NIEUWSBRIEF
VAN DE

Een basisinkomen
betekent Zekerheid
zonder Gezeur!
20 JANUARI
2006
NIEUWJAARSBORREL
met bij
aanvang:
inleiding
door Wim Smit
over
nodeloze tekortkomingen van het Nederlandse
sociale-zekerheidsstelsel
Uitgave van
de Vereniging Basisinkomen.
Artikelen
mogen worden overgenomen met vermelding van de herkomst.
Redactie:
Gosling Putto en Saar Boerlage
Aan dit nummer werkten mee: Guido
den Broeder, Michiel van Hasselt, Aafke Klopman en Gosling Putto
De
nieuwsbrief van de Vereniging Basisinkomen verschijnt driemaal per jaar.
Abonnementen minimaal 10 euro per jaar (liefst meer) storten op giro 1890919
o.v.v. naam en adres.
ISSN 09243038
Vereniging
Basisinkomen
Igor Stravinskisingel 50
3069 MA Rotterdam
Telefoon:
010-4559538
Secretariaat: 070-3859268
E-mail:
info@basisinkomen.nl
Website:
www.basisinkomen.nl
Beste leden,
De VBi gaat nooit verloren en houdt een nieuwjaarsborrel op
VRIJDAG 20
JANUARI 2006 om 15.00 UUR
in het gebouw van het Landelijk steunpunt Vrouwen en de
Bijstand aan de Nieuwegracht 27 A, 3512 LC Utrecht.
(De Nieuwegracht is vanaf het Centraal Station Utrecht in
tien minuten lopend te bereiken, of per bus: lijn 2, uitstappen bij de halte
Hamburgerstraat, dat is de halte na die bij de Dom.)
Met om 15.10 u. een inleiding over de bezwaren van het
huidige Nederlandse stelsel van sociale zekerheid door Wim Smit.
In 2006 bestaat de Vereniging Basisinkomen alweer 15 jaar.
Het bestuur wil dit derde lustrum niet ongemerkt voorbij laten gaan.
Een commissie werkt aan een concreet invoeringsvoorstel voor
het basisinkomen. Onderdeel van dit project is ook het uitbrengen van een
nieuwe versie van het simulatiemodel FRISBI (Freedom for Individuals in
Solidarity: a Basic Income). De eerste versie van dit computerprogramma werd in
1996 gepresenteerd op het VBi-congres te Noordwijk.
Uw deskundige inbreng is van harte welkom.
Via onze website houden wij u op de hoogte van de
vorderingen.
Kansen basisinkomen in Nederland (en daarbuiten)
Invoering van een basisinkomen in de vorm van negatieve
inkomensbelasting wordt in Nederland gemakkelijker. De belastingdienst beperkt
zich niet tot het weghalen van geld bij de burger. Er gaat ook belastinggeld
(terug) naar de burger, in toenemende mate: heffingskorting, huurtoeslag,
zorgtoeslag (vanaf 2006), kinderbijslag, AOW, fiscale tegemoetkoming aan
eenoudergezinnen op minimumniveau (vanaf 2008). Niet alleen terugstortingen aan
belastingbetalers , maar ook ‘uitkeringen’ aan burgers die geen belasting
betalen omdat hun inkomen daarvoor te laag is.
De belastingdienst geeft zo enige inhoud aan haar motto
“leuker kunnen we het niet maken”.
Ze moet hiervoor wel de beschikking krijgen over de nodige
gegevens.
Burgers doen dus aangifte en zenden aanvraagformulieren in.
Bedrijven moeten vanaf 2006 hun hele loonadministratie overleggen aan de
belastingdienst. Burgers en bedrijven vinden deze bureaucratie niet leuk, maar
big brother belastingdienst kan nu (mede door het koppelen van
gegevensbestanden) steeds beter het financiële wel en wee van ons allemaal
volgen en beleidsmatig te bepalen. Allemaal dwz: werkenden,
uitkeringsgerechtigden en nuggers (= niet-uitkeringsgerechtigden zonder baan).
Vanuit de belastingdienst gezien hoeft invoering van een
basisinkomen voor ons allemaal
uitvoeringstechnisch nu geen grote problemen meer op te leveren.
Mogelijk hunkert de belastingdienst heimelijk wel naar dat basisinkomen, want
het zou haar heel wat administratieve werkprocessen besparen.
(Dit hunkeren moet heimelijk, want basisinkomen is bij de
overheid nog taboe. Een ambtenaar met interesse voor de VBi vroeg anoniem te
blijven – beducht voor zijn carriere!)
