NIEUWSBRIEF

BASISINKOMEN

 

39

december 2002

 

 

 

 

 

De Vereniging Basisinkomen

wenst u

prettige feestdagen

en een gelukkig nieuwjaar

 

en nodigt u uit voor de

Nieuwjaarsborrel

op 17 januari 2003

in het CREA-gebouw te Amsterdam

met een lezing van Vivant

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwbrief van de Vereniging Basisinkomen

Nummer 39, december 2002

ISSN: 09243038

 

 

 

 

 

 

 

INHOUD

 

Redactioneel

 

Agenda en Nieuws

-gesubsidieerde arbeid

- FNV en WAO

 

Boeken, Tijdschriften en Internet

- politieke groeperingen en partijen in Nederland

- Matthias Lievens’ bespreking van Negri & Hardt ‘Empire’

- Canada

- Australië

 

Verslagen

- 21 november: levensloop en sociale zekerheid

- 30 november: keer het tij

- Saar Boerlage: Het negende BIEN congres in Genève

 

Artikelen

- De Standaard: Economische democratie tussen utopie en realisme

- Jan Boerlage: Komt er een basisinkomen in Zuid Afrika?

 

 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
COLOFON

 

Dit nummer is een uitgave van de Vereniging Basisinkomen.

Artikelen mogen worden overgenomen met vermelding van herkomst.

Aan dit nummer werkten mee: Jan Boerlage, Saar Boerlage, Grietje Lof, Paul Metz, Gosling Putto. Met dank aan Vivant, Sally Lerner, Abvakabo en FNV Berichtenservice.

 

De Nieuwsbrief van de Vereniging Basisinkomen verschijnt driemaal per jaar.

De deadline voor het inzenden van artikelen e.d. voor het volgende nummers is: 15 februari 2003. Inzendingen kunnen o.v.v. ‘redactie nieuwsbrief’ per post of e-mail worden verstuurd.

 

Vereniging Basisinkomen

Elisabeth Wolffstraat 96b

1053 TX Amsterdam

 

Telefoon:            020-6852712

E-mail:              info@basisinkomen.nl

Website:            www.basisinkomen.nl


REDACTIONEEL

 

Tussen kerst en oud en nieuw horen we alleen nog maar oude hits op de radio en lezen we de ene terugblik naar de andere in de krant. En wij als vereniging basisinkomen doen daar natuurlijk ook aan mee. Want we hebben hard gewerkt, onder soms moeilijke omstandigheden, maar we kijken met een tevreden gevoel terug.

 

Allereerst was daar de inmiddels traditionele nieuwjaarsborrel met een lezing van Paul de Beer. Daarna de bijeenkomst in het voorjaar met een lezing van Michiel van Hasselt en de activiteiten in het kader van de WAO-discussie. En in november een drukbezochte themamiddag die het SISWO samen met de VBI had georganiseerd en waarvan in deze nieuwsbrief verslag wordt gedaan.

Jan en Saar Boerlage zijn in september naar het negende BIEN-congres in Genève geweest en hebben op de najaarsvergadering daar al iets van verteld. Hun verslagen staan ook in deze nieuwsbrief.

Daarnaast namen wij deel aan diverse discussies en inmiddels is Saar onze vertegenwoordigster bij de activiteiten van Keer het Tij, waar zij op de vergadering in het najaar eveneens verslag van deed.

 

Wij hebben viermaal een nieuwsbrief uitgebracht. De website is veranderd. Helaas ben ik sinds mijn ziekte nog niet aan een update toegekomen, maar we werken aan een Engelstalige versie en proberen de bibliografie te professionaliseren. De pr-groep heeft een nieuwe folder uitgebracht en een informatiepakket voor geïnteresseerden. Daarnaast werken zij aan meer themagerichte folders.

 

Ria Dijkstra en Grietje zijn op cursus geweest. D.w.z. zij hebben vier cursussen van twee dagen elk gevolgd bij De Beuk/Promo inzake ‘professionalisering'. Structurele subsidies worden in toenemende mate vervangen door projectsubsidiëring waar organisaties aangesproken worden op resultaten. Ook de vereniging krijgt hiermee te maken: deels omdat de contributies/bijdragen ontoereikend zijn voor verdere activiteiten, en deels omdat bijvoorbeeld de overheadvergoeding m.b.t. de instroom/doorstroombanen wegvalt. Dat betekent voor ons meer werk en een andere vorm van werken.

 

Maar we beginnen het nieuwe jaar weer met het nodige enthousiasme. Want... het gaat niet slecht met de discussie over een basisinkomen.

 

Zo valt het mij op dat veel vrouwen enthousiast zijn en dat is ook logisch. Een basisinkomen betekent immers economische zelfstandigheid voor vrouwen. Niet meer naar de bijstand moeten als je gaat scheiden. Of gedwongen worden om fulltime te werken. Ongeacht al je activiteiten, partner, alimentatie, je eigen inkomen. Dat betekent voor veel vrouwen een flink stuk onafhankelijkheid. Zekerheid zonder gezeur.

 

Wat mij ook opvalt is dat veel mensen met een minimumuitkering enthousiast zijn over een basisinkomen maar daarna gelijk een reactie hebben in de zin van "maar het lukt jullie nooit om dat er door te krijgen". Dat is zo. Althans niet als wij alleen blijven staan, maar met elkaar komen wij een heel stuk verder.

 

Een basisinkomen is wel degelijk een serieus alternatief voor een aantal maatschappelijke problemen. Niet voor alles. Dat is onmogelijk. Maar wel m.b.t. bijvoorbeeld de huidige discussies rond de levensloop, het proces van geboorte tot de dood. Een thema die vele aspecten omvat zoals:

 

Zorg: mensen kunnen te maken krijgen met zorg voor kinderen, ouders, partner, maar ook met zelf verzorgd worden.

Studie en scholing: niet alleen op basisniveau, maar ook als volwassene blijven scholing en studie een belangrijk, zo niet permanent deel van het leven uitmaken.

Arbeid: wat zowel betaalde arbeid zoals flexwerk, freelance, zelfstandigen, kunstenaars/artiesten omvat naast loonarbeid, als onbetaalde arbeid.

Sociale onzekerheden: ten gevolge van bijvoorbeeld werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden partner, echtscheiding, etcetera.

Pensionering: de één vindt 65 jaar veel te vroeg en voor de ander is het veel te laat.

 

Een basisinkomen kan tijdens de levensloop een stuk basiszekerheid garanderen, iets wat tot nog toe in de discussie ontbreekt. Men richt zich weer op allerlei aanpassingen en nieuwe regels maar het antwoord is veel eenvoudiger en uiteindelijk overzichtelijker en goedkoper.

 

In de volgende nieuwsbrief willen wij dan ook een special opnemen over dit thema en de hieraan gerelateerde onderwerpen met als titel: “zekerheid zonder gezeur”. De deadline voor het inleveren van artikelen is 15 februari a.s.

 

Een volgend discussiethema is, uiteraard, de financiering van een basisinkomen. Op dit moment circuleren er allerlei voorstellen rond consumptiebelasting, fairtax, flattax, negatieve inkomensbelasting, etc. Wij willen deze voorstellen eens op een rijtje zetten en kijken in hoeverre deze haalbaar zijn, wat zij betekenen voor de diverse bevolkingsgroepen en in hoeverre Nederland nu werkelijk via de heffingskorting een basisinkomen via de achterdeur heeft ingevoerd. De deadline voor deze zomer/herfst-special is 15 juni.

 

En u leest het goed, wij gaan de zomer- en herfstnummers samenvoegen tot één nummer. U krijgt volgend jaar drie nieuwsbrieven maar naast het gewone nieuws en artikelen bij ieder nummer een special.

 

Het winternummer is gewijd aan het thema globalisering. In de zeventiger jaren merkten wij in Nederland al dat multinationals gemakkelijk delen van hun productieproces naar lage-lonen-landen verplaatsten en ons met de kosten van werkloosheid achterlieten. Inmiddels is dit proces zover gevorderd dat eigenlijk iedereen en alles hiervan afhankelijk is geworden. Met name de afhankelijkheid van financiële markten, die bijzonder instabiel zijn, is hier een probleem. Indonesië en Argentinië hebben inmiddels gemerkt wat dit betekent. Het is niet voor niets dat de belangstelling voor de Tobin tax toeneemt.

 

Dergelijke ontwikkelingen betekenen toenemende sociale onzekerheid. Niet alleen voor de rijke landen maar ook voor de ontwikkelingslanden. Een basisinkomen zou een stuk basiszekerheid kunnen bieden, ook in derdewereldlanden. In deze gebieden is echter meer nodig zoals schoon water, riolering, educatie, gezondheidszorg en vooral ook vrede. Globalisering in de vorm van het neoliberale marktdenken stimuleert de noodzaak voor een basisinkomen. Maar het kan ook de financiering van een basisinkomen op losse schroeven zetten. In het winternummer willen wij verder ingaan op deze discussie. De deadline is 15 november.

 

Een nieuw jaar en dus ook enige veranderingen. Hopelijk constructieve veranderingen.

 

En verder.... gaan we gewoon door met datgene waar wij al heel hard mee bezig zijn. Een basisinkomen betekent tenslotte zekerheid zonder gezeur en ach, is dat eigenlijk niet iets wat wij allemaal wel willen.

 

Prettige feestdagen en een gelukkig nieuwjaar.

 

 

 

 

 

 

 


AGENDA EN NIEUWS

 

Let op: de ledenvergadering is niet op 22 maart a.s. maar op 5 april 2003. Dit in verband met de beschikbaarheid van de zaal.

 

17 januari 2003

Nieuwjaarsborrel

 

Plaats en tijd: 17 januari: 15.00-16.30 uur lezing en discussie, met na afloop borrel in het Crea-cafe. Crea gebouw, zaal 207, Turfdraagsterspad 17 (voormalig Binnengasthuisterrein), Amsterdam. Tram: 4, 9, 16, 24 en 25 vanaf CS, halte V&D uitstappen en linksaf de Doelestraat in, linksaf het BG Plein op en na het plein linksaf aan de rechterhand is de ingang.

 

De nieuwsjaarslezing wordt verzorgd door iemand van Vivant (op dit moment weten wij nog niet wie) over het huidige beleid en de financiëringsplannen van Vivant.

