NIEUWSBRIEF
VAN DE

Een basisinkomen betekent Zekerheid
zonder Gezeur!
18
FEBRUARI 2005
KROKUSBORREL
Met
OPEN
DISCUSSIE
N.A.V. HET BALIEMANIFEST OVER
HERVORMINGEN IN DE SOCIALE ZEKERHEID
Uitgave van de Vereniging Basisinkomen.
Artikelen mogen worden overgenomen met vermelding van de
herkomst.
Redactie: Saar Boerlage en Gosling Putto
Aan dit nummer werkten verder mee: Astrid van Triet, Arjen
van Witteloostuijn, Michiel van Hasselt en Judith Israels.
De nieuwsbrief van de Vereniging Basisinkomen verschijnt
driemaal per jaar. Abonnementen minimaal 10 euro per jaar (liefst meer) storten
op giro 1890919 o.v.v. naam en adres.
ISSN 09243038
Vereniging Basisinkomen
Igor
Stravinskisingel 50
3069 MA
Rotterdam
Telefoon:
010-4559538
Secretariaat:
070-3859268
E-mail: info@basisinkomen.nl
Website: www.basisinkomen.nl
De
Vereniging Basisinkomen houdt als eerste actie in 2005 voor haar leden en
enkele andere genodigden een themabijeenkomst op
vrijdagmiddag
18 februari 2005 in
het gebouw van het Landelijk steunpunt Vrouwen en de Bijstand aan de
NIEUWE GRACHT 27 A, 3512 LC
UTRECHT
Aanvang 12.30 uur, einde
15.30 uur.
Zaal open om 12.15
uur.
Onderwerp:
het Baliemanifest Sociale Zekerheid en de reacties ter zake.
Ivo
Kuijpers - mede-opsteller van het Balie-manifest - is uitgenodigd om dit stuk
(dat door allerlei prominenten uit de polder op persoonlijke titel werd
onderschreven) te voorzien van een korte toelichting. Daarna volgt discussie
waaraan iedereen kan deelnemen.
Naar
verwachting zal vers van de pers een bundel beschikbaar zijn met reacties op
het Baliemanifest. Hierin staat ook de reactie “Basisinkomen biedt manifeste
zekerheid” die Michiel van Hasselt namens de VBi inbracht – daartoe
gestimuleerd door de desbetreffende discussie in de werkgroep onderzoek.
De
desbetreffende stukken vindt u op de website www.basisinkomen.nl. In deze Nieuwsbrief
is het stuk van Michiel van Hasselt “Basisinkomen als investering?” opgenomen.
Graag tot
ziens vrijdagmiddag 18 februari 2005 !
Mededelingen
Met ingang van 1 januari 2005 beschikt de Vereniging
Basisinkomen niet langer over personeel. In verband met ziekte van ons enige
personeelslid was in de loop van 2004 al het kantoor gesloten.
Het postadres van de vereniging is verhuisd naar:
Igor Stravinskisingel 50
3069 MA Rotterdam
Tel.: 010-4559538
Dit is het woonadres van penningmeester en webmaster Guido
den Broeder. Ook het archief van de vereniging is daar en kan op afspraak door
leden worden ingezien.

Discussie op het VBi-forum
Hieronder
volgen een paar stukken die op het VBi-discussieforum en elders op het internet
zijn geplaatst door mensen die hun mening over het basisinkomen kenbaar wilden
maken of wilden ingaan op dingen die daarmee samenhangen. Hier worden ze
anoniem gepresenteerd, maar wilt U weten onder welke naam ze zijn ingezonden,
ga dan naar de forums op www.basisinkomen.nl
en kijk daar eens rond.
Het is voor
oprecht geïnteresseerden trouwens altijd al een goede gedachte om de website
van de Vereniging Basisinkomen in de gaten te houden, want die biedt inmiddels
al heel wat meer informatie dan de vertrouwde papieren versie van de
Nieuwsbrief Basisinkomen. Hier volgen vier ingezonden reacties.
1. Persbericht
financiering basisinkomen
Thans wordt
4,7 miljard euro per jaar aan reintegratiegelden uitgegeven. Men neme daarbij
een schatting % van overheidsuitgaven volgens statistisch jaarboek plus % van
109 miljard aan ZBO's die zich met 'arbeidsmarkt' bezighouden en de invoering
van basisinkomen kan in 1 klap worden bekostigd. Hoeveel mensen zonder
zelfstandig inkomen of uitkering zijn er in NL, tussen 18 en 65?
Dat aantal
maal 600 euro/maand maal 12 maanden = benodigd geld.
Bespaard
geld = 4,7 miljard + % overheidsgeld + % ZBO's
Dus:
basisinkomen kan morgen worden ingevoerd, Rutte's zorg van zwart werken naast
uitkering is meteen van de baan....het enige probleem is: de hele
werkgelegenheidsindustrie (incl. overheid) heeft niets meer te doen. Maar
waarom zouden we 1,7 miljoen mensen (WAO, WW, bijstand) + geen enkel inkomen
hebbenden in de knel houden omdat een paar 100000 mensen zichzelf wil verrijken
door een kunstmatige arbeidsmarktindustrie in stand te houden?
Wie kan
bijdragen om de cijfers rond te breien?
2. Financiering
basisinkomen
De
financiering van een basisinkomen kan heel eenvoudig worden geregeld. In
tegenstelling tot wat op www.basisinkomen.nl wordt gepropageerd ben ik er voor
om in één klap een maandelijkse belastingaftrek te doen plaatsvinden ter hoogte
van 80 tot 90% van het netto wettelijk minimum loon voor iedereen die een
Nederlands sofinummer heeft. Van 0 tot 15 jaar geldt een opbouwregeling
aangezien hier nog geen sprake is van een minimum loon en deze leeftijdsklasses
een wezenlijk ander behoeftepartoon kennen. Als door de belastingaftrek een
negatieve belastingplicht onstaat wordt deze aan de belastingplichtige
uitgekeerd door de fiscus.
Dit wordt
als het aan mij ligt als volgt gefinancierd:
a. Eén
belastingstarief op inkomen uit (vroegere) arbeid van 50 of 60% zonder sociale
aftrekposten of andere heffingskortingen;
b.
Afschaffen van studiefinanciering, kinderbijslag, bijstand en bijzondere
bijstand;
c.