Naast de ontwikkelingen bij de belastingdienst, zijn
mogelijk ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt bevorderlijk voor de
invoering van het basisinkomen.
Sinds 2003 daalt het aantal banen (het BBP daalt overigens
niet maar stijgt licht: ‘baanloze economische groei’). Het aantal
geregistreerde werkzoekenden blijft min of meer stabiel: een half miljoen FTE,
dwz een veelvoud van het aantal geregistreerde vacatures.
De officiële verwachting dat het aantal geregistreerde
werkzoekenden de komende jaren gaat dalen is eenzijdig gebaseerd op de
verhoopte conjuncturele opleving en de te verwachten uitstroom van veel
babyboomers. Ze gaat grotendeels voorbij aan de onverminderde ontwikkeling van
arbeidsbesparende technologie, voorbij aan het toenemend arbeidsaanbod van
illegale en legale buitenlanders (o.a Polen), voorbij aan de comparatieve
kostenvoordelen van buitenlandse economieën (o.a. China) en outsourcing,
voorbij aan de stijgende energiekosten, voorbij aan de groei van het aantal
geregistreerde werkzoekenden door het opvoeren van de beschikbaarheidseis in de
sociale zekerheid (WWB, WIA).
Er zijn stomweg niet genoeg banen voor alle mensen die een
baan willen of moeten zoeken. En het is
duidelijk (voor wie de kop niet in het zand steekt) dat deze discrepantie in de
toekomst groter wordt. Het wegzetten van werkloze jongeren in troosteloze
voorsteden is geen houdbare optie (zie Frankrijk)
Wie beseft dat er nooit genoeg banen zijn voor iedereen, zal
ook beseffen dat niet van iedereen gevergd kan worden beschikbaar te zijn voor
deze arbeidsmarkt. Je zou (oudere) mensen juist de mogelijkheid moeten bieden
de arbeidsmarkt te verlaten (opting out) om in plaats daarvan iets leukers te
gaan doen, wat vaak ook iets nuttigers blijkt te zijn. Dan kan iedereen die het
met zijn werk wel gehad heeft stoppen en de weg vrij maken voor een beter
gemotiveerde, die daardoor een baan kan bemachtigen die anders onbereikbaar zou
zijn. Bij dit soort ‘opting out’ neemt de gemiddelde arbeidsmotivatie in
Nederland toe. Dat is goed voor de gemiddelde arbeidsprestatie, goed voor
(baanloze) groei van het BBP.
In het publieke debat is het basisinkomen op een vreemde
manier terug. Uiteenlopende deelnemers aan de politieke discussie over de
sociale zekerheid lanceren ideeën die op basisinkomen lijken maar het niet
zijn.
Aan de ene kant zijn er de openlijke voorstanders van een
gedeeltelijk ‘basisinkomen’, onder wie de FNV-voorvrouw Agnes Jongerius en
GroenLinks-voorvrouw Femke Halsema, alsmede een mij onbekende voorman van een
nieuwe partij. In deze varianten is weliswaar de hoogte van het basisinkomen
ontoereikend en moet weliswaar iedereen nog steeds beschikbaar zijn voor arbeid
(die niet voor iedereen beschikbaar is), maar toch liggen hier kansen voor de
voorstanders van basisinkomen om in de discussie te scoren.
Aan de andere kant zijn er deelnemers aan de discussie over
sociale zekerheid die allerlei ideeën ter zake presenteren waarbij zij
bezweren dat hun idee vooral niet
verward mag worden met basisinkomen (bang om met een besmet idee geassocieerd
te worden?).
‘Doodzwijgen van’ maakt aldus plaats voor ‘zich afzetten tegen’.
De aldus (niet) gevoerde discussie verhult toenemende
onzekerheid, maar de voorstanders van het basisinkomen krijgen nu toch nieuwe
kansen in het debat. Zie onze bijdrage ‘Basisinkomen biedt zekerheid zonder
gezeur’ bij het Baliemanifest: “Sociale zekerheid als investering” (Piet
Leenders, Ivo Kuijpers, Felix Rottenberg 2005).
Ook Bert de Vries zet zich af tegen het basisinkomen in zijn
boek “Overmoed en onbehagen” ( blz 232). Daarover wil de vereniging graag met
hem in discussie. Overigens argumenteert De Vries meestal prima. Zijn
beredenering van de betaalbaarheid van de vergrijzing ondersteunt impliciet ook
de financierbaarheid van het basisinkomen.