 

Vivant is een politieke organisatie in België, opgericht in 1996, die haar ideologie gebaseerd heeft op een basisinkomen. Zij beweren zelf roder dan de roden (meer sociale zekerheid dan met de socialisten), blauwer dan de blauwen (meer vrijheid dan met de liberalen), en groener dan de groenen (milieuvriendelijker dan de groenen) te zijn. Het uitgangspunt is dat met een basisinkomen mensen meer kunnen genieten van het leven. Een basisinkomen betekent voor elk individu de erkenning van haar/zijn individueel recht op bestaan en het geeft mensen de ruimte om deel te nemen aan alle vormen van arbeid, ook aan ideële en zorgarbeid. De mens is geen voorwerp, nog enkel een consument of werkkracht. De staat, dat zijn wij allen. Tot zover enige citaten uit hun verkiezingsprogramma 1999. U kunt het zelf allemaal lezen op hun website: http://www.vivant.org.

 

Vivant heeft inmiddels een uitgewerkt plan voor de invoering van een basisinkomen in België. Ook deze kunt u op de website vinden, zowel in het Franstalig gedeelte als het Duits.

 

Hun voorstel omvat een basisinkomen van € 500 voor iedereen tussen de 25 en 64 jaar, met daarboven een vrijstelling van belastingen en premies voor inkomsten van € 750. Dit betekent een netto maandinkomen van € 1250 per individu. Al het inkomen wat boven dit bedrag komt valt onder een belastingtarief van 50 procent.

Zij onderscheiden vier leeftijdscategorie: 0 tot 17 jaar € 125; 18 tot 24 jaar € 375; 25 tot 64 jaar € 500; vanaf 65 jaar € 750.

 

4 februari 2003

Studiedag fiscalisering van de armoedeval

 

Organisatie: Sjakuus. Plaats en tijd: 10.00 uur tot 16.30 uur in de ruimte van de SOW-kerken, Joseph Haydnlaan 2 te Utrecht. Informatie: tel. 030-2314819; e-mail: info@sjakuus.nl.

 

21-23 februari 2003

Het tweede congres van USBIG in de Verenigde Staten, in samenwerking met de Eastern Economics Association

 

Net als het eerste congres zal ook dit in New York plaatsvinden. Voor meer informatie en ook voor het indienen van papers: http://www.usbig.net of e-mail Karl@Widerquist.com.

 

22 mei 2003

Vierde marktdag sociologie te Nijmegen

 

Toegang: € 90. Sluitingsdatum voor het indienen van papervoorstellen is 15 januari a.s.

Thema's zijn onder andere: arbeid, armoede en sociale uitsluiting, familie sociologie waaronder de levensloop, gender, jongeren, milieu en ecologie, sociaal beleid, sociaal kapitaal, sociale bewegingen, sociale klasse en politiek, en nog vele anderen. Meer informatie en inschrijfformulier: http://www.sociologie.be/marktdag of e-mail marktdag@its.kun.nl.

 

23-26 september 2003

Zesde conferentie van de Europese Sociologische Associatie met als titel: Ageing Societies, New Sociology

 

De conferentie wordt gehouden in Spanje, Murcia. De toegangsprijs is onbekend.

Thema's: economische sociologie, milieu, familie sociologie, gender- arbeidsmarkt-verzorgingsstaat, globalisering, arbeidsmarkt en werkgelegenheid, sociale bewegingen, sociaal beleid, en nog vele anderen. Sluitingsdatum voor het indienen van papervoorstellen is 15 januari a.s. Meer informatie en inschrijving: http://www.europeansociology/esa/murcia.htm of e-mail congresos@viajescajamurcia.com.

 

Het de tiende congres van BIEN zal gehouden worden van 23-25 september 2004 in Barcelona, Spanje. De Spaanse basisinkomen groep Red Renta Básica zal dit congres organiseren in samenwerking met de drie universiteiten van Barcelona en diverse andere organisaties. Daarnaast vindt er tevens een tweemaandelijks evenement plaats van Unesco. Voor meer informatie zie de website van BIEN, de BIEN 2004 website: http://www.etes.ucl.ac.be/bien/Resources/Congress.htm.

 

 

Gesubsidieerde arbeid

 

Op 28 november is er een onderhandelingsakkoord voor een sociaal accoord bereikt waarbij van de 83.000 plaatsen (banenpool en instroom/doorstroombanen) 10.000 komend jaar door moeten stromen naar een reguliere baan. Het kabinet heeft hier 40 miljoen voor vrijgemaakt. De invulling wordt overgelaten aan de gemeenten.

Er is echter nog geen convenant bereikt in verband met bezuinigingen die toch worden doorgezet, ondanks dat dit niet in het onderhandelingsakkoord was afgesproken.

Het standpunt van de AbvaKabo is, op dit moment, dat de bezuinigingen op gesubsidieerde arbeid worden teruggedraaid, dat de vacaturestop wordt ingetrokken, aangekondigde gedwongen ontslagen teniet gedaan worden en dat er gewerkt wordt aan modernisering van het stelsel. Op 16 januari organiseren zij met politici, beleidsmakers en werkgevers een bijeenkomst over de toekomst van gesubsidieerde arbeid. Deze vind plaats in het wereldhandelscentrum te Rotterdam. Kosten € 133,50.

 

Het een en ander betekent in ieder geval wel dat wij komend jaar onze i/d plaats behouden, maar hoe na 2003 de toekomst er uit gaat zien is onduidelijk. Duidelijk is inmiddels wel dat onze overheadkosten maar voor € 1000 vergoed worden, volgend jaar. Toch een tegenvaller van bijna € 1000.

 

Op 10 december heeft het FNV een grote demonstratie in Den Haag gehouden voor het behoud van de gesubsidieerde arbeid. En in plaats van afbraak, verbetering. Een aantal mensen van het bestuur zijn daar ook geweest. Inmiddels hebben een aantal werkgevers zich verenigd in de Werkgeversfederatie Doorloopbanen (WFD) met als doel een nieuwe vorm van financiering. Voor meer informatie e-mail info.wfd@planet.nl.

 

 

FNV en WAO

 

De FNV heeft een WAO Preventie Plan gepresenteerd met als kernpunten: harder optreden van de arbeidsinspectie en hogere boetes. Op deze wijze wil de FNV 200 miljoen bezuinigen op de WAO. De instroom zou jaarlijks met 18,000 mensen verminderen. Met name de arbeidsinspectie krijgt een serieuze rol. Volgens de FNV maken bedrijven nu eens in de dertig jaar kans op een bezoek van de arbeidsinspectie. Bovendien betalen bedrijven liever de boete dan dat zij verbeteringen aanbrengen.

 

Een zevental voorstellen uit het plan:

*verbod op overwerk en strengere controle

*een maximum norm voor handmatig tillen

*strengere normen voor langdurig beeldschermwerk en pauzes

*invoering van een norm in de Arbo-wet voor te hoge werkdruk

*strenger optreden tegen bedrijfstakken die weigeren een Arbo convenant te tekenen

*vastleggen van een minimum bijdrage van €100 per werknemer voor deskundige ondersteuning door arbodiensten

*arbodiensten moeten ten minste dertig procent van hun ondersteuning besteden aan preventie.

 

Voor meer informatie zie de FNV berichtenservice:

http://actualiteit.cms.fnv.nl/renderer.do/menuld/8886/pageld/6841/instanceld/8888/itemld/7127 of kijk op de website van de FNV.

 

Eveneens op de berichtenservice een kritiek op het huidige kabinet inzake het emancipatiebeleid. De FNV noemt het 'theemutsenbeleid' waarmee de bezuinigingen op emancipatoire regelingen bedoeld worden. De FNV vreest dat de economische zelfstandigheid, zorgzelfstandigheid en het zelfbeschikkingsrecht ingeleverd worden ten gunste van het traditionele kostwinnerschap. Ik citeer: "De vakcentrale constateert cynisch dat het kabinet het meer verrichten van zorgtaken door mannen zo belangrijk vindt, dat het de enige overheidsbijdrage hieraan heeft afgeschaft."

 

 

 

BOEKEN, TIJDSCHRIFTEN EN INTERNET

 

Politieke partijen en groeperingen in Nederland

 

Op 22 januari a.s. zijn er weer tweede kamerverkiezingen. Een aantal partijen, met name kleine partijen, zijn positief over een basisinkomen. Het standpunt van de andere partijen m.b.t. een basisinkomen ontbreekt in de verkiezingsprogramma 's van het afgelopen jaar. Voor mensen die geïnteresseerd zijn volgt hieronder, in alfabetische volgorde, een overzicht van de websites (of e-mail) van de politieke partijen.

 

CDA:                                        bureau@cda.nl

CU:                                          www.christenunie.nl

D66:                                         www.D66.nl

De Groenen:                             www.degroenen.nl

Duurzaam Nederland:                    www.duurzaamnederland.nl

GroenLinks:                              www.groenlinks.nl

Leefbaar Nederland:                    www.leefbaarnederland.nl

LPF:                                         www.lijst-pimfortuyn.nl

Natuurwetpartij:                         www.natuurwetpartij.nl

Nederland Mobiel:             www.nederland-mobiel.nl

Nieuwe Communistische Partij:            www.ncpn.nl

PvdA:                                       www.pvda.nl

SGP:                                        www.sgp.nl

Socialistische Partij:               www.sp.nl

Verenigde Senioren Partij:            www.vsp2001.nl

Vrije Indische Partij:               www.viputr.demon.nl

Vrouwen Partij:                          www.vrouwen.net/vrouwenparthij/home.html

VVD:                                        www.vvd.nl

 

 

Konfrontatie

 

Konfrontatie is een tweewekelijks gratis e-mail magazine met diverse artikelen, boekbesprekingen, en dergelijke. Abonnementen via: konfront@xs4all.nl. Webadres: http://www.stelling.nl/konfront.

 

Empire

 

Een interessant artikel dat Paul Metz voor ons vond was de boekbespreking van Ton Negri en Michael Hardt: “Empire" door Matthias Lievens d.d. 2 oktober 2002. Een van de punten die hierin genoemd worden is het universele inkomen. Ik (Grietje) geef hier een korte samenvatting van de boekbespreking.

 

Het boek van Negri & Hardt schijnt een stevig debat te ontketenen rond drie punten: imperium, het politieke subject of de multitude, en het strategisch vraagstuk.

 

De auteurs baseren zich op de jonge Marx en zijn een bondgenoot dubbele "in de strijd tegen de kapitalistische globalisering".

 

Het begrip imperium heeft betrekking op "de nieuwe postmoderne situatie waarin het kapitaal op onmiddellijke wijze de wereld regeert (via internationale banken, instellingen en multinationale ondernemingen) en de natiestaat geen betekenis meer heeft". Vanuit hun marxistische optiek is het imperium een progressieve fase die ons dichter bij het socialisme brengt.

