leren?
Van PR heeft Vivant meer verstand dan de Vereniging Basisinkomen. Hoewel de vergelijking eigenlijk niet op gaat. Wie kiezers moet winnen, weegt zijn woorden niet op een goudschaaltje. Maar voor een geloofwaardige vereniging geldt: "Wie te veel bewijst, bewijst niets".
Laten we blij zijn, dat we voorzichtig met de partijpolitiek omspringen. In bijna elke partij zijn voor- en tegenstanders van basisinkomen. Dan is het niet goed, als één partij zich die keuze toe-eigent. Dat drukt de anderen in het verzet. En blijkbaar zijn nieuwe partijen in België net zulke kasplantjes als in Nederland. Daar verandert een algemene vertrouwenscrisis en een nieuw elan weinig aan.
Door Willem de Jonge.
Hebben
't Bevel der hoogmoedige heren
Is, dat iedereen meer moet presteren
Maar dat in werkelijkheid telt
Slechts hun honger naar geld
En daarvan zou ik graag profiteren
S. Limmerik
Uit de pers: Galbraith
De inmiddels 90 jaar tellende econoom en Nobelprijswinnaar J. K Galbraith heeft in juni van dit jaar een eredoctoraat verkregen aan de London School of Economics, zo bericht de Guardian Weekly van 8 juli 1999. Ter gelegenheid van de uitreiking van deze onderscheiding hield Galbraith een rede, hieronder verkort weergegeven, waarin hij de wereld zijn opvattingen voorhield.
Ik ben geboren en opgegroeid op een boerderij in Canada. Tot op de dag van vandaag word ik 's ochtends nooit wakker zonder het geruststellende gevoel dat ik niet de eerste uren hoef door te brengen met zwaar en eentonig werk. Een van de beste resultaten van deze eeuw is de ontsnapping aan wat Marx met enige overdrijving de stompzinnigheid van het landleven noemde. Zwaar en eentonig werk is behoorlijk teruggedrongen.
Het woord "werk" is de meest misleidende sociale term van deze tijd. Het doelt op de bezigheid die veel mensen niet zouden willen missen. En er wordt zware, oninteressante en repetitieve arbeid mee bedoeld. Het perverse feit doet zich voor, dat degenen die het aantrekkelijkste werk hebben het best worden betaald en de meeste vrije tijd hebben. Maar ook op het gebied van de vrije tijd is vooruitgang geboekt.
In de succesvolste landen is er een enorme toename van de productie van goederen en diensten geweest. Groei wordt als voornaamste bewijs gezien van menselijke vooruitgang. Ten onrechte, want wetenschappelijke en artistieke prestaties zijn voor de mens van meer belang. Helaas is tegenwoordig de vurigste artistieke activiteit gewijd aan de promotie van de verkoop van goederen en diensten. Geeft de artistieke en wetenschappelijke geschiedenis te denken, ook de economie heeft problemen. Het ernstigste is het oude en onopgeloste probleem van de afwisseling van opleving en crisis. In de USA beleven we weer een periode van speculatief optimisme. Meer mensen verkopen opties en aandelen dan er verstand van hebben. Mocht iemand U vertellen, dat we een tijd zijn binnengegaan van permanente voorspoed, en dat de beurs dit heuglijke feit weerspiegelt, pas dan op. De kans op recessie is onverminderd aanwezig.
Twee taken in het bijzonder zijn in deze eeuwen dit millennium onvoltooid gebleven. Ten eerste zijn er nog steeds grote aantallen armen, zelfs in de rijke landen, en zeker in Amerika. Vroeger waren er vooral behoeftige mensen op het Amerikaanse platteland, vooral in het Zuiden. Nu zitten ze in de grote steden. In de rijke landen is stedelijke armoede de meest opvallende en pijnlijkste erfenis van vroegere eeuwen. Het antwoord hierop, althans gedeeltelijk, is nogal duidelijk: iedereen dient een fatsoenlijk basisinkomen te hebben. Een rijk land als Amerika kan zich goed veroorloven om iedereen buiten de armoede te houden. Sommigen, zo zal gezegd worden, zullen zich tevreden stellen met hun inkomen en niet werken. Dat is nu ook zo met ons beperkte zekerheidsstelsel. Laten we enige keuze voor de vrije tijd accepteren, zowel van de armen als van de rijken.
Ten tweede is er een bizar probleem met de inkomensverdeling. De mensen met een topinkomen verdienen steeds meer, de rest steeds minder. De ongelijkheid wordt gesignaleerd, maar ik zou wat meer discussie willen zien. Voor degenen die beweren dat we het inkomen van de rijken moeten beschermen door belastingverlaging om hun activiteiten te ondersteunen heb ik een antwoord. Misschien moeten we de belasting wel verhogen om daarmee de pogingen te stimuleren om hun netto inkomen in stand te houden. Maar dit wordt niet algemeen toegejuicht.