De Vries is als spreker gevraagd voor de
VBi-nieuwjaarsbijeenkomst 2006, maar bleek helaas verhinderd.
Het bestuur zoekt nu andere wegen om de discussie met hem te
voeren. Secretaris Gosling Putto (jurist) zoekt mede-schrijvers voor een op te
stellen invoeringsplan.
Penningmeester Guido den Broeder zoekt mede-rekenaars om te
onderbouwen dat basisinkomen in Nederland anno 2006 betaalbaar is. Wat kost het
aan de ene kant om ook de nuggers een basisinkomen te geven en wat zijn aan de
andere kant de inverdien-effecten? Biedt een levensloopregeling mogelijkheden
in aanvulling op basisinkomen? Aan welk dekkingsplan kun je denken?
De deur naar het maatschappelijk debat zit nu nog vaak dicht
door het vooroordeel dat een behoorlijk basisinkomen onbetaalbaar zou zijn.
Het financieringsplan op hoofdlijnen dat Guido en de zijnen
willen opstellen maakt de weg vrij voor andere belangrijke discussiethema’s
zoals de vraag of we ergens in de EU een start kunnen maken: wellicht in
samenwerking met Belgie? Deze mogelijkheid wil ik in 2006 graag samen met
enkele geestverwanten onderzoeken: wie meldt zich als mede-onderzoeker?
Michiel van Hasselt
Door Denver Isaacs
Wanner mensen arm zijn hebben zij niet de luxe van
keuzevrijheid of vrijheid om te handelen. Om die reden bewijzen degenen die
stellen dat een universele inkomenstoelage teveel afhankelijkheid zal creëren
dat zij niet weten wat het betekent om in armoede te leven.
Dominee Phillip Strydom, Secretaris-generaal van de Raad van
Kerken in Namibië (CCN, de Council of Churches in Namibia), zei dit tijdens een
ontmoeting op afgelopen vrijdag met de voorzitter van het Parlement, Theo-Ben
Gurirab.
Strydom vertegenwoordigde de Basic Income Grant (BIG)
Coalitie, een groep van organisaties die de invoering wil van een
onvoorwaardelijk maandelijks inkomen van 100 Namibische dollars (US$ 16,-) voor
iedere Namibiër die nog geen aanspraak kan maken op het Regeringspensioen.
De coalitie bood de voorzitter het handboek aan dat zij had
samengesteld. Het bevat onderzoeksresultaten en een model van de sociale,
economische en financiële gevolgen van het voorstel.
"Dit boek", voegde hij eraan toe, "is bedoeld
om beleidsmakers gedetailleerd over het voorstel te informeren en om hen
deugdelijke onderzoeksresultaten te bieden om in staat te zijn om een
constructieve discussie te voeren en op deskundige wijze een beleid te
formuleren".
Gurirab antwoordde dat hij het document aan het relevante
orgaan zou overhandigen, de Permanente Parlementaire Commissie voor
Personeelsbeleid en Sociale Ontwikkeling, die onder leiding staat van de
lijsttrekker van de Swapo, Ben Amathila.
Gurirab verzekerde de coalitie dat de Regering net zo
geinteresserd was in de sociale zekerheid als in de rest van de
burgermaatschappij.
Het idee van een BIG, zei Strydom, is afkomstig van het door
de regering ingestelde Namibian Tax Consortium (Namtax), dat al in 2002
verklaarde dat "wij na een uitgebreide bestudering van de relevante
literatuur en een analyse van mogelijke alternatieve strategieën concludeerden
dat de allerbeste methode om armoede en
ongelijkheid te bestrijden een universele inkomenstoelage
zou zijn".
De toelage zou ook met zich meebrengen dat mensen die een
anti-retrovirale behandeling voor AIDS krijgen langer zouden leven, omdat zij
dan van een minimale voedselvoorziening zijn verzekerd. "Men heeft, net
als bij de behandeling tegen TBC, niets aan een AIDS-behandeling wanneer men onvoldoende
kan eten", zei hij.
Het BIG-systeem zou volgens de groep door een progressieve
belasting gefinancierd moeten worden, "geheven van degenen die niet in
nood verkeren". Dit kan garanderen dat het BIG-systeem een doeltreffend
gebruik van de "schaarse hulpbronnen" van het land zal maken, zei
Strydom.