 

Lievens bekritiseert deze vermeende progressiviteit aan de hand van voorbeelden op ecologisch gebied.

 

Een andere kritiekpunt is, ik citeer: "… dat het een filosofische tekst is. In plaats van op te stijgen naar het concrete via abstracte concepten, blijven Negri & Hardt niet enkel op het abstracte niveau hangen, maar ze doen dit bovendien via concepten die ongedefinieerd blijven (bijvoorbeeld multitude) en nauwelijks die naam waardig zijn. Vaak zijn het niet meer dan metaforen (bijvoorbeeld er is geen 'buiten'). Dat betekent niet dat het boek onverdienstelijk is: de filosofische beschouwingen over de nieuwe ideologische overheersing (de biopolitieke macht) en het nieuwe racisme zijn enorm de moeite waard."

 

Lievens is duidelijk kritisch over het boek: "in 'Empire' vind je geen analyse van de concentratie van het kapitaal en zijn territoriale en statelijke inplanting, van de geopolitieke strategieën, van de totstandkoming van een nieuwe internationale arbeidsverdeling. De hypothese van een volledig immanent imperium zou tenminste moeten aangeven hoe bijvoorbeeld onder invloed van de wet van de ongelijke en gecombineerde ontwikkeling de dominantie- en dependentieverhoudingen geïnternaliseerd zijn. Het machtsverlies van de nationale staten zou moeten aangetoond worden door een analyse van de internationalisering van de productiever- houdingen en de toenemende internationale concurrentie.

 

Al te vaak is het boek een theoretisering van hoe de macht over zichzelf denkt. De auteurs nemen de juridische uitdrukking en de ideologische legitimatie van de geopolitieke orde al te vaak voor die orde zelf. Dat is het gevolg van hun methode om uit te gaan van de symptomen van het imperium (de verschuivingen in de politieke filosofie, het recht, de ideologische overheersing, de identiteitsvorming et cetera) in plaats van een wetenschappelijke analyse van de reële economische en politieke verhoudingen."

 

Vervolgens wordt het begrip multitude bekritiseerd. Deze term neemt op een vage en onduidelijke wijze de plaats in van het vroegere klasse begrip en waar nu bijvoorbeeld de groep immigranten mee lijkt te worden geassocieerd. Lievens schrijft: "De notie duidt in de eerste plaats op de gemarginaliseerden en uitgeslotenen die tot revolte neigen, met andere woorden een intelligente herformulering van bijvoorbeeld Marcuses stellingen over de studenten en kunstenaars. De auteurs menen dat de arbeiders met een stabiel beroep conservatief en corporatief zijn geworden, en een nieuwe laag gepriviligieerden vormen."

 

Een kritiekpunt, dat al eerder ter sprake kwam, is dat de auteurs de rol van macht negeren en bijvoorbeeld de wil om tegen te zijn als verzet interpreteren. Tussen denken en doen zit echter, volgens mij, nog een heel grote kloof. Lievens formuleert het heel mooi: "Maar als jij de macht vergeet, zal de macht jou niet vergeten!"

 

Hij stelt vervolgens: "De conclusie van de auteurs is dus dat het niet langer nodig is zich te organiseren in sociale bewegingen, laat staan politieke partijen. In plaats daarvan komt de networking, de cybermultitude, etcetera. Gevolg is dat de analyse van de macht binnen die tegenmacht een blinde vlek moet blijven. Precies het cruciale probleem van het 20e-eeuwse sociale verzet, de bureaucratisering, blijft daardoor buiten beeld. We kennen echter allemaal de vaak autoritaire en bureaucratische tendensen bij bepaalde anarchistische netwerken of andersglobalistische collectieven."

 

De auteurs van het boek geven zelf al aan dat Franciscus van Assisi hun inspiratiebron is. In hoeverre deze inspiratiebron de oorzaak is voor hun standpunt inzake een universeel inkomen wordt niet duidelijk. Tenslotte was Franciscus een monnik die voor de armen opkwam. Ik citeer: "Programmatisch blijft Negri dan ook uiterst zwak. Drie thema's komen bij hem terug: de vrije circulatie en beweging (migratie), het mondiale burgerschap, en het universele inkomen. Mooi, dat zeker, maar wat met het privé eigendom? Wat met de strijd voor het recht op arbeid? En veronderstellen zijn voorstellen niet precies zeer gunstige krachtsverhoudingen die via strijd en organisatie moeten worden opgebouwd? Negri en Hardt komen terecht in een strategie van verzet zonder horizon, zonder concrete utopie. Waar is de multitude?"

 

De auteurs vinden vooral navolging in Noord-Italië en Lievens schrijft hierover: "Vaak zijn Negri-adepten vrij onkritisch (er zijn er bijvoorbeeld die menen dat telearbeid bevrijdend is), veroorzaken ze grote verwarring en botsen met andere sectoren in de beweging en met zichzelf. Enerzijds kon men bij hen in de plaats van het grijpen van de macht de exodus (het nomadisme), het ontvluchten van het systeem, anderzijds dienden een aantal van hen een compleet geflopte lijst in voor de verkiezingen (wat overigens in strijd is met Negri's opvattingen)". Desondanks beschouwt hij het empire debat als heel relevant.

 

Ik had graag gezien dat hij wat meer over het universele inkomen had geschreven en hoe de auteurs dit in hun ideeën inpassen, maar misschien heeft een van u het boek gelezen en kan ons hier meer over vertellen? Want ik denk dat ook binnen de andersglobaliseringsbeweging de discussie over het basisinkomen noodzakelijk is. Tenslotte betekent globalisering, met haar neoliberale dominantie van het moment, ook een flink stuk economische onzekerheid voor de burger en de financiering van het basisinkomen hangt ook af van de internationale monetaire markten. Wat in Indonesië en Argentinië is gebeurd met betrekking tot de crisis van de nationale munt kan morgen ook in Nederland gebeuren.

 

Kleintje Muurkrant

 

Op de website van Kleintje Muurkrant vinden we een imponerend overzicht van diverse links. Zoals met betrekking tot vrije arbeid en een basisinkomen, media zowel Nederlandstalig als anderstalig, onderzoek, milieu, en zelfs new age.

Zie: http://www.stelling.nl/kleintje/links.htm

 

Working Today

 

Dit is een website voor onafhankelijke werknemers zoals freelancers waar zij diverse informatie kunnen vinden. Het is een Amerikaanse website waar eveneens diverse artikelen met betrekking tot arbeid, sociale zekerheid, inkomen en armoede in de V.S. te vinden zijn.

Zie: http://www.workingtoday.org/

New Left Review

 

Op deze website een overzicht van de gepubliceerde artikelen en eventuele samenvattingen.

Zie: http://www.newleftreview.net.

 

Joan Bardina Studiecentrum

 

Ook op deze website een indrukwekkende lijst met links: http://www.bardina.org/linkuk00.htm.

 

Canada

 

In de vorige nieuwsbrief vermeldde ik al de New Green Alliance, de groene partij in Canada. Victor Lau mailde ons toen om informatie omdat hij in Canada een basisinkomen wilde introduceren als alternatief ten opzichte van het falende sociale verzekeringssysteem.

Hun website: http://www.nga.sk.ca.

 

De N.G.A. houdt zich in de eerste plaats bezig met milieu, sociale rechtvaardigheid, en democratie. Zelf zeggen zij: "Our struggle is fuelled not by corporate donations, visions of glory, or grand, absolute power, but by a pure and simple desire to do what is right."

 

Op hun website vindt u dan ook een heel scala aan politieke items m.b.t. Canada. Zo verwijten zij de huidige politici dat de bezuinigingen in de sociale zekerheid/programma's voortkomen uit de vele tegemoetkomingen aan het bedrijfsleven. D.w.z. de grote bedrijven die bijvoorbeeld belastingverlaging krijgen. De nationale inkomsten worden hierdoor gereduceerd, waarop vervolgens weer gekort wordt op de sociale voorzieningen. Op 30 augustus 2001 presenteerde bijvoorbeeld John Warnock data die aantonen dat: "… the impact on medicare of the loss of provincial revenues due to tax cuts on resource corporations and business, and the reduction in wealth taxes and income taxes for those in high income brackets."

 

Toen ik in 1999 het internationale congres Women's Worlds in Tromso, Noorwegen, bijwoonde waren daar ook wetenschapsters die bijzonder pessimistisch waren over de sociale situatie in Canada. Veel vrouwen die de alleenzorg voor kinderen hebben, zijn bijvoorbeeld thuiswerkers of werken in callcenters voor lage lonen en onder slechte arbeidsomstandigheden. Het minimumloon is zo laag dat er niet van te leven valt. Vaak waren deze vrouwen niet aangesloten bij vakbonden en vakbonden negeerden hun situatie. Sociale voorzieningen werden in snel tempo afgebroken ten gevolgen van bezuinigingen.

 

De N.G.A. verwijst in haar artikel ' A new budget strategy' naar de invloed van het neoliberalisme als veroorzaker van de negatieve veranderingen (http://www.nga.sk.ca/budget.html). Een argument die je ook bij de andersglobalisten vindt.

 

Ook hier in Nederland werd een progressief belastingsysteem vervangen door een systeem waarbij de hogere inkomens minder afdragen. De lage inkomens moeten inmiddels overal voor betalen omdat vele subsidies, waar zij van profiteerden, afgeschaft zijn. Culturele, educatieve, en andere organisaties moeten nu zelfvoorzienend zijn. Dit betekent hogere contributies.

 

Ook in de Verenigde Staten voltrok zich een dergelijke ontwikkeling waarbij de concentratie van rijkdom bij enkelen toenam. Ik citeer uit het artikel: "In 1995 the top 0,5% population controlled 28% of the total net worth of the country as much as the bottom 90% of the population (...) Income disparity has also increased. Between 1992 and 1995 the income of the top 0,5% increased by 44% while the incomes of the bottom 90%. rose only 0,9%."

 

In de Canadese provincie Ontario beschikte 1% van de top huishoudens over 23% van rijkdom, terwijl 80% van de huishoudens op lager niveau, slechts over 26% van de rijkdom beschikte. Het gaat hier om geld, vermogen, en bezittingen. In Nederland zijn de studies van Nico Wilterdink bekend, waarbij een soortgelijk ontwikkeling, d.w.z. het toenemen van de kloof tussen arm en rijk, wordt aangetoond.