Een resultaat van deze eeuw dat onze waardering verdient is het eindigen van het kolonialisme. Maar helaas betekende dit vaak ook het einde van effectief bestuur. Vooral in Afrika maakte het kolonialisme vaak plaats voor een corrupte regering of helemaal. geen regering. In een humane wereldorde moeten we een mechanisme ontwikkelen dat de soevereiniteit opschort wanneer dat nodig is om de bevolking tegen menselijk leed en rampen te beschermen. We moeten het aan de Verenigde Naties overlaten om een goede en humane onafhankelijkheid te verzekeren. Ook in Kosovo hadden de VN een dominante rol moeten spelen. Van de Servische overheersing viel niets goeds te zeggen, maar van de bombardementen ook niet.
Wat ook nog tot stand gebracht moet worden is het einde van de nucleaire dreiging. Toen India en Pakistan kernwapens tot ontploffing brachten, protesteerde de USA. Hun logische antwoord was: en jullie dan?
Nog steeds zijn we in staat een eind te maken aan alle beschaving en misschien wel aan alle leven op deze planeet. Zolang de kernwapens nog niet ontmanteld zijn kunnen ze in handen vallen van mentaal kwetsbare politici, met alle gevolgen van dien.
Boeken, boeken
Michiel van Hasselt, De staat van de eenvoud
Een essay over democratie, bureaucratie en burgerschap. (1998) Uitg. J. van Arkel, 96 pag., prijs f. 25,-.
Het gaat slecht met de democratie in Nederland. Modale burgers kunnen of willen zich niet manifesteren als actieve staatsburgers, d. w. z. als medeproducenten van overheidsbeleid in het kader van de parlementaire democratie. Velen geloven niet dat de politiek de inrichting van de samenleving wezenlijk kan bepalen. Men verwacht vaak meer heil van marktwerking of van meditatie in de New Age. Blijkbaar missen de meeste politieke partijen iets dat mensen trekt en bindt.
Politiek is voor burgers in de verzorgingsstaat in principe een waardevolle mogelijkheid tot zingeving en ontplooiing. Maar helaas, die burgers fungeren bijna alleen nog maar als consumenten van, of als objecten van, het overheidsbeleid. En dat is mede de schuld van de politici, want de politieke cultuur zelf geeft aanleiding tot minderwaardige representatie en tot besluiten met een gering draagvlak. Veel politieke besluiten zitten, vaak met opzet, nog vol onopgeloste keuzevragen, waarop het aan ambtenaren wordt overgelaten antwoorden op die keuzevragen te verzinnen. Beleidmakers deinzen er niet voor terug om via verhulde intimidatie en manipulatie alsnog een virtueel draagvlak te creëren.
Dit stelt Michiel van Hasselt, de auteur van bovengenoemd boek, en tevens dat er wat aan gedaan moet worden. En er kan wat aan gedaan worden zodra Nederland wat eenvoudiger in elkaar zit dan nu. Dan ziet men sneller wat er gaande is en komt men sneller in actie.
In een op Nederland lijkend land, bijvoorbeeld Opperland, zijn veel vereenvoudigingen mogelijk. Het parlement kan er uit één kamer van honderd leden bestaan. Provinciebesturen zijn er niet, evenmin als een koningshuis. Er hoeft geen referendum te zijn, maar wel jaarlijkse verkiezing van gemeenteraad en parlement. Bepaalde ministeries kent men er niet, zoals Defensie, EZ, Algemene Zaken, SoZaWe, LNV en Verkeer en Waterstaat. Ook studiefinanciering en volkshuisvesting kunnen de burgers er zelf organiseren.
In Opperland is er een "Ministerie van Financiën en Inkomenszorg " . Dat heft ecotax en progressieve inkomstenbelasting en zorgt voor voldoende koopkracht voor alle burgers via bepaling van een minimumloon en toekenning van een onvoorwaardelijke uitkering ter hoogte van de helft van dat minimumloon. Bijverdiensten zijn toegestaan, maar worden voor de helft op de uitkering in mindering gebracht. Heb je geen werk of andere bron van inkomsten en kun je van de uitkering niet rondkomen, dan moet je je voor een hogere uitkering onderwerpen aan" sociale activering".