De organisties die de BIG
Coalition vormen zijn de CCN, de National Union of Namibian Workers, het
Namibian Non-Governmental Organisation Forum, het Namibian Network of AIDS
Service Organisations, het Legal Assistance Centre and het Labour Resource and
Research Institute.
The Namibian, dinsdag 27 September 2005
Vertaling Gosling Putto
Namens de vereniging was uw penningmeester / webmaster op 11
oktober in Utrecht aanwezig op de tweede voorbereidingsvergadering van het
Nederlands Sociaal Forum 2006.
Het doel van het forum is, net als bij dat van 2004, een
kruisbestuiving van inspiratie en ideeën tussen zoveel mogelijk organisaties
die streven naar een betere wereld. Als thema’s zijn daarbij gekozen:
1. Milieu (milieu, klimaatsverandering en duurzame
ontwikkeling);
2. Vrede (oorlog en vrede / neoliberale globalisering);
3. Solidariteit (arbeid, sociale rechten en publieke
diensten);
4. Mensenrechten (democratie en burgerrechten;
vrouwenrechten en genderrelaties; racisme; vluchtelingen en migratie; media en
cultuur);
5. Strategie en alternatieven (strategie en alternatieven
van de andersglobaliseringsbeweging);
Het kostte mij de nodige moeite om, samen met enkele anderen,
in te brengen dat dit meer moet inhouden dan een soort cursus over hoe start ik
een campagne, en dat het doel moet zijn om met elkaar meer te bereiken dan
ieder alleen.
Of dat is overgekomen moet nog blijken. Mijn voorstel was om
de diverse werkgroepen telkens eenzelfde onderwerp mee te geven (tweedeling,
verharding, keuzevrijheid enz.) om dan vervolgens op een plenaire zitting
gezamenlijk tot conclusies te komen. Het afrondende forum kan dan eindigen met
een onderbouwde slotverklaring. Daar was veel steun voor maar de
gespreksleiding begreep het niet helemaal, en in hun verslag is er niets van
terug te vinden. De vergadering was nogal onrustig en het was moeilijk het
woord terug te krijgen om ergens op te reageren.
Besloten werd dat het Nederlands Sociaal Forum 2006 naar
Nijmegen gaat. Op 19/20/21 mei zal de Radboud Universiteit een volledig
NSF-dorp worden met workshops, debatten, optredens en
overnachtingsmogelijkheden inrichten. Dit alles onder het motto van het World
Social Forum: 'een andere wereld is mogelijk'.
Er is al een uitgebreide lijst van buitenlandse sprekers van
formaat die zullen worden uitgenodigd. Of ze ook willen komen, moet natuurlijk
nog worden afgewacht.
Op zondag 20 november is in Amsterdam de eerste
werkbijeenkomst. Ik heb de Vereniging Basisinkomen aangemeld voor het thema
Solidariteit; als trekker hiervan zal, als het goed is, het FNV fungeren. De
volgende NSF voorbereidingsvergadering is op zondag 11 december in Utrecht.
Zie voor meer informatie over het NSF:
www.sociaalforum.nl.
Guido den Broeder
In onderstaand bericht zijn “uitkeringsgerechtigden”
vervangen door “renteniers”. Tja, die moeten toch ook werken ?
Uit: Trouw, Economie, maandag 9 mei 2005
Eens van rente afhankelijk is vaak altijd van rente afhankelijk
De helft van de mensen in een rentenierssituatie komt daar
nooit meer uit. Gemeenten schatten dat zo'n 160.000 renteniers niet meer aan
betaald werk zijn te helpen. Dat blijkt uit een evaluatie van de Wet werk en
bijstand (WWB) in opdracht van de vereniging van directeuren van sociale
diensten Divosa.
Staatssecretaris Van Hoof (sociale zaken) vindt dat
gemeenten deze onbemiddelbaren niet mag afschrijven. Vrijwilligerswerk, een
leerwerkplek met subsidie voor de werkgever, tijdelijk een gesubsidieerde baan
of aan de slag met behoud van rente ziet hij als mogelijke oplossingen. Van
Hoof haakt daarbij in op het pleidooi van Divosa-voorzitter T. Thissen. Die wil
dat meer gekeken wordt naar wat iemand kan. Thissen: ,,Ieder mens heeft
talenten. Soms moet arbeid ook een beetje aangepast worden aan mensen. Dan is
de oogst komkommers per uur wat minder, dan kan de werkgever misschien met een
zakje geld gecompenseerd worden'', aldus de Divosa-voorzitter. Thissen hoopt
dat met een andere benadering deze groep onbemiddelbaren - vaak langdurig
werklozen en multimillionairs - terug te brengen is tot 25000 mensen.