Afschaffen van ZW, WW, WAO, AOW e.d. incl. de bijbehorende premieheffingen;
d.
Afschaffen levensloop regelingen;
e.
Afschaffen hypotheekrenteaftrek, huursubsidies, huurwaardeforfaits en
OZB-gerelateerde heffingen;
f.
Afschaffen CWI-en en UWV-en en alle andere begeleidende, registrende en
controllerende instanties op het gebied van studie, werk, inkomen en sociale
zekerheid;
g.
Afschaffen van standaard pensioenleeftijd en standaard werkweek en invoeren van
7x24-uurs economie;
h.
Afschaffen successierechten (heffing op erfenis);
i.
Vermogensrendementsheffing aanpassen aan conjunctuur of afschaffen;
j.
Accijnsen en heffingen op ongezonde, milieuonvriendelijke en energie(slurpende)
producten en het subsidiëren van biologische producten;
k.
Afschaffen landbouw- en veeteeltsubsidies;
l. BTW
tarieven naar 5 en 20 procent;
m.
Ziekenfonds totaalpakket invoeren voor iedereen zonder eigen risico (dus ook
weer de tandarts erin en het transport van en naar zorginstellingen).
Zo, dat was
een hele mond vol. Met dit pakket verlaag je de overheidsuitgaven, zet je de
zorgstaat op de helling zonder dat het land minder sociaal of solidair wordt en
verhoog je het verantwoordelijkheidsgevoel van de individuele burger. Bovendien
stimuleer je de economie om milieuvriendelijker te produceren en tast je het
concurrentievermogen niet aan.
Het verzet
zal voornamelijk komen van mensen die nu een hogere uitkering ontvangen (ZW,
WAO en WW) en van mensen die werkzaam zijn in sectoren die worden geschrapt.
Mijn antwoord hierop is: hoe bestaat het dat we in Nederland ooit zo'n asociaal
en discriminerend sociaal stelsel in het leven hebben geroepen dat de ene
niet-werkende recht had op meer dan de andere niet-werkende. En hoe is het ooit
komen te bestaan dat er een hele industrie is ontstaan rond werk, studie en
inkomen, terwijl dit toch niet helpt. Ook reïntegratie schept geen banen, men
helpt alleen de ene werkeloze aan een baan ten koste van de andere. Zonde van
de centen.
Een idee
bij het bovenstaande is om eventueel weer een 'dienstplicht' in te stellen voor
jongens en meisjes die klaar zijn met hun school of studie en willen gaan
werken, om bijvoorbeeld een jaar 'stage' te lopen bij defensie, politie of
justitie, zorg, onderwijs, brandweer of hulpdiensten.
Voor de
thema's zorg, onderwijs en veiligheid zijn ook dergelijke ingrijpende
maatregelen denkbaar en wenselijk om blijvend te kunnen concurreren met het
buitenland.
Nu is de
vraag, welke politieke partij durft zich hard te maken voor een dergelijk
ingrijpend plan? Geen één, vrees ik. Dus het zal wel een utopie blijven.
3.
Basisinkomen is asociaal
Op ons forum is deze inzending wat lastig te vinden. Klik onder
“Forum” op “Levensloopregeling”, vervolgens op “Uitnodiging Het Financieele
Dagblad” en blader vervolgens door de vele ingezonden reacties aan het
Financieele Dagblad die daar te lezen zijn. Daar staat deze inzending bij.
Onze
maatschappij staat bol van vanzelfsprekendheden en rechten zonder
noemenswaardige verplichtingen. Het basisinkomen is een behoorlijke verrijking
van de potpori van individuele claims op de maatschappij. Het invoeren
van een basisinkomen zal onze maatschappij verder asocialiseren want het is de
ultieme bevestiging en legalisering dat arm een onvoorwaardelijke claim heeft
op rijk. Sommigen noemen dat solidariteit maar dat begrip is dan wel heel
eenzijdig uitgelegd. Ik ervaar dat maar weer eens te meer na een middag
winkelen wanneer ik mijn boodschappen moet inladen in mijn auto waarvan de
buitenspiegels die middag professioneel afgebroken zijn. Een basisinkomen kan
goed functioneren wanneer een maatschappij zich nog in een bepaalde
kwalitatieve staat bevindt en de overheid zorgdraagt (in aanzet van normen en
waarden en de handhaving daarvan) voor een gezonde balans tussen individuele
rechten en verplichtingen. Helaas is onze solidariteitsstaat van vandaag te ver
in staat van ontbinding en zal een basisinkomen dat proces slechts doen versnellen.
Ik ben ervan overtuigd dat heel veel mensen voor onderling respect en fatsoen,
voor veiligheid, voor orde, (financieel) heel wat overhebben. Een nieuw
staatsrechtelijk ontwerp dat dit soort zaken substantieel afdekt moet
allereerst vormkrijgen alvorens de intrinsieke solidariteit van mensen verder
op de proef wordt gesteld en er wederom op wordt gespeculeerd dat meer inkomen
en zekerheid onze maatschappij per definitie aantrekkelijker maken.
4. Basisinkomen:
waarom geen innovatief experiment?
Dezelfde
vindplaats als de inzending hierboven; afkomstig van een uiterst deskundige
voorstander van het basisinkomen.
Geleidelijk
aan wordt het voor iedereen in Europa duidelijk, dat de economische omgeving
drastisch en duurzaam verandert. En ook dat economische en sociale zekerheden
niet bestaan. En dat “collectief inleveren” niet meer is tegen te houden. Tot
nu toe beproefde verbanden en redeneringen gaan steeds minder op. Het wordt de
hoogste tijd voor een innovatief experiment, ook op het terrein van de sociale
zekerheid.
Hans
Schlaghecke heeft met zijn artikel over het basisinkomen in deze krant de
opening gemaakt. Hij meent dat de voorstellen van Wijffels c.s. laten zien dat
er niet radicaal genoeg vernieuwd wordt. En dat de voorstellen die in het WRR rapport
“Waarborgen voor zekerheid” in 1985 werden gedaan, zijn stukgelopen op het
taboe dat inkomen niet losgekoppeld mag worden van werken.
Natuurlijk
is bij de discussies over de invoering van een (gedeeltelijk) basisinkomen
sprake geweest van een cultuurschok, van een radicale breuk met de
verzekeringsgedachte en van het afbouwen van een vertrouwd sociaal stelsel.