Vreemd genoeg wordt ook de oprichting van een "Ministerie van Sociale Activering" als een vereenvoudiging van de samenleving gepresenteerd. Dit instituut. zorgt voor" sociaal bankiers", die in dienst van gemeenten overeenkomsten sluiten met lokale pechvogels, zielepoten en randcriminelen. Die moeten dan onder toezicht van hun sociaal bankier bijvoorbeeld heel veel solliciteren, of geweldig goedkope woonruimte zoeken, of een bedrijfje beginnen, of afkicken, of een studie volgen, of onderdak verlenen aan een asielzoeker, of heel goed voor hun jonge kind, zieke moeder of bejaarde oom gaan zorgen. En doen ze dat volgens hun sociaal bankier niet in overeenstemming met de wettelijke vereisten, afkomstig van de minister van sociale activering, dan kost ze dat geld. Heel eenvoudig. Ook de WW, AOW en WAO zijn weg en minder draagkrachtige ontslagen werknemers, ouderen en langdurig zieken worden afhankelijk van het inzicht, de mogelijkheden en de betalingsbereidheid van de gemeentelijke sociaal bankier om de hoek.
Nog eenvoudiger. Hier kan overigens niet onvermeld blijven, dat de auteur inmiddels actief lid is geworden van de Vereniging Basisinkomen, en wellicht voor de bijdrage die een basisinkomen aan de zelfstandigheid van het individu kan leveren een open oog heeft gekregen.
Opperland voert EU- beleid uit voor defensie, belastingheffing op bedrijven, werkgelegenheid en ontwikkelingssamenwerking. Iedereen volgt er tot het vijftiende jaar hetzelfde onderwijs, de thuiszorg is gratis en kent korte wachttijden, en iedereen betaalt er evenveel verzekeringspremie voor ziektekosten. Bovendien zorgt het "Ministerie van Recht en Veiligheid" voor wetten, waarvan iedereen de inhoud kan begrijpen zonder de inhoud van andere wetten te kennen. Door deze en andere heilzame omstandigheden evolueert Opperland tot een echte Staat van de eenvoud.
De bedoeling van het boek is om meer discussie over het functioneren van de Nederlandse overheid op gang te krijgen. Er is een vereniging, genaamd "Cives 2000", in oprichting, die debatten wil organiseren en contacten wil onderhouden met politieke partijen. Men kan het boekje voor f. 25,-. bestellen en zijn ideeën kwijt via het e-mail adres cives@casema.net.
Gosling Putto.
Naschrift
Dat mijn essay "De staat van de eenvoud" in VBi-verband besproken wordt is niet gek, want die onvoorwaardelijke uitkering hun je ook gewoon "basisinkomen" noemen. Wel gek vond ik de alinea over de extra uitkering. Graag gebruik ik het aanbod van een naschrift om te proberen de misverstanden die mijn tekst op dit punt blijkbaar oproept, uit de weg te ruimen.
Aan de Opperlandse extra uitkering worden voorwaarden gesteld die - ik ontken het niet - als betuttelend beleefd kunnen worden. Toch zijn er, vergeleken bij de repressieve sociale zekerheid anno nu, minstens zes relevante verschillen:
Tenslotte: het systeem van de extra uitkering kan helpen hij de invoering van het hasisinkomen. Mensen voor wie de terugval van een relatief hoge uitkering nu naar een basisuitkering straks te groot is kunnen met een extra uitkering hun probleem oplossen. De huidige sociale-zekerheidsfunctionarissen die door de invoering van een basisinkomen massaal overtollig woprden, kunnen straks in een beperkt aantal gevallen een (veel interessanter) alternatief vinden in de nieuwe werkgelegenheid van het sociaal-bankierssysteem. Wat de financieleuimte voor extra uitkeringen betreft denk ik aan een strategie om eerst royaal mogelijkheden te bieden om daarna, als de basisuitkering meer ingang en acceptatie heeft gevonden, geleidelUk restrictiever te worden.
Michiel van Hasselt, 1 aug 1999.
Laatste nieuws
Nog even ter herinnering: op vrijdag 3 september a.s. houdt Loek Groot een lezing over de inhoud van zijn proefschrift "Explorations in Basic Income", waarop hij op 7 september 1999 hoopt te promoveren. Gijs van Donselaar treedt op als co-referent. (Universiteit van Amsterdam in de Ronde Zaal, Oudezijds Achterburgwal 237, Amsterdam 15.00 uur).
Wel gepland, maar nog niet vaststaand: Lezing op vrijdag 12 november a.s om 15.00 uur, Ronde Zaal, Oudezijds Achterburgwal 237, Amsterdam. Door Michiel van Hasselt naar aanleiding van zijn, in dit nummer besproken, boek" De staat van de eenvoud". De discussie zal onder andere gaan over de vraag of er een basisinkomen voor iedereen moet worden ingevoerd of alleen voor degenen met een inkomen beneden het minimumloon, en eveneens over de organisatie van de bovenminimale uitkeringen.
De Vereniging Basisinkomen heeft op 15 augustus 1999 het oude vertrouwde kantoor in het FNV -gebouw aan de Herman Heijermansweg 20 (door de FNV inmiddels verkocht en ontruimd) moeten verlaten. Het kantoor van de Vereniging is verhuisd naar: Polderweg 110, 1093 KP Amsterdam.