 

De N.G.A. refereert aan de inkomsten van olie, gas en mineralen maar trekt deze lijn niet door naar het Alaska Permanent Fund. De inkomsten van grondstoffen verdwijnen, net als in Nederland de gasinkomsten, naar het bedrijfsleven zonder dat de burger daarvan profiteert. Waarschijnlijk is het voor Canada, en Nederland, te laat om deze geldstroom om te buigen in de richting van een sociaal dividend.

 

De N.G.A. sluit zich aan bij de groene partijen in Australië die een belasting op de natuurlijke bronnen/grondstoffen voorstellen. Onder andere vanuit een ecologisch perspectief, maar ook om de rijkdommen rechtvaardiger te verdelen. Hun voorstel is namelijk: "… that the taxes collected from this environmental tax be distributed annually as an equal direct payment to every household. The New Green Alliance needs to do research in this area."

 

Velen van u kennen waarschijnlijk de naam Sally Lerner al van het Basic Income/Canada (BI/C) netwerk.

 

Inmiddels heeft de BI/C een eigen website: http://www.basicincomecanada.org en een e-mail lijst van circa 55 leden.

 

In januari 2003 zal het bestuur, dat inmiddels uit negen personen bestaat, een werkconferentie organiseren met diverse personen en groepen die geïnteresseerd zijn in economische zekerheid.

 

Sally Lerner schrijft ons dat het de bedoeling is dat uit deze conferentie een aantal documenten voor publicatie voortkomen die de diverse visies m.b.t. economische zekerheid aangeven, kritische kanttekeningen met betrekking tot deze visies en in vergelijking met een basisinkomen. Deze documenten zijn bedoeld ter ondersteuning van de discussie met politici en beleidsmakers inzake een basisinkomen.

 

De BI/C onderscheidt drie niveaus voor een basisinkomen: kinderen, volwassenen en ouderen. Uitbetaling van een onvoorwaardelijk en niet belastbaar basisinkomen zou via creditcards kunnen, of via een wekelijkse/maandelijkse cheques, of lump-sum.

 

Argumenten voor een basisinkomen zijn volgens hen:

-mensenrechten

-de grondstoffen behoren ons allen toe

-ontstigmatisering van uitkeringen (welfare)

-reductie van administratief kosten

-ondersteuning flexibele arbeidsmarkt

-verbetering keuzemogelijkheden voor vrouwen.

 

Verder vindt u op de website een bespreking van enige in 2001/2002 verschenen boeken m.b.t. een basisinkomen in Ierland en Canada.

 

Interessant is het boek van Ken Battle: “Relentless incrementalism: deconstructing en reconstructing Canadian income security policy” (Ottowa: Caledon Inst.of Social Policy. 2001).

 

Lerner kritiseert het 'post-welfare' concept van Battle en beschrijft zijn ideeën als een van de vormen van de negatieve inkomensbelasting. Hij wil de sociale verzekeringen vervangen door een publiek loon voor volwassenen als de basis van inkomenszekerheid, die dan via het efficiënte belastingsysteem zou moeten verlopen. Belastingsystemen zijn volgens hem meer objectief dan de sociale verzekering systemen en daardoor ook niet stigmatiserend.

 

Een ander interessant boek is: Francois Blair, “Ending poverty, a basic income for all Canadians.” Hierin wordt een overzicht gegeven van het basisinkomen concept. Ook hij gaat uit van hervorming van het sociale zekerheidsstelsel of. Nu is het nog zo dat het bijstandsniveau te laag is om aan de basisbehoeften te kunnen voldoen, zoals huisvesting en voedsel. Ideeën om de bijstand te verhogen worden afgedaan met het argument dat de laagstbetaalden, die betaalde arbeid verrichten niet meer gemotiveerd worden om te werken. Verhoging van het minimumloon zet volgens hem geen zoden aan de dijk vanwege het tijdelijke karakter van veel arbeidscontracten. En ook omdat er sprake is van part-time werk. Een onvoorwaardelijk basisinkomen is de meest efficiënte manier om armoede aan te pakken. De lage lonen banen worden daardoor aantrekkelijker omdat de werkgever niet langer gefinancierd wordt. Een argument dat mij niet helemaal duidelijk is maar misschien moet ik gewoon het boek gaan lezen.

 

Een ander boek dat op deze website besproken wordt is het boek van C.M.A. Clark: “The basic income guarantee, ensuring progress and prosperity in the 21st century” (Dublin: The Liffey Press. 2002). Dit boek bespreekt met name de situatie in Ierland. De auteur is dan ook nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het Green Paper. Het is een goed leesbaar boek die de diverse aspecten van een basisinkomen behandelt, ook met betrekking tot sociale zekerheid.

 

Eveneens op Internet vinden we de paper die Sally Lerner op het achtste BIEN congres in Berlijn heeft gepresenteerd: http://www.satcom.net.au/supportincome/sitebienc.html.htm.

 

In deze presentatie bespreekt zij de voordelen van flexibele arbeid.

 

Onder flexwerk wordt verstaan: contractarbeid, parttime en tijdelijke arbeid. In de 90-er jaren kwam deze vorm van arbeid op en werd geassocieerd met laagbetaalde, tijdelijke, onzekere arbeidssituaties. Zij zegt hierover: "The secure adequately waged jobs have gone the way of the dodo." Door deze verandering nam de belangstelling voor een basisinkomen toe: "I saw BI primarily as the only sane and just way to prevent the suffering and political upheaval certain to follow upon the massive power shift from state to market forces in North America, with its largely unmitigated abrogation of the traditional social contract."

 

Een basisinkomen zou dan een soort nieuw sociaal contract vormen waarbij er ook rekening gehouden wordt met de flexibiliteit in de vorm van sabbaticals en carrière-keuzes, en gelijke verdeling van betaalde arbeid.

 

Lerner somt vervolgens een aantal voordelen op van flexibiliteit in combinatie met een basisinkomen:

 

1. De mogelijkheid om te kiezen tussen activiteiten waarbij met name voor educatie in de vorm van levenslang leren en met betrekking tot een zelfgekozen activiteit. Dit “provides real nourishment for the human spirit, in contrast to the empty calories of passive mass entertainment".

2. De mogelijkheid om materialisme en consumentisme in te ruilen voor activiteiten (al dan niet betaald) die meer tot tevredenheid en geluk leiden.

3. Toename van de erkenning van goede werken, van ouderschap, zorg, vrijwilligerswerk, milieu en gemeenschapsactiviteiten, waardoor een meer harmonieuze levenswijze ontstaat. Met name vrouwen worden nu geconfronteerd met de druk van betaald werk, zorg en sociale activiteiten, terwijl mannen zich beginnen te realiseren dat er in het leven meer is als betaald werk alleen.

4. Ondernemerschap wordt minder risicovol zoals bijvoorbeeld voor kleine zelfstandigen, kunstenaars, waardoor er ruimte komt voor de ontwikkeling van nieuwe ideeën.

5. Stabielere gezinssituaties omdat mensen meer tijd en ruimte hebben voor onder andere zorg en voor elkaar.

6. Toename van sociale betrokkenheid.

7. Betere en gelijkwaardige verdeling van betaalde arbeid omdat een aantal mensen voor minder arbeidsuren zal kiezen en er dan ruimte komt voor mensen die nu uitgesloten zijn van betaalde arbeid.

 

Vervolgens beschrijft zij wat dit voor de diverse groepen betekent, zoals economische zelfstandigheid voor vrouwen en meer keuzemogelijkheden voor mannen, etcetera.

 

Zij besluit haar presentatie met de beschrijving van de noodzaak om een aantal pilot-projecten m.b.t. een basisinkomen te ontwikkelen in de Canadese gemeenschappen. Zoals Nova Scotia, Waterloo en Vancouver Island. Op deze wijze zouden deskundigen inzicht kunnen krijgen hoe een basisinkomen in de dagelijkse praktijk uitwerkt.

 

Tijdens het afgelopen BIEN congres waren er twee papers uit Canada, die wij hier willen bespreken. Deze zijn eveneens op Internet te vinden op het adres: http://www.etes.ucl.ac.be/bien/Archive/Congress/Geneva2002.htm.

 

Manfred Bienefeld: “Enhancing Socio-Economic Security Within an Economic Model Based on ‘Fear and Insecurity’."

 

Lerner beperkte zich in haar artikel tot Canada en de voordelen van een combinatie van flexibiliteit en een basisinkomen. Bienefeld gaat een stapje verder en betrekt het globalisme debat in de discussie.

 

Hij begint zijn presentatie met de vraag waarom het idee van een basisinkomen zo'n langzame voortgang boekt. Zelfs in Europa met haar sterke sociale identiteit, in vergelijking met Noord-Amerika, waar je juist meer voortgang zou verwachten, stokt de ontwikkeling.

 

Er zijn, volgens hem, drie aspecten die de discussie belemmeren:

1. De diversiteit van de deelnemers aan de discussie qua achtergrond en ideologie belemmert een eensgezinde politieke strategie. Wetenschappelijk gezien is deze diversiteit echter juist positief.

2. Een sterke oppositie vanuit de huidige groep van machthebbers zowel tegen een sterk sociaal zekerheidsstelsel als een basisinkomen.

3. De berusting van aanhangers van een basisinkomen dat het momenteel onmogelijk is om een basisinkomen ingevoerd te krijgen.

 

Bienefeld is echter optimistisch omdat samenlevingen snel kunnen veranderen: wat vandaag onmogelijk lijkt, kan overmorgen realiteit zijn. Dus ook de houding ten opzichte van een basisinkomen. Maar we moeten ons hierbij realiseren dat we te maken hebben met het proces van globalisering. Deze vormt niet alleen een tegenkracht ten opzichte van een basisinkomen maar ook, en vanuit hetzelfde motief, tegen de verzorgingsstaat. Het is dan ook verspilling van energie om een basisinkomen als alternatief voor een falend sociale-zekerheidsstelsel te presenteren. Met name omdat de neoliberale globalisatie volkomen afhankelijk is van ongereguleerde, irrationele en instabiele financiële markten.

 

"Driven by the animal spirits of their players they have created a world (...) they have reshaped institutions and markets and jobs, usually imposing heavy costs on employees and communities in the process, even there is very little evidence to suggest that these mergers and acquisitions games have brought any benefit to the economy (...)."