Daartegen liepen in het midden van de jaren tachtig alle belanghebbenden van
uiteenlopend pluimage te hoop. En ook nu zien we weer dat de levensloopregeling,
de vut en het pre-pensioen veel mensen uit hun stoel kunnen halen. Omdat
verworven rechten worden aangetast die in een andere maatschappelijke omgeving
zijn ontstaan. Maar die omgeving is in de toekomst heel anders.
Er is in
ons land in de voorbije jaren veel nagedacht over radicaal andere systemen en
levensloopregelingen. Over drietrapsraketten en basisinkomen. Het heeft echter
steeds ontbroken aan een innovatief maatschappelijk experiment op beheersbare
schaal. Systeeminnovaties zoals nu aan de orde zijn veronderstellen een lange
termijn visie, een cultuurschok en een experiment om de werking te laten zien.
Zolang dat niet de inzet is, blijft het doormodderen en zullen we nooit kunnen
achterhalen welke kwalen het (gedeeltelijk) basisinkomen kan oplossen.
Demokratie
in uitvoering
Judith Israëls
basis
inkomen
als brug tussen links en rechts
basis
inkomen
als fundament van het mensenrecht
basis
inkomen
minder alimentatie, maar toch meer te
eten
basis
inkomen
bewijs van beschaving, dipoma van vrede
basis
inkomen
minder manipulatie, zelfs met "cum
laude"
basis
inkomen
minder verslaving en noodzaak tot fraude
basis
inkomen
in plaats van een diagnose en/of misbruik
van macht
basis
inkomen
wat minder van dat hopeloze tobben in de
nacht
basis
inkomen
minder agressie, minder snel een lijk
basis
inkomen
dicht mogelijk de kloof tussen arm en
rijk
basis
inkomen
als verworvenheid van het leven
basis
inkomen
minder naar wapens meer naar het geven
basis
inkomen
t leven weer een feest de mens minder
verward
basis
inkomen
weg met het gezegde "t leven is zo
hard"
basis
inkomen
wel een IDee maar geen postcode?
Basis
inkomen
zo brengt het leven toch nog een ode
basis
inkomen
minder pochen" ik ben beter", minder haat
met
BASISINKOMEN is het nog niet zo kwaad
Reactie op
boekbespreking
Astrid van Triet
In de
nieuwsbrief van juli 2004 bespreekt Saar Boerlage mijn boek ‘ENEA! Het
basisinkomen’. Zij heeft zowel op de inhoud als op de vorm van mijn boek
kritiek geuit en er vraagtekens bij gezet. Hierbij grijp ik de kans om mijn
visie te verduidelijken. De volledige inhoud van het boek staat inmiddels op
mijn website: www.en-nu-echt-anders.nl.
De
gekozen vorm: zo weinig mogelijk getallen en documentatie.
De vorm van
mijn boek komt voort uit mijn allereerste wens: positieve referenda als een
structureel onderdeel van onze democratie. Deze wens verwoord ik in mijn eerste
boek: ‘Nederland, hoe wil je zijn?’. Ik hoop vurig op een kentering van ons
kiesstelsel waarbij we niet meer (alleen) op partijen en personen stemmen, maar
ook op concrete toekomstscenario’s voor Nederland. De informatie over een
scenario wordt daarbij op meerdere wijzen aangeboden omdat niet alle mensen hun
beslissingen op dezelfde manier nemen: sommigen gaan voor getallen, anderen
gaan voor waarden waar invulling aan gegeven kan worden, weer anderen gaan voor
visualisaties etc. Door te stemmen op scenario’s kiest Nederland hoe ze wil
zijn als maatschappij. Daarmee ligt het leiderschap in de hele maatschappij en
niet alleen in de regering. De regering zal het gekozen scenario als opdracht
adopteren en het vervolgens ook werkelijk realiseren, ongeacht de samenstelling
van de regering.
Het
basisinkomen is een prachtig voorbeeld van een scenario dat door middel van een
positief referendum voor Nederland uitgewerkt kan worden. Ik heb als burger
mijn bijdrage willen leveren aan het verwoorden van de merites van het basisinkomen
zonder te vervallen in getallen. Getallen zijn er al veel te vinden en niet
iedereen gaat voor getallen bij het maken van maatschappelijke keuzen. Getallen
zijn ook altijd gebaseerd op het heden en verleden (ook als je ze extrapoleert
naar de toekomst) en dus zijn ze altijd onderdeel van het huidige systeem.
Daardoor wordt je soms belemmerd om het werkelijk vernieuwende van een ander
scenario in te zien. Wat ik met de vorm van mijn boek heb willen doen is vanuit
een gevoel van waarden en zingeving de mogelijkheden-scheppende-kracht van het
basisinkomen weer te geven om op die manier tastbaar te maken hoe de
maatschappij er uit kan zien als we voor het basisinkomen kiezen. Dat doe ik
dus voor mensen die kiezen vanuit waarden, vanuit een ‘goed gevoel over hoe het
ook kan zijn’, vanuit een toekomstbeeld dat ze werkelijk voor zich kunnen zien:
‘ja, zo wil ik zijn als maatschappij’. Ik ben ervan overtuigd dat de huidige
tijdsgeest erom vraagt om met zijn allen vanuit gevoel van waarden en zingeving
opnieuw vorm te gaan geven aan onze maatschappij. De leuze ‘Kom met feiten!’ is
aan mij dus niet besteed. De toekomst is nog geen feit. Onze toekomst is een
keuze. Daar heb je verbeeldingskracht voor nodig.
Bovenstaande
zorgt ervoor dat een aantal zaken niet uitgebreid in mijn boek naar voren komt.
Bijvoorbeeld de overgangsregelingen die we als maatschappij nodig hebben als we
werkelijk overgaan naar het basisinkomen. Wat doen we dan bijvoorbeeld met de
huisvaders en huismoeders die er dan zomaar ineens op vooruit gaan (wat
overigens nog valt te bezien bij het wegvallen van huursubsidie, etc.)? Dit
soort zaken zijn een vervolgvraag die wat mij betreft pas na de keuze
voor het basisinkomen komt, niet vooraf. In een positief-referendum-model kiest
de maatschappij vanuit haar gevoel voor zingeving voor het basisinkomen zonder
dat elke burger een doorwrocht politicus hoeft te zijn en zorgt de regering er
vervolgens voor dat er bij de invoering goede en rechtvaardige
overgangsregelingen komen. Waarbij de regering allicht gebruik zal maken van
alle inspanningen die organisaties zoals de Vereniging Basisinkomen daarin al
geleverd hebben. Maar als burger vind ik dat ik nou juist daarin mag vertrouwen
op de management capaciteiten van de regering: wij kiezen als maatschappij hoe
we willen zijn en de regering zorgt ervoor dat we die overgang ook werkelijk
maken.