Copyright:
Trouw / Gosling Putto
De ellende nader bekeken
De FNV heeft in augustus van dit jaar een rapport
uitgebracht over de manier waarop gemeenten
de WWB uitvoeren en van de effecten die dit in de praktijk heeft. Aafke Klopman
mailde het aan de redactie van deze Nieuwsbrief.
De conclusies in het rapport leiden tot het oordeel dat de
WWB-praktijk nogal wat ongewenste situaties met zich meebrengt. Nagelaten wordt
om hieraan het oordeel te verbinden dat het tijd wordt om een basisisnkomen in
te voeren. Het recent geopenbaarde enthousiasme van FNV-voorzitter Agnes
Jongerius voor het basisinkomen wordt door de rapporteurs kennelijk niet
gedeeld.
De FNV vond de volgende zeven misstanden.
1. Er is sprake van een wildgroei van zogenoemde ‘Work
First’-projecten. Mensen die een uitkering aanvragen moeten meteen aan het
werk, met als doel om de kansen op een echte baan te vergroten. Ze moeten
simpele werkzaamheden verrichten zoals zwerfafval opruimen of kleerhangers
sorteren. Daarnaast besteden ze een deel van hun tijd aan het solliciteren.
‘Work First’ kan een nuttig middel zijn om de kansen van
werkzoekenden op de arbeidsmarkt te vergroten, maar het mag niet zo zijn dat
tewerkstelling de plaats inneemt van werk waar gewoon een salaris voor betaald
hoort te worden. In het verleden is daarom benadrukt dat ‘Work First’ alleen
toelaatbaar is als het gaat om een periode van maximaal enkele maanden en als het
onderdeel uitmaakt van een traject om werkzoekenden klaar te stomen voor de
arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door middel van bijscholing.
Inmiddels zijn er aanwijzingen dat deze uitgangspunten hier
en daar met voeten worden getreden. De begeleiding van de werkzoekenden stelt
soms weinig voor en de duur van de tewerkstelling kan oplopen tot een jaar, in
een enkel geval zelfs 21 maanden.
2. Veel gemeenten proberen om mensen zo snel mogelijk en zo
goedkoop mogelijk uit de bijstand te krijgen. Werkzoekenden krijgen steeds
minder mogelijkheden om zich bij te scholen, zodat ze duurzaam hun positie op
de arbeidsmarkt kunnen verbeteren. Het reïntegratiebeleid van gemeenten laat
veelal te wensen over.
Deze benadering staat op gespannen voet met de werkelijkheid
dat er een omvangrijke groep laaggeschoolde werkzoekenden is, die moeilijk een
baan kunnen vinden. Ook valt deze benadering moeilijk te rijmen met het grote
belang dat algemeen wordt toegekend aan de kenniseconomie.
Sommige gemeenten lopen nu al tegen de grenzen van een korte
termijnbeleid aan. Bij werkgelegenheidsprojecten voor bijstandsgerechtigden
kost het verschillende gemeenten moeite om geschikte kandidaten te vinden die
aan de slag kunnen bij de stadswacht, in de peuterspeelzaal of in een
winkelbedrijf. De belangstelling voor een baan is erg groot, maar slechts
weinig kandidaten hebben de kwalificaties die ervoor nodig zijn.
Waar gemeenten al terughoudend zijn om te investeren in
bijstandsgerechtigden, geldt dit nog sterker voor werkzoekenden zonder uitkering.
Hierbij speelt een rol dat de gemeente geen financieel belang heeft om die
laatste groep aan het werk te helpen.
3. Werkzoekenden komen steeds meer onder druk te staan om
een baantje te accepteren, terwijl gemeenten juist minder investeren om hun positie
op de arbeidsmarkt duurzaam te versterken. Het effect is dat werkzoekenden
steeds meer onder druk staan om tijdelijke baantjes te accepteren, met als
risico dat ze na een paar maanden weer op straat staan. In 2003 moest 22,5% van
degenen die werk vonden, binnen een jaar weer aankloppen bij de sociale dienst.
Mensen die de praktijk kennen, signaleren dat het probleem sindsdien in sommige
gemeenten alleen maar toeneemt. Er dreigt een nieuwe onderklasse te ontstaan
van mensen die zich in leven proberen te houden met onzekere, slechtbetaalde
baantjes.