 

Het gevolg is dat overal op de wereld lonen stagneren, de verzorgingsstaat ontmanteld wordt, werkloosheid een chronisch probleem is geworden en arbeidsomstandigheden en baanzekerheid soms dramatisch verslechterd zijn. Deze ontwikkelingen hebben echter op hun beurt weer een opleving van de ideeën over een basisinkomen veroorzaakt.

 

Bienefeld plaatst echter een kanttekening bij deze opleving omdat bijvoorbeeld het argument keuzemogelijkheden voor veel mensen eerder een kwestie is van gedwongen keuzes.

 

Bovendien is er geen sprake van reële groei maar van verschuivingen in de maatschappij. Zoals veranderende gezinsvormen, toename van het aantal gevangenen, de enorme toename van financiële speculaties en vermindering van overheidsuitgaven m.b.t. educatie, gezondheidszorg, bejaardenzorg, welzijn etcetera. "Rather they are the result of a process that is ultimately driven by the financial system's urgent need to find new profitable investment opportunities (...)."

 

Kortom de ondermijning van de sociaal-economische zekerheid van mensen met betaalde arbeid komt voort uit de pathologie van gedereguleerde financiële markten en iedere poging, ook die m.b.t. een basisinkomen, zal hier rekening mee moeten houden. Dat is de boodschap van Bienefeld in deze presentatie.

 

Dit betekent dat het idee voor een basisinkomen samen moet gaan met voorstellen ter verbetering van sociale zekerheid en regulering van het internationale financiële systeem.

 

We krijgen echter te maken met de neoliberale dominante ethiek waarbij inkomen verdiend moet zijn. Gemakshalve gaat deze ideologie voorbij aan het feit dat er vele inkomens zijn die niet zijn verdiend. Geen enkel inkomen is het product van pure individuele inspanning alleen.

 

De sociale aard van een basisinkomen is in deze discussie juist haar sterke punt.

 

Een knelpunt is echter het feit dat welvarende landen de mogelijkheid hebben om een basisinkomen te financieren, in tegenstelling tot de armere staten. Dit betekent dat we ook deze vorm van internationale ongelijkheid moeten aanpakken en we ons niet uitsluitend op nationaal niveau met een basisinkomen moeten bezighouden. Maar daarnaast op internationaal niveau financiële hervormingen moeten nastreven waarbij de sociale aard van een basisinkomen ingebracht kan worden ter versterking van de sociale economische zekerheid. Tot zover de presentatie van Bienefeld.

 

Myron J. Frankman: “A planet-wide citizen's income, espousal and estimates.”

 

Frankman gaat een stapje verder als Bienefeld en richt zich op een wereldwijd basisinkomen.

 

Hij begint zijn presentatie met een schets van de situatie tussen arme en rijke landen. Met name de ontwikkelingsbijdragen.

 

Hij ziet hier drie aspecten die hij ronduit schandalig vindt:

1. Veel rijke landen betalen niet eens hun bijdrage.

2. Veel rijke landen betalen maar een deel van de door hun toegezegde bijdrage.

3. Neoliberalen verwijten armen en arme landen dat zij niet in staat zijn om op gelijkwaardige basis aan het internationale competitie proces deel te nemen.

 

Vervolgens grijpt Frankman terug op een stukje historie, namelijk de ideeën van Thomas Paine die in 1791 schreef: "The original despotism ... divides and subdivides itself into a thousand shapes and forms (...) It strengthens itself by assuming the appearance of duty, ...". De slachtoffers van het neoliberalisme moeten demonstreren dat zij de hulp en ondersteuning waard zijn. Dit is het hedendaagse despotisme, volgens Frankman. Hiertegenover zet hij een beeld van de samenwerking en verruimd denken.

 

Wereldproblemen moeten op wereldniveau opgelost worden, en de huidige problemen zijn volgens hem wereldproblemen. De oplossingen die hij voorstaat zijn een combinatie van een wereldwijd basisinkomen, een universele munt (d.w.z. opheffing van de verschillende nationale munten in deze vervangen door één internationale munt) en democratie.

 

Het idee voor één internationale munt werd al in 1865 door John Stuart Mill geopperd. Het voordeel hiervan is de stabilisering van financiële markten omdat speculatie op dit gebied wegvalt. De Tobin tax wordt hiermee eveneens overbodig. Met name arme landen zullen hiervan de voordelen ondervinden. Juist door de financiële speculaties op de internationale markten worden zij geconfronteerd met een toenemende en voortdurende devaluatie van geld en kunnen zij niet voldoen aan de aflossing van hun schulden.

 

Hierdoor wordt het ook mogelijk om een globaal belastingstelsel in te voeren waar de internationale uitgaven van betaald kunnen worden, evenals een wereldwijd basisinkomen.

 

Frankman hanteert hiervoor de term Planet-wide citizen's income. Een dergelijk inkomen moet hoog genoeg zijn om aan de basisbehoefte van mensen te voldoen, en is een eender bedrag voor iedereen op de hele aardbol. Hier komt dus het belang van één internationale munt terug.

 

Een nieuw aspect dat hij aankaart is dat met een dergelijk inkomen de noodzaak voor migratie afneemt, en in vervolg hierop de enorme hoge kosten om dit tegen te gaan overbodig worden.

 

Aan het eind van zijn presentatie geeft hij een voorlopige schematische weergave van de benodigde kosten om een dergelijk systeem te financieren.

 

Op Internet zijn nog twee artikelen van Frankman te vinden:

1. Funding a planet-wide citizen's income: trial calculations, http://vm1.mcgill.ca/~inmf/http/mf/fpwci.html.

Dit artikel heeft hij op het eerste USBIG congres in New York in februari dit jaar gepresenteerd.

2. No global war? A role for democratic global federalism,

http://csf.colorado.edu/jwsr/archive/vol3/v3n2a4.htm.

Dit is een artikel dat hij voor het Journal of World-Systems Research in 1997 heeft geschreven.

 

Australië

 

In Australië spreekt men van een 'support income', d.w.z. een algemeen inkomen voor iedere burger, vrij van belasting en vermogenstoets.

 

Op de website http://www.satcom.net.au/supportincome/ vindt u een aantal goed beargumenteerde artikelen van Allan McDonald m.b.t. een basisinkomen in Australië. Zoals de vraag waarom er zoveel politieke weerstand is tegen een basisinkomen, een artikel over financiering en uitvoering. De auteur heeft eveneens in 1992 een proefschrift geschreven over het onderwerp getiteld: A support income system for Australia, unemployment forever? Or a support income system and work for all. (ISBN 0646259105; 1995).

 

De website wordt ondersteund door OASIS. Dit is niet die bekende popgroep maar een organisatie die zich bezighoudt met een basisinkomen in Australië. Zij zijn verantwoordelijk voor de nieuwsbrief die eveneens op genoemde website te vinden is. Helaas is er verder geen informatie over deze groep te vinden. Allan McDonald is te bereiken via e-mail: allanmcd@satcom.net.au.

 

In Newsletter 3.02 van 19 augustus 2002 vinden wij een bijdrage van Allan McDonald m.b.t. het BIEN congres in Genève: Social and Income Security in a Capitalist World.

 

Het artikel begint met de conclusie dat we heden ten dage ver verwijderd zijn van een gestandaardiseerd kapitalistisch systeem. De invloed van de ideeën van Keynes op de economie neemt af, wat je vooral op sociaal gebied ziet. De geïndustrialiseerde landen hadden inmiddels een redelijke infrastructuur op dit gebied opgebouwd. Ook Australië. Ontwikkelingslanden hebben hier nog geen kans voor gehad. Niet alleen wordt Australië in sterke mate door de Amerikaanse cultuur en haar sociale beleid beïnvloedt, maar ook door het huidige economische fundamentalisme in de vorm van extreem marktdenken en de nadruk op de ontwikkeling van rijkdom (wealth creation) ten koste van de sociale visie. McDonald noemt onder andere de privatisering van het onderwijs en gezondheidszorg. Met als resultaat dat de niet stedelijke gebieden verstoken raken van sociale voorzieningen omdat deze niet bijdragen aan het winststreven.

Een ander gevolg is de verslechtering van het sociale-zekerheidsstelsel en de toename, in verband hiermee, van de bureaucratisering, controle en de stigmatisering van mensen die hier gebruik van moeten maken. Hij schrijft in zijn artikel dat de tendens van bescherming van de armen verschuift naar beloning van de succesvollen.

 

Vanuit deze achtergrond is het meer dan logisch dat de belangstelling voor een basisinkomen, dat in Australië een support income wordt genoemd, toeneemt en dat het centrale thema van het BIEN-congres inkomenszekerheid is.

 

McDonald pleit vervolgens voor een versterking van de overheid (role of the state) en bekritiseert het idee van een basisinkomen. Althans de term op zich. Omdat het een acceptatie inhoudt van de huidige situatie en de machtsverhoudingen. Een compromis is zoals participatie-inkomen, en andere vormen waarbij het onvoorwaardelijke karakter ingeruild wordt voor begrippen als wederkerigheid.

 

De auteur stelt hier tegenover dat het de plicht van nationale overheden is om iedere burger te laten deelnemen aan de nationale economie. Hij wil dit in de vorm van een nationaal dividend, een onvoorwaardelijke inkomen dat gebaseerd is op delen (sharing) in plaats van ondersteuning (welfare). Wat bij hem dus anders is, is de grondslag, de doelstelling van een basisinkomen en de plaats in de maatschappij. Het is dus geen vangnet maar een recht, een eigendom. Het doel van een basisinkomen is niet zekerheid, inkomensgarantie. De staat zijn wij allen en haar inkomen is van ons allen, en de staat hoort ons daarin te laten delen. Het nationale dividend is dus het opeisen van deze gedeelde inkomsten. Niet van een enkeling maar voor allen. Hier komt dus ook het belang van democratie weer terug. Het gaat hier om een uitvoering van een democratisch recht, een democratisch eigendom. U kunt het artikel vinden op: http://www.satcom.net.au/supportincome/sitenlg.html.htm

 

Sociale economische democratie.

 

In de laatste nieuwsbrief vermelden wij al de uitkomst van een nieuw boek m.b.t. een basisinkomen. Ik wil hierbij verwijzen naar de website http://www.centersds.com.

 

Op deze website staat eveneens een artikel van Robley E. George: Socioeconomic Democracy: a brief introduction, waarin de ideeën zoals in zijn boek in grote lijnen worden samengevat.

 

 

 
VERSLAGEN

 

21 november: De burger centraal in de sociale zekerheid

 

Samen met het SISWO heeft de vereniging basisinkomen een themamiddag georganiseerd waar zowel het paper van Michiel van Hasselt als de nota van Kees Goudswaard, '”nders denken over zekerheid, levenslopen, risico en verantwoordelijkheid”, toegelicht en bediscussieerd werden.