Het
basisinkomen staat ook op mijn website en-nu-echt-anders.nl beschreven, als één
van de scenario’s van een positief referendum. Het positief referendum dat ik daar
ontworpen heb is nog summier. Ik hoop dat een ieder die ook een voorstander is
van positieve referenda wil bijdragen om de site te ontwikkelen, zodat het voor
Nederland tastbaar wordt hoe het ook kan.
Naar
aanleiding van Saar Boerlage’s bespreking van het boek.
Een aantal
punten van kritiek van Saar Boerlage heeft hierboven een plaats gekregen.
Andere
punten liggen wat mij betreft typisch in de overgangsregelingen: zoals ‘het
afschaffen van huursubsidie is ondoordacht, huidige AOW-ers en alleenstaande
moeders hebben niet genoeg aan 500 euro per maand, etc.’. Met dit alles ben ik
het in eerste instantie eens omdat mensen die in het verleden beslissingen
hebben gemaakt op basis van de mogelijkheden van het huidige systeem in een
nieuw systeem niet ineens met hun rug tegen de muur mogen komen te staan. Daar
moeten dus zeker overgangsregelingen voor geregeld worden, maar in het
formuleren van die overgangsregelingen zie ik geen leiderschapskeuzes voor de
maatschappij weggelegd. Ik zie dat als een managementtaak van de regering. Wel
zal de maatschappij als randvoorwaarde meegeven dat mensen er niet ineens een
grote stap op vooruit of achteruit mogen gaan. Er zullen regelingen getroffen
moeten worden waardoor mensen vanuit een veilige basis langzamerhand over
kunnen stappen naar de nieuwe keuzemogelijkheden die het systeem van het
basisinkomen zal creëren. Maar dat zal niet eeuwigdurend zijn. Enig moment
zullen mensen hun keuzes moeten baseren op het nieuwe systeem. Bijstandsmoeders
kunnen zich tenslotte verenigen bijvoorbeeld. Of partners met een kinderwens
kunnen bij voorbaat financiële toekomstige verantwoordelijkheden contractueel
vastleggen zodat de opvoeder na een eventuele scheiding niet in een armoedige
situatie terecht hoeft te komen. Dat hoeven ze niet te doen natuurlijk.
Maar ik wil maar benadrukken dat mensen meer keuzemogelijkheden hebben dan ze
denken, of vooral, dan dat het huidige systeem mogelijk maakt. Ieder maakt haar
of zijn eigen keus vanuit eigen gevoel voor prioriteiten en zingeving.
Overigens
begrijp ik dat er mensen zijn die wel degelijk eerst willen weten wat de teneur
van de overgangsregelingen zal worden voordat ze een keuze willen maken of ze
voor of tegen het overstappen naar het basisinkomen zijn. Maar voor die mensen
heb ik niets toe te voegen aan al het werk dat bijvoorbeeld al verricht is door
de Vereniging Basisinkomen. Mijn toegevoegde waarde ligt in het tastbaar maken
van ‘het gevoel zingevend bezig te zijn als maatschappij’.
In mijn
boek staan dus de merites van het basisinkomen centraal voor mensen die als
18-jarige in het nieuwe systeem terecht komen: zij krijgen vanaf hun 18e
jaar een basisinkomen en zullen bijvoorbeeld tot circa hun 65e (?)
jaar de tijd hebben om naar eigen inzichten een pensioen te regelen. Dat kan
dan individueel of collectief, al dan niet via werkgevers. Terecht schrijft
Saar Boerlage dat niet iedereen daartoe in staat zal zijn en dus zou de
bijzondere bijstand niet mogen verdwijnen. Ja en nee. Het antwoord is ‘nee’
omdat je vanaf je 18e zelf de keuze zult hebben om je bij te
verzekeren voor allerlei tegenslagen (individueel of collectief). Ik geloof er
ook in dat er op de particuliere markt totaal nieuwe verzekeringsproducten
zullen ontstaan die ruimte zullen gaan geven aan andere waarden. Bijvoorbeeld
aan familiewaarden: mogelijk gaan families zich verzekeren tegen
arbeidsongeschiktheid in plaats van individuen, zodat ook de minder
draagkrachtigen in de familie geen grote risico’s hoeven te lopen. Mensen mogen
deze gedachte naïef en idealistisch noemen, maar ik geloof werkelijk in de
ruimte-scheppende kracht van het basisinkomen. Dat het misschien niet deze
familiewaarde is die uiteindelijk boven zal komen drijven is mij om het even.
Waar de ruimte uiteindelijk wel gecreëerd en genomen zal worden, daar hoeven we
helemaal niet op vooruit te lopen. We kunnen vertrouwen op de veelbelovende
dynamiek van een samenleving gebaseerd op het basisinkomen.
En
terugkomend op het antwoord ‘ja’: voor mensen die vòòr hun 18e al
weten dat ze nooit in staat zullen zijn om boven het basisinkomen uit te komen
doordat ze bijvoorbeeld gehandicapt zijn, daarvoor zal inderdaad een bijzondere
regeling getroffen moeten worden. Daar ben ik te makkelijk overheen gestapt in
mijn opgewekte verhaal, vanuit de gedachte dat deze mensen op hun 18e
de keuze zullen maken om niet uit de landsverzekering te stappen maar
daar in te blijven, waarin dus ook deze bijzondere bijstand is opgenomen.