Deze mensen worden bovendien nog eens gestraft door een
systeem van sociale zekerheid dat niet is ingesteld op de werkelijkheid van
tijdelijke baantjes. Mensen die na zo’n baantje weer op straat komen te staan,
ondervinden grote problemen als ze weer een uitkering moeten aanvragen,
waardoor ze soms maanden in onzekerheid zitten over hun inkomen. Ook het
minimabeleid is slecht toegankelijk voor deze groep.
4. Gemeenten spannen zich steeds meer in om oneigenlijk
gebruik van de bijstand tegen te gaan. Dit is een positieve zaak. Minder
positief is dat ze soms maatregelen nemen die niet effectief zijn en waarbij
onzorgvuldig wordt omgegaan met uitkeringsgerechtigden.
In veel gemeenten worden mensen die een uitkering aanvragen
geconfronteerd met een onaangekondigd huisbezoek. Dit lijkt een effectief
middel om oneigenlijk gebruik van uitkeringen te bestrijden, maar in
werkelijkheid valt dit tegen. Regelmatig blijkt dat gemeenten na een huisbezoek
ten onrechte de uitkering weigeren of stopzetten. Dit wordt dan na bezwaar of
een juridische procedure gecorrigeerd, maar het effect is wel dat mensen
maandenlang geen inkomen hebben.
Een huiszoeking is een grote inbreuk op de privacy en
normaal gesproken zijn hieraan dan ook strenge zorgvuldigheidseisen verbonden.
Mensen die zonder inkomen zitten genieten deze bescherming echter niet: zij
zijn gedwongen om de controleurs binnen te laten omdat ze anders het risico
lopen om hun uitkering te verspelen.
Een positieve ontwikkeling is dat sommige gemeenten een
einde maken aan zinloze controlerituelen zoals de maandelijkse
controlebriefjes. In plaats daarvan controleren ze gericht op basis van
‘risicoprofielen’. Zorgelijk is dat het vaak ondoorzichtig is op basis van wat
voor criteria iemand tot een risicogroep kan worden gerekend en dat niemand
zich af lijkt te vragen wat voor gevolgen deze benadering heeft voor de privacy
en de gelijke behandeling. Het is logisch dat iemand die in het verleden
gefraudeerd heeft, beter in de gaten wordt gehouden. Maar mag je ook mensen als
verdachte aanmerken omdat ze in een bepaalde sector hebben gewerkt? Of op basis
van hun postcode of hun geboorteland? Momenteel is het ondoorzichtig hoe
gemeenten hiermee omgaan.
5. Er zijn steeds meer signalen dat mensen financieel in de
knel raken. De schuldhulpverlening krijgt het steeds drukker en er worden her
en der voedselbanken op gezet. Voor een deel is dit te wijten aan de economie
en aan maatregelen van de landelijke overheid, maar ook gemeenten spelen hier
een rol. Veel gemeenten hebben bijvoorbeeld bezuinigd op het minimabeleid. De
regelingen die nog bestaan zijn vaak moeilijk toegankelijk.
Een groot probleem is dat mensen die een uitkering aanvragen
vaak lang in onzekerheid en zonder inkomsten zitten. Vooral als ze een
tijdelijk baantje hebben gehad kan de aanvraagprocedure erg lang duren. Dit
betekent dat het aanvaarden van tijdelijk werk een risico met zich meebrengt
voor bijstandsgerechtigden, wat weer een negatieve impact kan hebben op hun reïntegratie.
Overigens zijn er ook gemeenten die bewust aanvragen traag
verwerken omdat ze hopen dat mensen in de tussentijd een baantje vinden. Mensen
die in financiële problemen komen terwijl ze wachten op de toekenning van hun
uitkering, kunnen in principe een voorschot vragen. In de praktijk krijgen ze
hierover vaak geen informatie, waardoor deze mogelijkheid alleen wordt gebruikt
door mensen die goed op de hoogte zijn van hun rechten.
Een specifieke groep vormen ouderen met een onvolledige AOW,
vaak migranten, die recht hebben op een aanvulling uit de bijstand. De extra
rompslomp die dit met zich meebrengt werpt een onnodige barrière op voor de
ouderen om gebruik te maken van hun recht.
Onder daklozen en ex-gedetineerden zijn steeds meer mensen
die helemaal geen inkomen hebben. Zij kunnen geen uitkering aanvragen omdat ze
geen postadres hebben.