 

Kees Goudswaard lichtte de nota toe, die hij samen met anderen heeft geschreven. Aanleiding was de discussie over levensloop, d.w.z. de periode van geboorte tot dood. In deze periode vinden een aantal activiteiten plaats. Het kenmerkende voor deze tijd is dat we te maken hebben met diversiteit in de levensloop. Niet iedereen komt van school, gaat werken, trouwen, krijgt kinderen, gaat met pensioen, etc. Bovendien hebben we nu ook te maken gekregen met wat hij het spitsuur van het leven noemt: in een paar jaar moeten jonge mensen carrière maken, relaties opbouwen, kinderen krijgen. Dit is niet meer zoals vroeger verdeeld over een langere periode. Met name het carrière maken moet nu jong gebeuren omdat men anders uitgesloten raakt. Vroeger maakte iemand op oudere leeftijd pas carrière. Er is dus geen optimale verdeling van de activiteiten over levensloop. Integendeel, hij noemt dit een vervroegde afschrijving op menselijk kapitaal.

Daarnaast hebben we te maken met de sociale risico's, zowel externe bijvoorbeeld werkloosheid, als interne in de vorm van zorg. Hij ontleent deze termen aan Giddens. Het huidige sociale verzekeringsstelsel is reactief, weinig pro actief, weinig stimulerend en preventief. De rechten van mensen worden bepaald door toevallige omstandigheden zoals bijvoorbeeld het laatstgenoten loon waarop een uitkering kan worden gebaseerd.

 

Uitgangspunten voor het sociale stelsel voor de 21e eeuw zijn wat hem betreft: individuele keuzes mogelijk maken, eigen verantwoordelijkheid dragen, solidariteit waar dit nodig is. Hiervoor heeft hij in zijn rapport een drie-pijler-model ontwikkeld wat moet zorgen voor een betere spreiding van de activiteiten over de tijd, risico deling binnen collectiviteit mogelijk maakt en participatie prikkels heeft. Een nadeel is dat er geen publieke belangstelling is voor keuzevrijheid maar voor sociale economische zekerheid en voor verlof en scholingsregelingen, en dat alleen de eerste pijler opgaat voor de lagere inkomens. Zij hebben immers niets te sparen. Bovendien is het alleen relevant voor werknemers met een cao en kan de opbouw van een pensioen in gevaar komen. Hij concludeert dat er nog verder nagedacht moet worden over dit model.

 

Paul de Beer was coreferent en zijn kernvraag was: waarin verschilt dit voorstel van eerdere herzieningsvoorstellen. Een aantal van de punten die Kees heeft opgenoemd blijken ook nu al te bestaan maar met dien verstande dat er geen evenwicht is. Het probleem is volgens hem dat er een onduidelijke verdeling van verantwoordelijkheden is en dat verantwoordelijkheden afgeschoven worden.

 

Een aantal punten die bij de discussie naar voren kwamen waren bijvoorbeeld dat er in het rapport huishoudens centraal staan in plaats van individuen, een basisinkomen kan het probleem van het schuiven met verantwoordelijkheid oplossen maar het maatschappelijk draagvlak voor een basisinkomen is nog te gering, we kunnen niet alles overlaten aan keuzevrijheid en we moeten oppassen dat er niet een nieuwe elite ontstaat.

 

In het tweede gedeelte lichtte Michiel van Hasselt zijn ideeën omtrent een burgerperspectief op de sociale zekerheid toe. Burgers zijn momenteel niet betrokken bij de beleidsvorming van de sociale zekerheid. Het zijn ambtenaren, sociale partners, politici die het beleid bepalen in tegenstelling tot wetenschappers en uitkeringsgerechtigden. Daarna beschreef hij een kort overzicht van de afgelopen WAO discussie en de onevenwichtigheid in deze discussie. Zoals de overschatting van de reïntegratie mogelijkheden, de overbelasting m.b.t. keuringen omdat de duurzaamheid van een handicap niet in te schatten is, en omdat het echte WAO percentage niet zal dalen. Nog steeds wordt er gestreefd naar optimale arbeidsparticipatie terwijl dit helemaal niet van belang is, is er teveel verkokering en wordt de afbouw van inkomens genegeerd in de discussie.

 

Michiel stelt hier tegenover dat arbeid een keuze moet zijn, preventie prioriteit, en sociale zekerheid een stelsel moet zijn zonder dwang. Zijn voorstel is om een basisinkomen in te voeren bij schuldloos baanverlies en mensen een persoonlijk reïntegratie budget te geven.

 

Loek Groot was coreferent en gaf aan dat de kruistocht tegen bureaucratie terecht is. Een kritiek was dat een uniform bedrag tekort kan zijn voor sommige mensen. Volgens hem heeft de impasse m.b.t. de WAO te maken met het ontbreken van een perspectief op de levensloop.

 

Tijdens de discussie kwamen aspecten naar voren zoals conjunctuur risico's, halvering eerste ziekte jaar, ordening van de reïntegratie markt, er moeten harde indicatoren komen m.b.t. de vraag wat de veranderingen opleveren, bij een basisinkomen is de bureaucratie minimaal en bij een voucher blijft de bureaucratie bestaan en de term schuldloos baanverlies roept meer bureaucratie op. De discussie eindigde met de conclusie dat de gebruiker meer stem moet krijgen.

 

Grietje Lof.

 

Keer Het Tij

 

Op onze ledenvergadering in september j.l. is besloten om ons aan te sluiten bij een grote koepelorganisatie (gesteund door nu wel 200 groepen) die zich keerde tegen het beleid van Balkenende I. Inmiddels is het kabinet gevallen, maar konstateert de meest recente folder van 'Keer het Tij' : “Het tij is nog niet gekeerd.”

 

Op zaterdag 30 november was de eerste actieconferentie van Keer het Tij. Een zeer geslaagde dag: 500 deelnemers die met elkaar over diverse onderwerpen in discussie gingen. De onderwerpen waren:

 

. vluchtelingen en geillegaliseerden

. multiculturele samenleving

. milieu

. oorlog en vrede

. globalisering en privatisering

. armoede, sociale zekerheid en werkgelegenheid

. de Big Brother maatschappij

. onderwijs

. dierenwelzijn

 

Er was een uitstekende en enthousiaste sfeer. Het idee om met elkaar alternatieven te gaan uitwerken werd serieus aangepakt, ook in de werkgroep waaraan ik deelnam. Ik heb onze gedachten over een basisinkomen kunnen lanceren, maar in de veelheid van onderwerpen viel, denk ik, deze bijdrage nauwelijks op. Dat is niet erg; de debatten zullen worden voortgezet. 'Keer het Tij' heeft in het december-overleg besloten om in de verkiezingstijd vooral de partijen, die de vorming van Balkenende II nastreven te bestrijden en voorts de alternatieven te gaan uitwerken opdat het tij gekeerd kan worden. Besloten is ook dat de bijeenkomsten van de aangesloten organisaties aangekondigd worden op www.keerhettij.nl. Sterker nog: de leden van deze organisaties zullen worden aangemoedigd om daarheen te gaan. Ik ben benieuwd of er nu op onze nieuwjaarsbijeenkomst Keer-het-Tijers komen. Ze zijn, denk ik, van harte welkom.

 

Keer het Tij is een jonge organisatie en heeft dus nog een chronisch en ernstig geldgebrek. Giro 133745 van Nederland Bekent Kleur te Amsterdam o.v.v. Keer het Tij, beveel ik in uw aandacht aan.

 

Saar Boerlage

 

 
Het negende BIEN congres in Geneve

 

Het 9e BIEN-congres. Motto: income security as a right.

 

Dit congres vond in Geneve plaats van 12 - 14 september 2002. We waren te gast bij de International Labour Office. Aantal deelnemers (naar schatting) 150.

 

 

Algemene indruk

Het was zeer geslaagd: een indrukwekkend aantal goede bijdragen en papers en uitstekende faciliteiten. Maar vooral: er was een optimistische sfeer. In heel Europa en in opmerkelijk veel landen daarbuiten worden plannen gelanceerd die soms basisinkomen genoemd worden, (en dat ook zijn) en soms duidelijke elementen bevatten die een basisinkomen naderbij brengen. Er zijn, werd er geconstateerd maar twee uitzonderingen: Nederland en Belgie. In die twee landen is voor het invoeren van een basisinkomen weinig belangstelling.

 

Verrassingen

Er was een grote delegatie uit Zuid-Afrika. Daar is een organisatie met steun van de vakbeweging opgezet voor invoering van een Basic Income Grant. Ook uit Ierland kwamen zeer positieve berichten. Opmerkelijk was de bijdrage uit Alaska. Over het geval Alaska bericht ik verderop. Over Ierland en Zuid-Afrika zullen anderen rapporteren.

 

Guy Standing

Het was nog meer dan op eerder door mij bezochte BIEN-congressen het congres van Guy Standing. Hij werkt bij de ILO en het motto is op zijn lijf geschreven. Zijn speech eindigde hij met een kort historisch overzicht. Hij constateerde dat toen Bien in 1986 werd opgericht er weinig belangstelling was voor ons idee, en als er al over geschreven werd, dan was het oordeel negatief. Ook mensen die zich inzetten voor bestrijding van armoede en ongelijkheid reageerden zo. Het feit dat zowel linkse als liberale mensen tot de aanhang behoorden was in ons nadeel. Nu zijn de tegenstellingen minder scherp en is er de mogelijkheid om met succes te lobbyen. "This is the future. It starts now."

 

De deelnemers

Het congres werd vooral bezocht door mensen die een wetenschappelijke functie bekleden. Wat mij daarbij opviel was de openlijk geuite solidariteit met mensen die geen garantie op inkomen hebben. Ik voelde me opgenomen in een kring van mensen die op een intelligente manier de wereld wilden veranderen of op zijn minst bijschaven. Daarbij kwamen twee wat minder positieve gedachten bij mij op. Zijn Nederlandse onderzoekers ook zo ingesteld? Of zijn die minder met het recht op een basisbestaan bezig? En is dat o.m. de reden dat er uit Nederland nauwelijks deelnemers waren? Is Nederland ook op dit gebied een beetje een bananenrepubliek aan het worden? Een tweede kanttekening komt voort uit de BIEN-ledenvergadering aan het eind van het congres. Daar werd het lidmaatschap van mensen zonder email en zonder mogelijkheid om de eenmalige hoge contributie te betalen eerst om zeep gebracht. Er moest efficient gewerkt worden. Na uitgelegd te hebben dat BIEN ook gedragen wordt door gewone mensen die in landen als Ierland, Engeland, Zwitserland, Belgie, Spanje en Zuid-Afrika in een landencomite verenigd zijn, werd de constructie bijgesteld. Het was geen onwelwillendheid, maar onnadenkend was het wel.