Verder
heeft Saar Boerlage kritiek op mijn eis dat minimaal één ouder minstens 5 jaar
lang de Nederlandse identiteit moet hebben. Ze vindt dit onrechtvaardig en het
zou negatief werken. Ik denk juist dat het positief werkt omdat hiermee mensen
überhaupt worden uitgenodigd om voor het basisinkomen te kiezen, aangezien het
de draagkracht onder het stelsel vergroot.Veel Nederlanders zullen niet op het
basisinkomen willen stemmen omdat ze een aversie voelen tegen de grenzeloosheid
die erin opgesloten lijkt te zitten: ‘Tuurlijk, geef maar weg al dat geld, en
iedereen gaat op zijn luie gat zitten en nodig daarbij vooral de hele wereld
uit’. Ongeacht of deze gedachte klopt of niet klopt, de vermeende
grenzeloosheid is de grootste bottleneck voor mensen om vóór het basisinkomen
te stemmen. Daar kun je heel moraliserend over doen, maar je kunt ook gewoon
tegemoet komen aan de menselijk maat, het gevoel hebben zingevend bezig te zijn
dus. En dat betekent dat er dus wel degelijk grenzen gesteld zullen worden aan
degenen die recht hebben op een basisinkomen. Die grenzen heb ik verwoord in
het minimaal 5 jaar hebben van de Nederlandse identiteit van één van de ouders,
in het alleen binnen Nederland mogen uitgeven van het basisinkomen en in het
rücksichtslos stopzetten van het basisinkomen als men fraudeert. Inhoudelijk
mag er wat mij betreft ruimte gecreëerd worden op deze grenzen. Bijv. de
Nederlandse nationaliteit naar 3 jaar, of 7 jaar. Maar het loslaten van deze
grenzen, daar geloof ik niet in. Ik geloof namelijk niet dat er dan draagvlak
zal ontstaan voor het basisinkomen. Zeker niet in het licht van de actuele maatschappelijke
discussie of Nederland in alles maar grenzeloos moet zijn. De oproep naar
zingeving, verwoord als ‘normen en waarden discussie’, zullen we ook hierin
serieus moeten nemen. Nederland wil niet meer grenzeloos zijn. Overigens zie ik
het basisinkomen het liefst op Europese schaal worden ingevoerd en daarmee zou
de Nederlandse grens waarbinnen het basisinkomen uitgegeven mag worden dus
letterlijk verlegd worden. Maar wederom geloof ik daarin niet in de
mogelijkheid tot het creëren van draagvlak in Nederland. Hierin geloof ik eerst
in Nederland en daarna pas in Europa. En ikzelf ben als Nederlandse burger niet
bereid te wachten op het Europese spel.
Saar
Boerlage meent dat ik het recht op zorg als waarde vergeet in mijn boek. Dat
klopt echter niet. Ik wil een onderscheid maken in (randvoor)waarden waar
invulling aan gegeven moet worden bij een nieuw stelsel aan de ene kant en de
waarden waar wij eindelijk invulling aan kunnen geven door de invoering
van een nieuw stelsel aan de andere kant. Het recht op zorg verwoord ik wel
degelijk als (randvoor)waarde: ‘de zorg voor kinderen tot 18 jaar zal gratis
zijn, en bij het bepalen van de hoogte van het basisinkomen wordt ook het zich
kunnen verzekeren tegen ziektekosten als eerste levensbehoefte gezien’. Daarmee
heeft iedereen de kans om verzekerd te zijn. Ik vind het overigens wel een mooi
voorbeeld van de wijze waarop mensen zullen kunnen kiezen bij positieve
referenda. Een scenario waarin staat dat bij de invoering van het scenario
rekening gehouden moet worden met de Nederlandse waarde dat ‘iedereen recht
heeft op zorg’, is dus een scenario gebaseerd op waarden. Op dat niveau kunnen
mensen al kiezen of ze voor of tegen het scenario zijn. Hoe een regering
vervolgens vorm geeft aan de invulling van die waarde, doet niets af aan je
oorspronkelijke keuze. Er zijn natuurlijk altijd meerdere mogelijkheden om
invulling te geven aan een waarde. Een andere (randvoor)waarde vind ik
bijvoorbeeld het feit dat we mogen verwachten dat een regering ervoor zorgt dat
er grenzen worden gesteld aan mogelijk graai gedrag van verzekeraars (ik benoem
het maar even kort door de bocht). Dat is een belangrijke voorwaarde bij de
overgang naar een nieuw stelsel zoals het basisinkomen, waar mensen zich op de
particuliere markt moeten gaan verzekeren. Hoe een regering dat vervolgens waar
maakt is dan weer iets waar ik als burger graag geen bemoeienis mee hoef te
hebben. Ik wil er op kunnen vertrouwen dat mijn regering dat weet te regelen.
Maar ook dit is een randvoorwaarde, en geen waarde die mogelijk gemaakt
wordt door het basisinkomen. Waarden waar wel invulling aan gegeven
kunnen worden door het basisinkomen noem ik in mijn boek: het kunnen
dragen van je eigen verantwoordelijkheid, keuze vrijheid binnen
maatschappelijke grenzen en het recht op werk.
In mijn
boek ‘ENEA! Het basisinkomen’ is mijn visie sterk vervlochten met mijn visie op
positieve referenda. Bedankt dat ik de kans kreeg om dit voor u te ontvlechten.
Arjen van Witteloostuijn
In deze
barre tijden zou je het bijna vergeten, maar ongeveer een maand geleden is een
sociaal akkoord gesloten. Vakbonden, werkgeversverenigingen en het kabinet zijn
het, na een hete herfst, eens geworden over een compromis. De technische
details van dat compromis zijn dusdanig hoofdpijnverwekkend, dat hooguit
0,00001 procent van de bevolking een idee heeft van wat deze kleine letters
precies inhouden. Hoewel ik ervoor heb doorgeleerd, hoor ik daar zeker niet
bij. De hoofdboodschap klinkt echter overbekend in de oren: het stelsel van
sociale zekerheid wordt “hervormd” door regelingen in de sfeer van bijvoorbeeld
de WAO, het prépensioen en de WW te versoberen. Daarmee is de zoveelste stap
gezet in het langdurige proces van de aanpassing van het
sociale-zekerheidstelsel aan de economische werkelijkheid. Voor mij, als
product van de jaren zeventig van de vorige eeuw, is het beginpunt van deze
lijdensweg het Bestek ‘81 geweest van het toenmalige kabinet van Agt – Wiegel.
Andere mijlpalen waren het Akkoord van Wassenaar met het kabinet Lubbers I in
het begin van de jaren tachtig en de opstand tegen de WAO-plannen van het
kabinet Lubbers-Kok in het begin van de jaren negentig. Deze mijlpalen zijn
slechts opvallende pieken in een quasi-permanente stroom van aanpassingen en aanpassinkjes.