6. Steeds meer mensen die zich bij het CWI melden om een
uitkering aan te vragen, zien daar bij nader inzien toch maar van af. Ze worden
afgeschrikt door de strengere controle, door de tewerkstelling, door de lange
wachttijd en door andere methoden waarmee gemeenten het aanvragen van een
uitkering proberen te ontmoedigen. Gemeenten met een Work First aanpak zien het
aantal uitkeringsaanvragen dalen met 15-30%.
Gemeenten presenteren de daling van de instroom in de
bijstand vaak als een succes. Op een enkele uitzondering na hebben ze echter
geen enkel idee wat er gebeurt met de afhakers. Misschien hebben ze werk
gevonden, maar het zou ook kunnen dat ze op straat zwerven of dat ze in de
criminaliteit zijn terechtgekomen. Vaak weten hulpverleners ook niet wat er met
de afhakers gebeurt. Voor zover ze het wel weten, is het beeld dat sommige
afhakers zich prima weten te redden, maar dat anderen ernstig in de problemen
komen.
7. Nu gemeenten er financieel belang bij hebben om mensen
aan het werk te helpen, gaan ze actiever op zoek naar mogelijkheden om te
zorgen dat er banen zijn voor de werkzoekenden. Ze kunnen bedrijven overhalen
om mee te werken door voorwaarden te verbinden aan vestigingsvergunningen of
bij aanbestedingsprocedures, en door loonkostensubsidies te verlenen. Het
Amsterdamse bedrijfsleven heeft toegezegd om meer stageplaatsen te creëren, de
gemeente heeft in ruil hiervoor toegezegd om eventuele besparingen op
uitkeringen die hieruit voortvloeien te investeren in de economische
infrastructuur.
Tot nog toe is het economische beleid van gemeenten vaak nog
wat ad hoc. Het valt te verwachten dat er meer en meer gewerkt zal worden
vanuit een omvattende visie. Dit moet wel op een transparante manier gebeuren,
want er staan publieke belangen op het spel. Het gaat niet alleen om het aantal
banen dat wordt gecreëerd, maar ook om de duurzaamheid van het beleid in
economisch, sociaal en ecologisch opzicht.
De bevindingen geven de FNV aanleiding tot de volgende
aanbevelingen. Die zouden de mensen die de werkzaamheden uitvoeren wel eens
kunnen doen verzuchten: de beste stuurlui staan aan wal.
Naar het oordeel van de FNV moet werken met behoud van
uitkering beperkt blijven tot een
periode van maximaal enkele maanden, terwijl het moet gaan om zinvol werk waar
mensen ook echt iets van kunnen leren en dat
gecombineerd moet worden met bijscholing. Het advies van de Raad voor
Werk en Inkomen (RWI) van april 2005 over de onderkant van de arbeidsmarkt komt
volgens het rapport tot dezelfde conclusie.
Ook scholing en bijscholing kunnen beter worden aangepakt.
Gemeenten zouden moeten overwegen om hun scholingsbeleid in te bedden in een
bredere, preventieve aanpak die erop gericht is om schooluitval tegen te gaan
en om de kwalificaties van laaggeschoolde werknemers te verbeteren.
De FNV is van mening dat er te vaak door sociaal inspecteurs
onaangekondigd huisbezoek plaatsvindt zonder dat daar aanleiding toe is. Zij
vindt dat huisbezoek alleen moet worden ingezet tegen mensen waartegen een
concrete verdenking bestaat. Gemeenten waar huisbezoeken plaatsvinden moeten
daarover een verordening opstellen en moeten hun cliënten goed informeren over
de procedures en over hun rechten en plichten. Zinloze rituele controles moet
men afschaffen en meer gericht gaan controleren. Als gemeenten hierbij werken
met risicoprofielen, dan moet dit wel op een transparante manier gebeuren,
zodat er discussie kan worden gevoerd over de consequenties op het gebied van
privacy en gelijke behandeling.
In plaats van arme en zielige mensen te ontmoedigen zouden
gemeenten een ruimhartig minimabeleid moeten voeren waarbij de
aanvraagprocedures helder en klantvriendelijk zijn. Ze moeten mensen met een laag
inkomen actief informeren over de regelingen waarvan ze gebruik kunnen maken.
Ouderen met een onvolledige AOW, vaak migranten, behoren zij te informeren over hun recht op aanvullende bijstand.