 

Resultaat

Op het congres heb ik veel nieuwe energie verkregen en ook inhoudelijk heb ik veel geleerd. Een goede conclusie was (ik weet niet meer wie dat lanceerde): basisinkomen is wellicht moeilijk door de voordeur binnen te krijgen, maar de achterdeur is ook prima. Met dit inzicht ben ik aan de slag gegaan. In de vorige nieuwsbrief zat een eerste aanzet tot uitwerking. Een verbeterde versie ben ik nu (na reacties op o.m. het 'Keer het Tij'-congres van 30 november j.l.) aan het afronden.

 

Alaska

Een mooi voorbeeld van het invoeren van een (laag) basisinkomen via de achterdeur is Alaska. Op het congres lanceerde Scott Goldsmith een economie professor van de universiteit van Alaska een paper over het in Alaska bestaande fonds dat jaarlijks aan iedere inwoner van deze meest Noordelijke staat van de VS een (laag) basisinkomen uitkeert.

In 1977 kwam de oliewinning op gang in een gebied dat eigendom is van de staat Alaska. De baten werden, sprak men toen af, bestemd voor de toekomstige generaties van Alaskans. Alaska kent geen lokale belastingen. Wel is er de federale inkomstenbelasting en is er een soort BTW. Er is echter nu wel een probleem. De overheid kan in Alaska zonder extra belastingheffing niet meer functioneren.

Alaska heeft ongeveer 600.000 inwoners. Per jaar wordt er een van de oliewinst afhankelijk bedrag uitgekeerd. Dit bedrag schommelt rond de 1 miljard dollar. Per persoon (van baby tot hoogbejaard) is dat zo'n 1700 dollar. Een groot deel van de inwoners krijgt dit bedrag in z'n geheel. Wie bijstand ontvangt wordt niet gekort. Alleen mensen met een goed inkomen betalen aan de federale staat belasting. Deze extra inkomsten worden dan wel degelijk belast. Al 21 jaar wordt deze vorm van basisinkomen in begin december overgemaakt. Kerstinkopen maar ook duurzame apparaten e.d. worden dan aangeschaft. Dit extra inkomen is uiteraard vooral voor de minima van groot belang.

De Alaskans beschouwen deze uitkering als een recht. Zij immers zijn eigenaar van deze oliebron. Zij zien het niet als een overheidsoverdracht. Het thans dreigende staatstekort kan dus niet bestreden worden uit een korting op hun recht op 'dividend'. En zo zie je, dat een basisinkomen in dit kapitalistisch land niet tot saamhorigheid leidt maar tot een sterk ontwikkeld vals eigendomsrecht. Een aantasting van dit basisinkomen is ondenkbaar. Scott Goldsmit stelt dat geen enkele politicus met zo'n voorstel durft te komen. Een geruststellend gevoel geeft mij dat, hoewel de motieven mij niet bevallen.

 

Slotwoord

Over de vraag waarom Nederland en Belgie zo achteraan komen, hopen wij o.m. op onze bijeenkomst in januari a.s. met Belgische gasten te discussieren. Is het de wet van de remmende voorsprong? En zijn wij nu ook over het dieptepunt heen? De bijeenkomsten die dit najaar plaatsvonden (bij SISWO en bij Keer het Tij) stemmen mij hoopvol. Er is in Nederland inmiddels heel snel een nieuwe generatie politici aan de macht gekomen. Dat geeft nieuwe perspektieven. Graag hoor ik uw suggesties.

 

Saar Boerlage

 

 

 

ARTIKELEN

 

Op de website van Vivant vonden wij het volgende artikel m.b.t. het BIEN congres. Het artikel komt uit de Standaard, een Belgische krant en heeft betrekking op de situatie in België. Maar...heeft u iets gelezen in een Nederlandse krant over BIEN???

 

Economische democratie tussen utopie en realiteit

Basisinkomen via de achterdeur (De Standaard 20/09/02)

 

Sommige historici durven de recente geschiedenis in drie fases op te delen, waarbij de 18de eeuw die van de ontdekking van de burgerrechten was, de 19de eeuw die van de politieke rechten en de 20ste die van de sociale rechten. Zou het - in die redenering - in de 21ste eeuw niet tijd zijn om de economische rechten van elke burger op het voorplan te zetten, met de invoering van het basisinkomen als individueel recht?Het basisinkomen als sociale correctie op de geglobaliseerde vrije-markthandel: utopie of dichterbij de realiteit dan we denken? Het debat over de invoering van het basisinkomen is al jaren voer voor academici. Voor overtuigde sociologen, filosofen en economen, evenals voor enkele welmenende politici en wereldverbeteraars van alle slag. Maar het aantal believers groeit aan. En het zijn lang geen marginalen meer. Dat bleek op het negende internationale congres van BIEN, wat staat voor Basic Income European Network.

 

Zo genoemd omdat deze beweging van oorsprong Europees is, maar intussen met afdelingen op alle continenten. België heeft iets met het basisinkomen. Het stichtingscongres van BIEN vond in 1986 in Brussel plaats. En wellicht de meest invloedrijke ’denker’ in de beweging is een Belg: Philippe van Parijs, professor aan de UCL en vorig jaar winnaar van de prestigieuze Francqui-prijs. Van Parijs was alomtegenwoordig op het congres in Genève, met aan Belgische kant voorts de opgemerkte aanwezigheid van de Antwerpse socioloog Walter Van Trier en van zakenman Roland Duchâtelet. De hoofdaandeelhouder van de technologiebedrijven Melexis en Epiq maakte twee dagen vrij op zijn drukke agenda om met de privé-Cessna over en weer te vliegen naar Genève, en er zich actief te mengen in de debatten.

De interesse van Duchâtelet is niet geveinsd. Met zijn politieke beweging Vivant propageert hij al jaren de invoering van het basisinkomen in ons land. Grote electorale successen leverde dat vooralsnog niet op. “Maar dat geeft niet”, zegt hijzelf. “Als het idee maar doorsijpelt bij de politieke besluitvormers.” De congresgangers waren opgetogen over hun vergaderzaal: de kantoren van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). “De beweging voor het basisinkomen heeft in amper vijftien jaar een lange weg afgelegd”, zegt Walter Van Trier. “Bij de eerste congressen waren er twintig deelnemers of zo, en sliep iedereen ergens in een achterkamertje op een universiteit. Tussen de congressen door stuurden we e-mails rond naar elkaar, 's avonds laat, na onze dagtaak. Nu zijn we met 900 en wordt de openingstoespraak gehouden door Juan Somavia, voorzitter van de ILO. BIEN is blijkbaar een respectabele denk- en actiegroep aan het worden.” De toespraak van Somavia, een van de absolute topdiplomaten in het circuit van de Verenigde Naties, was alleszins een opsteker voor de BIEN-adepten. De Chileen had het over zijn droom om “door economische herverdeling één dollar per dag extra te kunnen geven aan de 1,2 miljard mensen die met minder dan een dollar moeten zien te overleven.

 

Nu leven ze, maar bestaan ze niet. Zonder koopkracht. Zonder plaats op de wereldmarkt.” Somavia eindigde optimistisch: ”Misschien is het ogenblik waarop ideeën als het basisinkomen gemeengoed worden, wel dichterbij aan het komen.” Het klonk de bonte groep aanhangers van het basisinkomen als muziek in de oren. Want erg homogeen is de BIEN-groep niet. ”Dat maakt onze rijkdom uit”, meent Roland Duchâtelet. “Liberalen komen bij ons, vanuit hun visie, tot eenzelfde standpunt als marxistische denkers, christelijke welzijnswerkers evenzeer als zakenlui. Latijns enthousiasme gaat samen met Germaanse nuchterheid, ethische bewogenheid met academische logica.” Maar het grote ideaal - de invoering van een (liefst wereldwijd) basisinkomen voor elke burger, ongeacht status, scholing, of job - is zelfs volgens de die-hards niet haalbaar. Zoeken naar een pragmatische aanpak, naar haalbare doelstellingen: dat was dé boodschap in Genève. Maar wat is haalbaar? Welke vorm van of variant op het basisinkomen maakt een kans? En wat bestaat er al? Voor Guy Standing, ILO-directeur en een van de steunpilaren van het BIEN-netwerk, staat één zaak vast: “Goed sociaal beleid heeft niets aan onrealistische standpunten en veronderstellingen. Er is om te beginnen nood aan studiewerk. Aan harde feiten.” Aan studies was er in Genève alvast geen gebrek. Ruim 150 sprekers hadden er (minstens) eentje bij. Over belastingkredieten, bijvoorbeeld, zoals de negatieve inkomstenbelasting, waarbij de fiscus geld betaalt aan wie te weinig inkomen heeft om belastingen te moeten betalen.

 

Die formule is in heel wat westerse landen al uitgeprobeerd. Experimenten in de Verenigde staten, in het begin van de jaren zeventig, bleken geen onverdeeld succes. Pas dertig jaar later is het debat over dit fiscale basisinkomen weer een topic in de Amerikaanse politiek, dankzij de groene partij van Ralph Nadar. De puristen van het basisinkomen lopen niet warm voor een negatieve inkomstenbelasting. “Het gaat om een erg selectieve uitkering, op basis van een inkomensonderzoek. Niet om een onvoorwaardelijk recht, los van inkomen of maatschappelijk statuut”, heet het. Professor Philippe Van Parijs pareert de kritiek dat een onvoorwaardelijk basisinkomen ook ten goede komt aan rijke burgers, die het niet nodig hebben. “Dat is de consequentie van het systeem. Iedereen gelijk voor de wet. Het weggegooid geld is in ieder geval kleiner dan de uitgaven die we nu moeten doen aan administratieve controle op wie uitkeringen krijgt en wie niet.” Studies door het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) bewijzen dat sociale uitkeringen ook nu al naar welvarende gezinnen gaan. “In een sociale-verzekeringssysteem - dat tijdelijk een inkomen waarborgt op basis van vroeger betaalde bijdragen - is het normaal dat ook in gezinnen met een hoog inkomen de werkloze partner een uitkering krijgt,” zegt Ive Marx. “Zo blijkt dat liefst 40 procent van alle werkloosheidsuitkeringen in België terechtkomt bij gezinnen in de bovenste helft van de inkomensgroepen, in de top-5 inkomensdecielen.”