Helaas ben ik het spoor bijster. Ik heb geen idee naar welke zee en naar welke
delta deze stroom zijn weg zoekt.
En ik ben
de enige niet, vrees ik. De kreten zijn allang niet meer verrassend. De
“hervormingen” zijn noodzakelijk vanwege de onomkeerbare processen van
individualisering, mondialisering en vergrijzing. De toverwoorden zijn
versobering en flexibilisering. Aan de ene kant moet het stelsel goedkoper
worden gemaakt. Een te duur stelsel is niet alleen straks niet meer op te
brengen door een vergrijzende samenleving, maar ondermijnt daarnaast de toch al
wankele concurrentiekracht van het bedrijfsleven in een mondialiserende wereld.
Daarom moet bijvoorbeeld het prépensioen bij de vuilnisbelt, en moet de WAO
moeilijker toegankelijk worden gemaakt. Aan de andere kant moet in een
individualiserende samenleving activerend maatwerk worden geleverd, zodat
iedere burger zoveel mogelijk haar of zijn “eigen verantwoordelijkheid neemt”.
Daarom moet bijvoorbeeld de kloof tussen bijstand en minimumloon worden
vergroot, en moet een levensloopregeling studie- en zorgflexibiliteit bieden.
Achter deze eenvoudige karakterisering gaat echter een oerwoud van
deelregelingen en -regelingetjes schuil, van reïntegratiebeleid en allerlei
aftrekposten tot ontelbare subsidiepotjes en maatregelen in de sfeer van
positieve discriminatie.
Het gevolg
hiervan is dat enerzijds de complexiteit van de bestaande en voortdurend
veranderende regelgeving bijna iedereen ver boven de pet gaat, terwijl
anderzijds de eindbestemming van het permanente proces van “hervormingen” in
nevelen gehuld blijft. Deze complexiteit gaat gepaard met een Kafkaeske
bureaucratie van ongekende omvang, gecombineerd met een ontembare
fraudegevoeligheid. De onbekende eindbestemming leidt tot het onbehaaglijke
gevoel dat via het onstuitbare proces van schaaf- en hakwerk nooit een
“optimaal” stelsel zal worden bereikt. Geen wonder dat het vertrouwen in “Den
Haag” onder druk staat. Van de overheid kan veel worden gezegd, maar niet dat
zij betrouwbaar en transparant is. Ikzelf krijg met enige regelmaat berichten
van het ABP – mijn verplichte pensioenverzekeraar – dat deze of gene
beleidswijziging leidt tot dit of dat gat, zodat bijverzekering in de vorm van
premieverhoging x of y serieus moet worden overwogen. Wat precies in mijn
specifieke geval staat te gebeuren en wat daarom voor mij de optimale oplossing
is, kan niet eenvoudig worden uitgelegd. Daarvoor is het nodig mijn
particuliere omstandigheden in één en ander te betrekken zodat – mede op basis
van mijn individuele voorkeuren en verwachtingen, alsmede die van mijn
mede-gezinsleden – een reeks alternatieve maatwerkoplossingen via
modeldoorrekeningen kan worden opgespoord. Bent u er nog?
Het zou
mooi zijn als aan deze gekkigheid een einde komt. Dat vraagt om echte
hervormingen – zonder aanhalingstekens – , en niet om het halfbakken en
onbestemde geschaaf waarmee de samenleving de afgelopen kwarteeuw is
overspoeld. Mij dunkt dat zulke hervormingen gebaat zijn bij de toepassing van
het KISS-principe: Keep it Simple, Stupid. IJkpunt is het
simpelste stelsel van allemaal: een leefpremie op of net boven het minimum voor
iedereen. De hoogte van deze leefpremie kan desgewenst per leeftijd variëren.
Bijverzekeren kan en mag, maar dat zoeken individuen en markten zelf maar uit.
Tegelijkertijd worden alle belastingaftrek-, subsidie- en uitkeringsregelingen
geschrapt. AOW, bijstand, hypotheekafrek, fietsregeling, WAO, WW … – het
behoort allemaal tot het verleden. Deze eenvoud heeft ten minste zes voordelen:
1. De
Kafkaeske bureaucratie kan vrijwel in zijn geheel worden afgeschaft. Het enige
waaraan nog behoefte is, is een gireerdienst.
2. De
administratieve druk voor het bedrijfsleven wordt drastisch gereduceerd.
Ondernemerschap wordt gestimuleerd in plaats van ontmoedigd.
3.
Mogelijkheden tot fraude worden tot een minimum teruggebracht. Leeftijd en
paspoort zijn de enige relevante criteria.
4. Aan de
fnuikende betutteling van allerlei ambtelijke diensten komt een einde. De
eindeloze rij met condities en verplichtingen verdwijnt in de
papiervernietiger.
5. De
individuele vrijheid wordt gemaximaliseerd. Elk individu kan naar eigen
goeddunken luieren, studeren, werken en/of zorgen.
6. De
bruto-nettowig wordt verkleind. Alle inkomsten bovenop de leefpremie zijn
extra, zonder consequenties voor de hoogte van deze premie.
Nivellerende
of denivellerende maatregelen lopen via een rechttoe-rechtaanbelastingstelsel
met een beperkt aantal schijven. Veel bestaande uitkeringen zijn overigens al
leefpremie-achtig, zoals de AOW, heffingskorting, kinderbijslag en
studiefinanciering. Deze KISS-regeling is vast en zeker omgeven met
allerlei nadelen. Allerlei belangengroepen voelen zich ongetwijfeld
aangevallen. Daarom zijn pleidooien voor deze regeling onder zijn vorige naam –
het basisinkomen – een stille dood gestorven. Het is hoog tijd voor een opstand
uit de dood. Gelukkig is dat, volgens velen, eerder vertoond.
Deze column is ons toegezonden door de auteur,
hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en is eerder verschenen in NRC-Handelsblad.
Discussie-aanzet
naar aanleiding van het Baliemanifest.
Michiel van Hasselt
1.Het
Baliemanifest benadrukt ‘sociale zekerheid als investering’ en zet zich af
tegen de heersende politieke benadering die sociale zekerheid slechts als
kostenpost ziet.