Bij de verlening van deze aanvullende bijstand moet overbodige bureaucratische
rompslomp worden vermeden. Zo is het zinloos om deze 65-plussers maandelijkse
controleformulieren te laten invullen. Ook moet de uitkering soepel worden
hersteld als deze na een verblijf in het buitenland van langer dan dertien
weken is opgeschort. De FNV vindt dat aanvragen voor een uitkering snel moeten
worden afgehandeld, en zeker binnen acht weken, ook als het gaat om mensen die
een tijdelijk baantje hebben gehad. Mensen die wachten op een beslissing moeten
standaard worden geïnformeerd over de mogelijkheid om een voorschot te krijgen.
Ook moeten gemeenten onderzoek doen naar mensen die bij
nader inzien afzien van het aanvragen van een uitkering. Dit onderzoek moet
niet alleen gebaseerd zijn op een enquête: het is juist belangrijk om te weten
wat er gebeurt met de mensen die niet reageren op een enquête.
De FNV wil dat misstanden bij uitzendbureautjes aangepakt
worden. Hierbij moet met name ook worden gekeken naar de nieuwe bureautjes die
zich op specifieke doelgroepen of sectoren aan de onderkant van de arbeidsmarkt
richten.
Tenslotte beveelt de FNV gemeenten aan om de beperkte ruimte
die zij hebben om een economisch beleid te voeren optimaal te benutten om de
werkgelegenheid te bevorderen. Dit beleid zal duurzaam moeten zijn in economisch,
sociaal en ecologisch opzicht. En: het moet op een transparante manier tot
stand komen.
Zo ziet men tot welke ellende de WWB en het ontbreken van
een basisinkomen moeten leiden en mag men hopen dat de kritiek van de FNV nog
wat marginale verbetering kan bewerkstelligen.
Gosling Putto
Het was zo mooi bedacht: in december ontvangen mensen, die
daar gezien hun inkomen voor in aanmerking komen, een zorgtoeslag. Dat zetten
ze dan opzij, om de hoge zorgkosten in het nieuwe jaar van te kunnen betalen.
Nu blijkt uit peilingen, dat de doorsnee Nederlander dit
bedrag liever meteen in de altijd dure maand december besteedt. De paniek
slaat toe, met grote koppen in de
krant.
Een algemene decemberbonus - waar kennen we die ook alweer
van?
In Alaska wordt elk jaar in december een basisinkomen
uitgekeerd, in de vorm van dividend op het ooit uit de olie-opbrengsten
opgezette Alaska Permanent Fund. De waarde van dit fonds bereikte in november
2005 een record-hoogte van $ 32,1 miljard (dividend per persoon dit jaar $
845,76, iets minder dan anders [Red]).
Daar werkt dit systeem naar tevredenheid. Nu blijkt dat minder draagkrachtigen de zorgtoeslag in december uitgeven, en niet zozeer aan zorg, is er eigenlijk geen aanleiding meer om van tevoren een toets uit te voeren om te bezien wie recht heeft op dit als voorschot bedoelde bedrag (de definitieve zorgbijdrage wordt t.z.t. bij de inkomstenbelasting bepaald).
Laat die toets vooraf dus gewoon achterwege, en we hebben een december-basisinkomen.
Guido den Broeder
Bestuursleden
Als
vereniging willen wij graag veel meer contacten met de politiek en allerlei
andere relevante organen. Om bij de tijd te blijven, onszelf te vernieuwen en
het draagvlak voor de invoering van basisinkomen te vergroten. Wij zijn daarom
op zoek naar een of meer bestuursleden die zich graag met externe contacten en
lobbyen bezighouden.
Redacteuren
Voor het
schrijven van stukken, redigeren van andermans stukken, verzamelen van externe
stukken ten behoeve van de Nieuwsbrief, en voor de lay-out. Geen WP-ers, maar
goede Word-kenners, met internetverbinding!
Website
De website,
nu met de bijbehorende forums, wordt steeds belangrijker voor de uitwisseling
van informatie, zowel intern als met de buitenwereld. Wij zijn daarom op zoek
naar vrijwilligers die:
- willen
helpen met het verder aankleden van de website;
- willen
helpen met het toevoegen van inhoud aan de website, om te beginnen door oude
publicaties van de vereniging te scannen en op de site te plaatsen.
Heeft u
belangstelling voor een van deze functies, neem dan contact op met het
secretariaat.
TPG Post
Port Betaald

Uitgave van: Vereniging
Basisinkomen
Igor Stravinskisingel 50
3069 MA Rotterdam
Telefoon: 010-4559538
Secretariaat: 070-3859268
E-mail: info@basisinkomen.nl
Website: www.basisinkomen.nl