 

Over de definitie van armoede, en de relativiteit ervan, blijven de discussies oplaaien, ook binnen de BIEN-groep. “In de Europese Unie wordt elk gezin met een inkomen lager dan 5.000 euro per jaar als extreem arm gecatalogiseerd”, aldus Yannick Vanderborght, medewerker van van Parijs. “Maar in Oost-Europa boer je daarmee behoorlijk goed. En in de ontwikkelingslanden ben je met dat bedrag een seigneur. Wat beogen we eigenlijk met het basisinkomen? Honger uit de wereld helpen? Extreme armoede bestrijden? Of sociale en economische ongelijkheid wegwerken? Dat scheelt, want in het westen is de gemiddelde levensstandaard die van de tweeverdieners geworden.” Ive Marx van de CSB-studiegroep berekende dat 77 procent van de Belgische werklozen niet afhankelijk is van zijn/haar uitkering als voornaamste bron van (gezins)inkomen. “In het gezin is er dus meestal nog een partner met een jobinkomen, meestal de man. Maar zonder uitkering zou niettemin een kwart van deze werklozen onder de armoedegrens belanden. En bij gezinnen die volledig afhankelijk zijn van de werkloosheidsuitkering en de kinderbijslagen leeft 60 procent onder de armoedegrens. Het zijn vooral eenoudergezinnen en alleenstaanden.” Misschien wel de meest prangende discussie binnen het BIEN-netwerk gaat over de loskoppeling van het recht op basisinkomen en de plicht om daarvoor te werken. “Het nastreven van volledige werkgelegenheid, in de klassieke betekenis van betaalde arbeid, is een utopie,” meent Guy Standing. “Meer jobs is uiteraard goed en wenselijk, maar onvoldoende als oplossing voor alle armoede en ongelijkheid. Het klassieke arbeidsethos doet trouwens alle andere vormen van arbeid en sociaal nuttige activiteiten onderwaarderen. En dat is niet terecht.” Ive Marx draagt bewijzen aan voor de stelling dat meer werkgelegenheid niet automatisch minder armoede meebrengt. “Ondanks de daling van de werkloosheid, de creatie van bijkomende jobs en min of meer constant gebleven sociale uitgaven zijn armoede en sociale ongelijkheid niet afgenomen in de OESO-landen. Integendeel.“

 

Volgens Marx klopt het dat in elk westers land de armoede minder frequent voorkomt bij gezinnen met een inkomen uit werk dan bij werklozen. “Maar de koppeling heeft zijn grenzen. In de VS is het relatieve-armoedepercentage van de bevolking (17 procent) tweemaal zo hoog als in Duitsland of Frankrijk (8 procent) en driemaal zo hoog als in België (6), hoewel de werkgelegenheidsgraad in de VS op liefst 73 procent ligt en bij ons bijvoorbeeld slechts op 55 procent. België combineert dus een relatief lage werkgelegenheid met een lage armoedegraad. Meer”, zegt Marx, “de drie sterkste groeiers inzake werkgelegenheid in de jaren tachtig en negentig hebben tegelijk hun armoedecijfers zien stijgen! Dat geldt voor Nederland, Ierland en Japan. Verklaring: de jobaangroei komt vaak gezinnen ten goede waar al een jobinkomen bestaat, plus nieuwkomers op de arbeidsmarkt, zoals schoolverlaters. Gezinnen met één inkomen worden nu gezinnen van tweeverdieners, vaak met een deeltijdse job voor de vrouw. Maar de gezinnen zonder werk zijn vaak zonder werk blijven zitten en de inkomenskloof met de werkende gezinnen is nog groter geworden dan voorheen.” Nog meer cijferwerk. Landen met veel lagelonenverdieners tellen relatief meer werknemers die - ondanks hun job - niet boven de armoedegrens uitsteken. “Maar die groep mag ook niet overroepen worden. Niet alle lagelonenwerkers zitten in de armoede, zowat 10 procent. De VS en Canada scoren met 25 procent inderdaad beduidend hoger, maar de West-Europese landen liggen tussen 10 en 5 procent; voor ons land is dat 7 procent. Conclusie: veel lagelonenverdieners wonen in een gezin met een tweede verdiener (of inkomen) zodat de levensstandaard behoorlijk tot goed is.” Maar loont het om te gaan werken? Of zijn onze uitkeringen al niet zodanig dat ze de facto een basisinkomen uitmaken?

 

Uit OESO-studies blijkt dat een werkloze kostwinner met partner zonder inkomen en twee kinderen, die dus een maximumuitkering krijgt, slechts 9 procent aan inkomen wint door een job te vinden aan het minimumloon. Meer, een alleenstaande moeder met twee jonge kinderen zou zelfs een inkomensverlies van 6 procent lijden, de fameuze werkloosheidsval, mede als gevolg van de kosten van kinderopvang. “Het is voor hen financieel gewoon niet interessant genoeg om op zoek te gaan naar werk”, besluit Roland Duchâtelet. Het relatieve belang van jobcreatie in de bestrijding van armoede en ongelijkheid, sterkt de aanhangers van het basisinkomen in hun gelijk. Ze verwijzen naar het ‘participatie-inkomen’ als pragmatische tussenstap. Een basisuitkering voor iedereen, in ruil voor enkele uren gemeenschapsdienst per week. In Frankrijk bestaat een variant met le revenu minimum d'insertion, of integratie-uitkering, een realisatie van wijlen president Mitterand. Ze verwijzen naar bestaande ‘aanzetten tot een basisinkomen’. Voorbeelden die bewijzen dat de invoering ervan geen ‘big bang’ moet inhouden, maar een gefaseerde beleidsombuiging. In Brazilië bijvoorbeeld heeft de populaire senator Eduardo Suplicy steun gekregen voor de uitbetaling van een uitkering aan 5 miljoen families met schoolgaande kinderen. Het geld gaat rechtstreeks naar de moeders, “omdat het op die manier naar voedsel en onderwijs zal gaan.” “Een dergelijk programma versterkt de positie van de vrouw in de ontwikkelingslanden en geeft ze eindelijk erkenning voor hun centrale rol in het huishouden en de opvoeding”, zegt Suplicy.

Trouwens, merkte een congresdeelneemster uit de VS op: “Vrouwen werken altijd, ook als ze niet betaald worden. Mannen werken alleen als ze betaald worden.” In Zuid-Afrika loopt een campagne voor de invoering van een basispensioen voor iedereen, ook voor wie altijd in het informele (zeg maar zwarte) circuit heeft gewerkt. Opvallend is dat de campagne gesteund wordt door de vakbonden. In het westen leggen de vakbonden nog altijd zwaar de nadruk op de koppeling tussen werk en inkomen. Dichter bij huis, in Ierland, is de regering klaar met een 50 bladzijden dik document over het basisinkomen. De tekst is tot stand gekomen onder druk van sociale organisaties en de verbazend invloedrijke Conference of Religious, een koepelorganisatie van religieuze groeperingen, met de charismatische priester Sean Healey als spreekbuis. “Nu bedraagt de laagste uitkering in Ierland 118 euro per week. Omdat de armoede blijft stijgen, moet die omhoog naar 150 euro, zegt de regering. Dat gaat al aardig in de richting van een basisinkomen, al zal de regering het nooit zo noemen. Het is alsof we er struikelend, via de achterdeur, toe gekomen zijn. Dat geeft niet.” Over de financiering van het basisinkomen maken de BIEN-leden zich weinig zorgen. Ze vertrouwen op de gekende voorstellen van alternatieve inkomensherverdeling: milieutaksen, taksen op kapitaalspeculatie, e.d. En op de herverdeling, niet verhoging van de bestaande sociale uitgaven. Ze wijzen ook op de economische mogelijkheden. In Alaska keert een door de overheid beheerd kapitaalfonds, gestijfd met de opbrengsten van de ontginning van olie en gas, aan alle inwoners van de staat een dividend uit van bijna 2.000 dollar per jaar. Enige voorwaarde is in Alaska wonen. De storting van het dividend gebeurt vlak voor Kerstmis, waardoor het geld - dankzij de kerstinkopen - bijna integraal en snel terugvloeit naar de lokale economie. Waar staat België in dit alles? Duchâtelet: “Wat gaat al in onze richting? Het artiestenstatuut bijvoorbeeld, het PWA-systeem voor bijklussende werklozen, het leefloon voor jongeren, het tijdskrediet eigenlijk ook. Bovendien is onze sociale zekerheid steeds meer gaan gelijken op sociale bijstand, los van eerder betaalde bijdragen. Kijk maar naar de werkloosheidsuitkeringen, die onbeperkt zijn in de tijd. Zo utopisch is het dus allemaal niet.”

 

bron: De Standaard, 20/09/2002 Johan Rasking

 

 

Komt er een basisinkomen in Zuid-Afrika?

 

Op het 9e congres van BIEN ( sinds kort Basic Income Earth Network), dat van 12 tot 14 september te Genève werd gehouden, was een opmerkelijke delegatie aanwezig, namelijk die uit de republiek Zuid-Afrika.

 

Enkele leden van de delegatie gaven een uitvoerig overzicht van de ontwikkeling aldaar gedurende de laatste jaren. Met name met steun van de plaatselijke vakbeweging is er een beweging op gang gekomen om zo spoedig mogelijk tot de invoering van een "South African Universal Income Grant" te komen. Er werden foto's getoond van rijen demonstrerende burgers en tevens werden verschillende financieringsplannen uiteengezet.

 

Het is de bedoeling, dat alle volwassenen een bedrag van 100 Rand per maand ontvangen. Dat is slechts een gering bedrag, als men bedenkt, dat de waarde daarvan ongeveer 10 Euro nominaal bedraagt en in koopkracht overeenkomt met ongeveer 30 Euro.

 

Daarbij dient te worden bedacht, dat men in Zuid-Afrika sinds enkele jaren een ‘AOW-uitkering’ kent, die ook slechts een gering bedrag betreft. Maar wij zullen moeten beseffen, dat men het standpunt huldigt, dat een gering basis-inkomen een stap op weg is naar een reëel bedrag.

 

Vanuit het BIEN-congres is de leden van de delegatie veel succes gewenst met hun actie. Wij zullen ongetwijfeld meer hierover horen!

 

Jan Boerlage