Deze
investeringsbenadering past bij de empirische bevinding van Peter Lindert: OESO
staten met hoge sociale uitgaven doen qua economische groei niet onder voor
andere OESO staten met minder hoge sociale uitgaven. The welfarestate lijkt
volgens Lindert op een ‘free lunch’. Zie “GROWING PUBLIC. Social
spending and economic growth since the eighteenth century”, Cambridge 2004.
Nederland
is in het historisch onderzoek van Lindert nog een big spender, maar het SCP
meldde in 2004 dat de Nederlandse uitgaven voor sociale uitkeringen intussen in
de vergelijking met andere OESO staten afgezakt zijn naar de voorlaatste
plaats.(“Hollandse taferelen” blz 69)
2. De vraag
(die ook Lindert zich stelt) is: hoe spelen staten met hoge sociale uitgaven
het klaar om tegelijkertijd toch een hoge economische groei te realiseren? Deze
hoe-vraag is de hamvraag voor de bepaling van welk sociaal beleid dan ook –
Baliemanifest of basisinkomen, dat maakt voor het belang van de hoe-vraag niet
uit.
De manier
waarop de sociale zekerheid is ingericht en bekostigd, beïnvloedt de mate van economische groei.
Zie de volgende punten.
3. Lindert
hanteert een breed begrip ‘social spending’: niet alleen uitgaven voor sociale
zekerheid, maar ook voor zorg, onderwijs en scholing. Dit past bij het Balie
voorstel om ook zorg en scholing (employability) een plaats in de sociale
zekerheid te geven.
De
opvatting dat onderwijs en scholing bijdragen aan economische groei is wijd
verbreid en vormt het meest voor de hand liggende deel van Lindert’s antwoord
op de hoe-vraag.
(Deze
opvatting deel ik, met de kanttekening dat de relatie tussen kenniseconomie en
economische groei niet één-op-één is: meer kennis leidt niet altijd tot meer
arbeidsproductiviteit en andersom wordt arbeidsproductiviteit ook door andere
dingen dan door kennis bevorderd, bij voorbeeld door minder werktijd te
spenderen aan in de file zitten en aan vergaderen.)
4. Scholing
en zorg zijn ‘nieuwe risico’s’, althans in de newspeak van het anders denken
over zekerheid.
Of Lindert
niet alleen gezondheidszorg, maar ook zaken als zorgverlof onder social
spending rangschikt is niet helemaal duidelijk. Dit hangt samen met de vraag
wie verantwoordelijk voor wat is. Lindert onderzocht sociale zekerheidsuitgaven
van de overheid, niet van de sociale partners. Het Baliemanifest stelt de hele
verantwoordelijkhedenverdeling tussen overheid en sociale partners ter
discussie - op het terrein van de sociale zekerheid in de meest brede zin.
5. Dit
manifest hanteert de probleemanalyse van de parlementaire enquête Buurmeijer
1993: “een onheldere verantwoordelijkheidsverdeling leidt tot het afwentelen
van risico’s”.
Maar is
deze analyse anno 2004 nog wel zo relevant?
Nederland
is op sociale zekerheidsgebied niet langer een big spender.
Sociale
partners zijn na 1993 veel verantwoordelijker gemaakt (WULBZ, PEMBA,
Poortwachter). De WAO-instroom daalt sinds 2002. Overigens was de analyse
Buurmeijer dat sociale partners boter op hun hoofd hadden ook in 1993 al niet
meer dan een halve waarheid; men
verzweeg toen dat ook het parlement boter op het hoofd had.
Nu,
terugkijkend met de wijsheid achteraf van Linderts bevinding, rijst bovendien
de vraag: was het toenmalige afwentelen van verantwoordelijkheid en daarmee het
mogelijk maken van reorganisaties en afslankingen in het bedrijfsleven in feite
niet juist heel bevorderlijk voor de aanhoudende economische groei in de jaren
’90 ?
6. Dus:
veel minder dan in 1993 wentelt het bedrijfsleven anno 2004 sociale zekerheidskosten af op de overheid.
Dit kan niet gezegd worden van het omgekeerde proces. De overheid wentelt nu
juist meer sociale zekerheidskosten af op het bedrijfsleven. Zo heeft de
Nederlandse overheid het bedrijfsleven verplicht om zieke werknemers 2 jaar
lang loon door te betalen. (In alle andere landen wordt tijdens ziekte
hoogstens een half jaar verplicht loon doorbetaald.)
7. Lindert
verklaart het free lunch karakter van de verzorgingsstaat door te wijzen op 3
punten: ten eerste (al genoemd) dat uitgaven voor onderwijs en scholing de
economische groei bevorderen, ten tweede dat het meestal de minst productieve
werknemers zijn die vervroegd uittreden, werkloos of arbeidsongeschikt worden,
en ten derde dat democratische verzorgingsstaten hoge sociale uitgaven
bekostigen met een zodanige mix van belastingen dat de incentives voor
economische groei niet worden geschaad. “The
welfarestate style of taxing is not so progressive”.
Als vierde
punt voeg ik toe de aloude Keynesiaanse verklaring: recessiebestrijding door
overheidsuitgaven hoog te houden en door tijdelijk een toenemend
financieringstekort te accepteren. Mogelijk leiden overdrachtsuitgaven (van
rijkere naar armere huishoudens) tot snellere en ‘binnenlandsere’ bestedingen, dus tot meer BBP.
En als
vijfde punt tenslotte is wellicht ook een stukje verklaring te vinden in de
theorie van A.Keinknecht dat werkgevers door hogere lasten (lonen en sociale
premies) gestimuleerd worden tot innovaties, wat zich in onze kennissamenleving
vertaalt in economische groei.
8. Ten
aanzien van het sociale zekerheidsstelsel zelf is Lindert van mening dat ‘universalistische’ sociale uitgaven beter
de economische groei bevorderen dan means tested ‘selectieve’ uitgaven. Deze
mening is plausibel omdat selectieve zekerheid ten eerste hogere uitvoeringskosten (veel bureaucratie) vergt,
ten tweede remmend kan werken op de spaarzin (dus op het beschikbaar komen van
investeringsmiddelen), ten derde aan minder mensen de basiszekerheid biedt die
nodig kan zijn om een economisch risico te durven nemen.
De meest
universalistische manier om sociale zekerheid te regelen is: de instelling van
een onvoorwaardelijk basisinkomen. Dit gaat verder dan de basisuitkering in het
Baliemanifest, want daarbij wordt alleen de partnertoets afgeschaft. Niet de
middelentoets en ook niet de beschikbaarheidseis (sollicitatieplicht).
9.
Politiek-tactisch is het nogal wiedes dat het Balie manifest zich beperkt tot
afschaffing van de partnertoets. Individualisering in de sociale zekerheid zou
immers al een geweldig wapenfeit zijn. Het kost (over de duim berekend) ca 1 miljard euro om 50.0000 samenwonende
bijstandsontvangers 2 alleenstaande-uitkeringen te geven en ook de “vrouw van
de tandarts” een uitkering te gunnen als ze voldoet aan drie voorwaarden: 1.
niet noemenswaardig bijverdienen, 2. eerst eigen vermogen opeten en
3.beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.
Van een
echt basisinkomen is pas sprake als ook
deze 3 voorwaarden vervallen. Dan zullen veel meer “vrouwen van de tandarts”
zich melden, zodat vermoedelijk meer dan 10 miljard euro nodig zal zijn. De
Nederlandse arbeidsproductiviteit wordt dan waarschijnlijk wat hoger, de
arbeidsparticipatie wellicht wat lager en het resulterende BBP blijft dus
ongeveer gelijk.
De winst
van het basisinkomen vertaalt zich niet in meer BBP, maar in meer vrije tijd en
in meer welzijn. Het basisinkomen bevrijdt mensen uit totale financiële
afhankelijkheid (van een kostwinner of van een werkgever of van een
uitkeringsinstantie of van pa).
10.
Naarmate het basisinkomen lager is dan het arbeidsloon is er een financiële
prikkel tot arbeidsparticipatie – vermoedelijk een effectievere prikkel dan de
beschikbaarheidseis.
Vanaf begin
jaren ’90 - toen Nederland ca een half miljoen werklozen telde -werd de beschikbaarheidseis
steeds verder aangescherpt: meer mensen werden sollicitatieplichtig, meer
arbeidssituaties werden zogenaamd passend, meer harde sancties werden
toegepast. Het resultaat was miniem. Sollicitatieplichtigen vonden geen werk,
wel manieren om met de verharde bureaucratische sollicitatieplicht om te gaan.
Nu in 2005 telt Nederland weer ca een half miljoen werklozen.
11.Basisinkomen
is aan de ene kant dus verenigbaar met betaalde arbeid - vooral met het soort
arbeid dat past bij de moderne kenniseconomie, dwz gebaseerd op kwaliteit van
de arbeid, op intrinsieke motivatie, op zelfsturing, op eigen competenties
ontwikkelen en dienstbaar maken, niet gebaseerd op opgelegde arbeidsplicht.
Basisinkomen
relativeert aan de andere kant het belang van betaalde arbeid en maakt ook
andere zingevingen, keuzes en diversiteit mogelijk. Betaald werken is niet het
enige, ook niet als het wordt ingebed tussen leren en zorgen, zoals het
Baliemanifest doet.
12. Sociale
zekerheid moet veilig stellen dat een ieder die getroffen wordt door
baanverlies toch een volwaardige burger kan zijn. De Nederlandse sociale
zekerheid faalt hierin en devalueert de baanloze burgers. De
beschikbaarheidseis betekent eigenlijk dat zij (de meeste Nederlanders) niet
als volwaardig worden geaccepteerd..
Voor de
toekomst is basisinkomen een beter alternatief, te meer omdat er (zelfs
bij economisch herstel) geen kijk is op
volledige werkgelegenheid.
Sociale
zekerheid is van alle burgers – met en zonder banen. Sociale zekerheid is niet
alleen van sociale partners. Maar als sociale partners in CAO’s aanvullende
sociale zekerheid (de 2e pijler) regelen en bekostigen verdient dat
alle lof - en een algemeen verbindend verklaring.
januari
2005
Contributie 2005
van uw penningmeester
Oplettende
geadresseerden zullen bij dit nummer een acceptgiro hebben aangetroffen.
Hiermee kunt u uw lidmaatschapscontributie voor het jaar 2005 voldoen. Voor
enkele leden, die hun contributie over 2004 nog moeten voldoen, is dit de kans
om door nu het dubbele bedrag te betalen weer helemaal als volwaardig lid mee
te tellen.
De
contributie bedraagt nog steeds € 25,- per jaar. Meer mag natuurlijk ook. Leden
voor wie dit bedrag wat aan de hoge kant is, kunnen volstaan met € 10,-.
Mocht u van
deze gelegenheid gebruik maken, vergeet dan niet uw naam en bij
voorkeur ook uw adres op de acceptgiro te vermelden. Vaker dan u voor mogelijk
zult houden wordt dit vergeten en loopt men het risico om ten
onrechte als wanbetaler te boek te staan.
Betaling van
de contributie via het internet is ook welkom.
De uitgaven
van de Vereniging betreffen onder meer de Nieuwsbrief, de website en de huur
van vergader- of conferentieruimte voor de vereniging of de Werkroep Onderzoek.
Bestuursleden
Als vereniging willen wij graag veel meer contacten met de
politiek en allerlei andere relevante organen. Om bij de tijd te blijven,
onszelf te vernieuwen en het draagvlak voor de invoering van basisinkomen te
vergroten. Wij zijn daarom op zoek naar een of meer bestuursleden die zich
graag met externe contacten en lobbyen bezighouden.
Redacteuren
Voor het schrijven van stukken, redigeren van andermans
stukken, verzamelen van externe stukken ten behoeve van de Nieuwsbrief, en voor
de lay-out. Geen WP-ers, maar goede Word-kenners, met internetverbinding!
Website
De website, nu met de bijbehorende forums, wordt steeds
belangrijker voor de uitwisseling van informatie, zowel intern als met de
buitenwereld. Wij zijn daarom op zoek naar vrijwilligers die:
- willen helpen met het verder aankleden van de website;
- willen helpen met het toevoegen van inhoud aan de website,
om te beginnen door oude publicaties van de vereniging te scannen en op de site
te plaatsen.
Heeft u belangstelling voor een van deze functies, neem dan
contact op met het secretariaat.
TPG Post
Port Betaald

Uitgave van: Vereniging
Basisinkomen
Igor Stravinskisingel 50
3069 MA Rotterdam
Telefoon: 010-4559538
Secretariaat: 070-3859268
E-mail: info@basisinkomen.nl
Website: www.basisinkomen.nl